Rwandees bewind misbruikt verbijstering over genocide; Nederland, niet gehinderd door dossierkennis, is één van de voornaamste sponsors van het regime in Kigali

In het grensgebied van Zaïre en Rwanda tikt een tijdbom die heel Midden-Afrika bedreigt. Toch, schrijft hoogleraar Filip Reyntjens, weigert de wereld deze crisis te zien voor wat zij is: niet louter een humanitair, maar vooral een politiek drama met het bewind in Kigali in de hoofdrol.

Sedert ruim twee jaar reppen waarnemers van een dreigende regionale oorlog in Midden-Afrika. In feite was die oorlog al een tijd bezig en wordt hij nu pas zichtbaar.

De zogenaamde 'internationale gemeenschap' draagt in dit nieuwe drama een zware verantwoordelijkheid. Sedert de genocide en andere misdaden tegen de menselijkheid in 1994 heeft ze het Rwandese probleem technisch en humanitair bekeken, maar nooit politiek. Het gevolg daarvan was de steeds verdergaande verzwering van de situatie en nu is het abces opengebarsten.

Een miljoen mensen is opnieuw op de vlucht, velen al voor de tweede of derde maal. De regio dreigt langdurig te worden gedestabiliseerd in cycli van nieuw, oncontroleerbaar geweld. Die overheersend technische benadering uit zich op vele manieren. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties heeft gepoogd het vluchtelingenprobleem 'op te lossen' zonder ook maar één keer de vluchtelingen zelf daarbij te betrekken. Het onrealistische hoofddoel was daarbij voortdurend dat zij tot elke prijs naar Rwanda moesten worden gerepatrieerd. In afwachting daarvan bleven deze vluchtelingen 'geparkeerd' in veel te grote kampen die veel te dicht bij de Rwandese grens lagen.

Deze technische benadering bereikte enkele dagen geleden een cynisch hoogtepunt toen de Hoge Commissaris Sadako Ogata de dramatische situatie van de vluchtelingen aangreep om hen ertoe te bewegen terug te keren naar Rwanda, het land waaruit zij nota bene werden gebombardeerd.

Onder deze extreme blikvernauwing lijden ook andere leden van de internationale gemeenschap, die systematisch heeft geweigerd het Rwandese probleem te zien als in wezen politiek. Toch was de inzet van de strijd sinds het begin van de burgeroorlog in oktober 1990 de politieke (èn economische) macht en de controle over de staat Rwanda. Etniciteit was daarbij één van de mobilisatiefactoren, maar in de grond was het conflict niet etnisch, hoewel dit element nu, na jaren van extreem geweld, een eigen leven is gaan leiden.

Gevolg van deze foute inschatting: verbijsterd door de gebeurtenissen van 1994 gaf de wereld het bewind in Kigali blanco cheques, laatst nog op de in juni georganiseerde ronde-tafelconferentie in Genève. Alleen Zwitserland en België stelden daar - minimale - condities. Rwanda exploiteert sedert twee jaar op een superbe wijze het 'genocide-krediet' en slaagt er zo in zijn eigen misdaden, wanbeheer en machtsmonopolisering te onttrekken aan elke kritiek. Nog steeds redenerend in simplistische termen als good guys en bad guys weigert de internationale gemeenschap het Rwandese regime te zien voor wat het werkelijk is: een banale en gewelddadige militaire dictatuur die het land en de regio recht naar de impasse leidt.

Het bewind wordt intussen aangemoedigd door schouderklopjes uit het buitenland, onder meer van Nederland, dat, gedreven door een protestants schuldcomplex en niet gehinderd door overdreven dossierkennis, één van de voornaamste financiële en politieke ondersteuners van Rwanda is geworden. Zo is Kigali er steeds meer van overtuigd geraakt dat het letterlijk met alles wegkomt, inclusief - zoals nu blijkt - met externe agressie en de beschieting van weerloze burgers. Zelfs nu krijgt niemand, behalve Zaïre, een duidelijke veroordeling over de lippen. 'Appeasement' heette dat in de tweede helft van de jaren dertig...

Natuurlijk zijn er ook aan de andere kant verantwoordelijken en uitvoerders van de genocide, zijn er etnische zuiveringen geweest tegen de Tutsi's (eerder dit jaar in Noord-Kivu, recent in Zuid-Kivu), werd Rwanda geconfronteerd met infiltraties en commando-raids vanuit Zaïre. Maar dit zijn vooral gevolgen van de totale politieke impasse waarin Rwanda zich sedert twee jaar bevindt. De uitsluiting van de meerderheid van de Rwandese bevolking, zowel buiten als binnen het land, de weigering van elke dialoog, de massale mensenrechtenschendingen - en dit alles onder het tolerante oog van de internationale gemeenschap - hebben het terrein bereid voor de explosie die we opnieuw machteloos gadeslaan.

Samen met door hen gesponsorde, getrainde en bewapende 'rebellen' bezetten elementen van het Rwandese leger nu een steeds groter wordend grondgebied in Noord- en Zuid-Kivu. Zo wordt een bufferzone aangelegd die te vergelijken is met hetgeen Israel in Zuid-Libanon heeft gerealiseerd. Of Rwanda deze bezetting officieel zal bekrachtigen, of het gebied zal besturen middels van haar afhankelijke rebellenbewegingen (er hebben vorige week op aanwijzing van Kigali enkele 'organisaties' en 'bewegingen' het licht gezien die twee weken geleden niet bestonden) doet weinig ter zake. De expansie is een feit en wordt zelfs niet ontkend door het Rwandese regime, dat nu zwaait met kaarten van het prekoloniale 'grote' Rwanda.

Op zeer korte termijn leidt dit tot een nieuw humanitair drama, op langere termijn is dit slechts een nieuwe ronde in de voortdurende destabilisering van de regio. De spanningen binnen Rwanda zullen niet ophouden, de vluchtelingen zullen niet terugkeren, Zaïre zal zich niet neerleggen bij dit territoriale verlies èn bij deze kaakslag.

De doos van Pandora werd in oktober 1990 door het Rwandese Patriottische Front geopend, toen het vanuit Oeganda Rwanda binnenviel, en er zit nog meer in dan wij nu te zien krijgen. Deze implosie van het hart van Afrika kan continentale gevolgen hebben. De crisis kan aangrenzende gebieden aansteken en zich als een olievlek uitbreiden in een oncontroleerbare keten van interne en grensoverschrijdende oorlogen. En wij zeggen opnieuw' 'Wir haben es nicht gewusst'.

    • F. Reyntjens