Rineke Dijkstra

Galerie Paul Andriesse, Prinsengracht 116, Amsterdam. T/m 26 nov. Ma t/m vr 10-12.30 en 14-18.30u, za 14-18u. Prijzen 1500 tot 12.000 gulden.

Rineke Dijkstra maakt portretten, en o, wat doet ze dat warm en meedogenloos. Mensen kunnen er op haar portretten niets meer aan doen dat ze mens zijn, het is niet te verbergen, ook al doen ze een mooi badpakje aan of zetten de ene voet ferm naast de andere. De mensen die Dijkstra in galeries tentoonstelt, zijn meestal kinderen (voor deze krant fotografeerde ze acteurs en schrijvers), gefotografeerd op het strand van Brighton, Dubrovnik of Odessa, met hun rug naar de zee. Kwetsbaar en stoer kijken ze in de camera, wat vooral pijnlijk is als er meer dan een kind op de foto staat, want onwillekeurig ga je vergelijken, prefereer je de ogen van de een boven die van de ander, verkies je haar haar, zijn mond.

Op Dijkstra's huidige presentatie bij galerie Paul Andriesse hangt nog maar een zeefoto, van twee jongens in dezelfde grote zwembroek. Er zijn twee schooljongens uit Ghana bijgekomen, poserend voor een blinde muur, een portret van Tia uit juni en een uit november (haar geknipt of juist laten groeien?), en drie meisjes uit Liverpool voor een witte achtergrond. Deze drie meisjes zijn hartverscheurend in hun hunkering naar schoonheid. Dijkstra fotografeerde ze in een discotheek en alle aandacht gaat op deze onopgesmukte foto's uit naar de opsmuk die de meisjes voor zichzelf hebben uitgekozen: de mini-jurkjes, de glittertruitjes, het geverfde haar, de blote buik, precies zoals het deze zomer moest, maar tijdloos doordat niet het resultaat, maar het streven daarnaar het onderwerp is. Dijkstra's portretten zijn het tegendeel van modefoto's.

In de beeldende kunst is film tegenwoordig meer in de mode van fotografie, soms wordt er gedaan alsof schilderkunst meer gemeen heeft met film dan met fotografie. Ook Dijkstra heeft nu een film gemaakt, maar daarin verloochent ze de fotografie niet. Haar film, gemaakt in samenwerking met Gerald van der Kaap, toont bewegende portretten, niets meer en niets minder. In dezelfde club in Liverpool als waar ze de meisjes fotografeerde, liet Dijkstra in een geïmproviseerde studio weer andere meisjes poseren alsof het een screentest betrof. In plaats van alleen maar te staan, drinken ze nu bier, roken een sigaret, en dansen op de muziek die in de galerie ook te horen is. Het zijn maar kleine bewegingen, beweginkjes, en ze hebben hier hetzelfde effect als de haarverf en de mini-jurkjes die we al van de foto's kenden; ze worden gemaakt om te verkopen. Het meisje in de zwart-wit geblokte jurk neemt alle poses aan die ze zich van fotomodellen en filmsterren kan herinneren.