Strijd VS-Europa over sancties Iran steeds feller

LONDEN, 1 NOV. “Als onze Europese vrienden zaken met de duivel willen doen, moeten zij dat maar weten. Het is ongelooflijk hoe hard de Europeanen vechten om geld te blijven verdienen door handel met landen als Iran en Libië, waarvan vast staat dat zij het terrorisme actief steunen en terroristische organisaties aan wapens helpen.”

Dat keiharde standpunt vertolkte Gregg Rickman, directeur wetgeving van het bureau van de Amerikaanse senator D'Amato, afgelopen dinsdag op het congres Oil and Money in Londen. Rickman ging nog verder en beschuldigde Duitsland en Frankrijk ervan “het Iraanse en Libische terrorisme” rechtstreeks te steunen door de import van olie uit deze landen en door leveranties van technische materialen, onder andere voor de olie-industrie, die door Iran misbruikt zouden worden voor het produceren van kernwapens.

Dat kwam hem op een felle reactie te staan van een Franse topambtenaar die zich “geschokt” toonde over zoveel Amerikaanse, Republikeinse brutaliteit. “Wij veroordelen het terrorisme ten stelligste, in welke vorm het zich ook voordoet.”

Het debat ging over de gevolgen van sancties tegen olie-exporterende landen, zoals beoogd in de recent door president Clinton ondertekende wetten, die elke handel met Iran en Libië verbieden. Senator D'Amato schreef de eerste concepten voor deze wetten, bijgestaan door Rickman. Het hardnekkige verzet van de Europese Unie tegen de Amerikaanse pogingen deze wetten internationale geldigheid te verlenen noemde Rickman (“We hebben intussen zeven brieven uit Brussel gehad”) “hypocriet”.

De VS zijn voor ongeveer de helft van hun olievoorziening afhankelijk van import, waarvan verreweg het grootste deel uit het Midden-Oosten afkomstig is. Maar ze hebben die import voor het grootste deel veiliggesteld door hun vriendschappelijke betrekkingen met Saoedi-Arabië, Koeweit, andere olielanden in de Golfregio en Venezuela. Tussen de grootste olieleverancier ter wereld, Saoedi-Arabië, en de VS bestaan sinds de Golfoorlog afspraken om de oliestroom uit dat land op gang te houden.

Ook West-Europa hecht aan goede betrekkingen met de Golfregio. Veel Europese ondernemingen doen zaken in die regio, ook in Iran en Libië. De Europese Unie wil haar handels- en energiebelangen in het Midden-Oosten niet opofferen aan Amerikaanse sanctie-avonturen, tot onomstotelijk vaststaat dat sprake zou zijn van internationaal onaanvaardbaar gedrag door een land, zoals in het geval van Irak in 1990. Dan is er reden voor echte internationale sancties die door de Verenigde Naties worden opgelegd. Belangrijk element in de Europese opstelling is ook dat de EU-lidstaten geen internationale werking van unilateriale, Amerikaanse sanctiewetten aanvaarden.

Wat zou er gebeuren als dat wèl het geval was? Dan zouden de VS ook de dienst uitmaken in Europa, de Amerikanen zouden hun wil opleggen aan souvereine Europese staten, ze zouden Europese ondernemingen die zaken doen met Iran en Libië kunnen straffen met boetes en belemmeringen. En, zeker zo belangrijk, op dit moment zou zo'n 22 procent van de wereld-oliereserves (Iran, Irak en Libië samen) op sterk water worden gezet, 15 procent van de huidige produktiecapaciteit.

Professor Gary Sick van de Columbia Uniniversity in New York, een gerenommeerd kenner van het Midden-Oosten en Iran in het bijzonder, nam op het congres in Londen een heel ander standpunt in dan zijn landgenoot Rickman. Sick heeft de presidenten Ford, Carter en Reagan gediend als lid van de National Security Staff. Hij was de belangrijkste adviseur van het Witte Huis tijdens de Iraanse revolutie en de gijzelaarscrisis in Teheran en schreef twee boeken over Amerikaans-Iraanse relaties. Sick heeft een studie gemaakt van alle sanctiemaatregelen die sinds de jaren '50 zijn ingezet en kwam tot de conclusie dat de politiek van Europa om een 'kritische dialoog' met Iran te onderhouden meer succes heeft gehad dan de politiek-economische strijd van de Amerikanen.

“Die dialoog wordt ook door vooraanstaande Amerikanen gesteund”, zei Gary Sick, die wist te vertellen dat Israel en Iran nu via Duitse diplomaten met elkaar in gesprek zijn. “Zo'n contact, dat van eminent belang kan zijn voor het vredesproces, voor de veiligheid van Israel, voor meer onderling begrip, zou door een streng sanctieregime vrijwel onmogelijk worden.”

Sick wees ook op de economische schade van sancties die niet internationaal worden aanvaard, zoals voor veel Amerikaanse bedrijven die in Libië actief waren. “Sancties kunnen, zoals in het Iraakse geval of als drukmiddel zoals tijdens het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime, effectief zijn, maar ze kunnen de situatie ook erger maken.” Voorbeelden zijn de humanitaire gevolgen in Cuba en Irak.

Als de Amerikaanse sancties zouden leiden tot een derde oliecrisis, zouden ze helemaal contra-productief worden, waarschuwde Sick. Dan zou de wereldeconomie ernstig getroffen worden. De balans tussen de vraag en het aanbod van olie zou ernstig worden verstoord en de broodnodige opbouw van meer reserve-capaciteit voor de produktie van olie in het Midden-Oosten zou tot een halt komen. “Iran heeft laten zien dat zijn economische ontwikkeling ook zonder olie-export naar de VS kan doorgaan. Die olie gaat nu voor een groot deel naar het Verre Oosten. Het land is ook duidelijk meer capabel dan in het verleden om zijn technologische problemen op te lossen”, aldus Sick.

    • Theo Westerwoudt