Raadsheer deelt woede Belgen over 'de politiek'

Discretie - aan die gedragsregel heeft Luc Huybrechts, raadsheer bij het Belgische Hof van Cassatie, zich tijdens zijn dertigjarige carrière als magistraat altijd gehouden. Maar nu heeft hij van de Eerste Voorzitter van het Hof toestemming om over zijn carrière als Belgisch magistraat te vertellen, vooral over de als vernederend ervaren gang naar politici.

BRUSSEL, 1 NOV. Bij het Belgische Hof van Cassatie (het hoogste rechtscollege in België, te vergelijken met de Nederlandse Hoge Raad) heerst ergernis. De rechters zijn boos over het gedrag van politici, over het gebrek aan kwaliteit bij justitie, over een tekort aan geld en middelen. Sinds de zaak van kinderontvoerder Marc Dutroux in augustus aan het licht kwam, staan dagelijks klachten over het justitiële apparaat op de voorpagina's van de Belgische kranten. Soortgelijke klachten zijn te horen in het pompeuze Brusselse paleis van justitie waar het Hof van Cassatie is gevestigd. Een arrest half oktober van dat Hof zelf leidde tot vele protestdemonstraties. En de 'witte mars' in Brussel was een eensgezinde manifestatie van naar schatting driehonderdduizend Vlamingen en Walen tegen vermeende doofpotten bij de justitie.

Raadsheer Huybrechts wil niet praten over het arrest in verband met de zaak Dutroux, dat leidde tot de massale protesten. Hij is zelf niet bij deze zaak betrokken geweest. Hij zegt wel dat zijn collega's niet geweken zijn voor politieke druk die Belgische politici uitoefenden, die uit vrees voor protesten zeiden 'een creatieve oplossing' van het Hof van Cassatie te verwachten. In de Belgische pers zijn de rechters van het Hof, met hun plechtstatige rode toga's, beschreven als een elite gezelschap zonder contact met de realiteit van de Belgische samenleving.

De 56-jarige Luc Huybrechts woont in een statig herenhuis uit het begin van deze eeuw in de Antwerpse joodse buurt. “Ik deel de onvrede van het publiek over het gerechtelijk apparaat”, zegt hij. “Er zijn onder politieke druk ongeschikte mensen benoemd tot rechter. Mede daardoor is het systeem verziekt. Ook ik zou willen dat er een einde kwam aan de bemoeienis van politici met de benoeming van rechters. Verandering van het bestaande systeem vraagt zeer veel moed en burgerzin van gezagsdragers. Toch heeft de betoging in Brussel mij persoonlijk zeer geraakt. Als je bijna dertig jaar tot de magistratuur behoort, is het pijnlijk als je wordt beschuldigd van doofpotoperaties, cliëntelisme en juridische spitsvondigheden om bescherming te bieden aan moordenaars en verkrachters. Het publiek denkt zwart-wit. Als magistraten hebben we de fout gemaakt door nooit met onze kritiek op het gerechtelijk systeem naar buiten te komen. Die discretie is in de huidige wereld fout.”

Huybrechts, die sinds vier jaar bij het Hof van Cassatie zitting heeft in de Nederlandstalige Kamer voor strafzaken, waarschuwt tegen beschuldigingen zonder bewijzen. “Ik heb mij persoonlijk als burger zeer gestoord aan zaken die justitie nooit heeft opgehelderd. Maar een mislukt onderzoek in nog geen doofpot-affaire.”

Hij erkent dat het tot in de grondwet vastgelegde systeem van politieke invloed bij de benoemingen van magistraten, waaraan de Belgische regering na massale protesten nu halsoverkop een einde wil maken, een goede voedingsbodem is voor veronderstellingen over rechters die zich door politici laten beïnvloeden. Rechters die door de koning in een Hof van Beroep (een gerechtshof) worden benoemd, hebben volgens de grondwet zowel een voordracht van dat Hof nodig als van de provincieraad (provinciale staten). Een rechter kan pas bij het Hof van Cassatie worden benoemd, nadat zowel het Hof als het parlement hem heeft voorgedragen.

Al sinds 1970 is volgens Huybrechts vanuit het Hof van Cassatie geprotesteerd tegen het om politieke reden benoemen van onbekwame rechters. Hij citeert uit een schriftelijk verslag dat een magistraat in 1970 maakte van een gesprek met de toenmalige socialistische minister van Justitie Vranckx. De minister zei dat hij, net als rechters van het Hof van Cassatie, zijn reserves had over de kwaliteit van een nieuw benoemde rechter. Maar omdat er al tien jaar geen socialist was benoemd, stond hij onder zo grote politieke druk, verklaarde hij, dat hij deze niet heeft kunnen weerstaan. Sommige onvoldoende gekwalificeerde rechters - hij wil geen namen noemen - zijn volgens Huybrechts op hoge posten terechtgekomen. “Het verderfelijke is dat rechters niet afgezet kunnen worden. Wij torsen die niet gekwalificeerde politiek benoemden mee als een last bij de werking van het gerecht”, zegt hij.

Huybrechts is een van de 26 leden van het Hof van Cassatie. Hij wilde aanvankelijk advocaat worden. Maar juist toen hij op het punt stond definitief in de advocatuur te stappen, werd hem gevraagd substituut-procureur des konings (officier van justitie) in Antwerpen te worden. Hij besloot na lang aandringen de advocatuur te laten vallen.

Hij had aan de universiteit geleerd dat de magistratuur onafhankelijk was van de politiek. Maar toen hij bevorderd wilde worden tot eerste substituut en een ander die post voor zijn neus wegkaapte, ontdekte hij de werkelijkheid. De procureur des konings wilde hem niet als kandidaat voor die functie voordragen en verklaarde dat met: “Je hebt waarschijnlijk onvoldoende politieke steun.”

Niet bekend

Hij kon de plaatselijke politici slechts met moeite ervan overtuigen dat hij zich tot hun partij voelde aangetrokken, omdat hij een zeer onafhankelijke reputatie had. In 1984 werd Huybrechts in Antwerpen zonder politieke lobby substituut procureur-generaal, omdat geen andere collega solliciteerde. Hij is zijn collega's nog altijd dankbaar dat ze hem zo een kans boden.

Kort voordat hij substituut werd, was Huybrechts gevraagd of hij wilde overstappen naar de post van raadsheer bij het Hof van Beroep (gerechtshof) in Antwerpen. Huybrechts maakte de noodzakelijke rondgang langs provinciale politici. “Het was vernederend. Die mensen weten niet welk werk je doet.” De Provincieraad droeg hem echter niet voor. Hij vermoedt dat dat te maken had met zijn rechtlijnige aanpak van fiscale en economische delicten. In 1987 stelde het Hof van Beroep hem bovenaan de kandidatenlijst, maar gaven de provinciale politici opnieuw de voorkeur aan een andere raadsheer. Om hemzelf onduidelijke reden, hij durft er niet eens naar te gissen, was hij bij een derde sollicitatie de Provincieraad wel aanvaardbaar en werd hij benoemd.

Later werd hem gevraagd naar een zetel bij het Hof van Cassatie te solliciteren. Hem werd daarbij uitdrukkelijk verteld dat hij geen steun bij politici moest zoeken zolang het Hof van Cassatie zelf zich niet over een kandidatuur van hem had uitgesproken.

De zetels bij het Hof van Cassatie zijn regionaal verdeeld. De regionale Hoven van Beroep dienen kandidatenlijsten in. Het Hof van Cassatie kiest vervolgens wie mag komen solliciteren. Zo ging Huybrechts als 51-jarige in het Brusselse Paleis van Justitie bij alle leden van het Hof één voor één zijn opwachting gaan maken. Tot zijn opluchting was de ontvangst vriendelijk.

Vervolgens werd Huybrechts bij een geheime stemming van het Hof unaniem verkozen en voor benoeming voorgedragen. Daarna kwam de politiek. Huybrechts moest brieven schrijven aan alle leden van de Senaat om ze te verzoeken hem voor het Hof van Cassatie te willen voordragen. Veel senatoren reageerden positief en Huybrechts werd door een ruime meerderheid van de Senaat voorgedragen.

Huybrechts zegt nooit te hebben gemerkt, dat vanuit de politiek zou zijn getracht om hem te corrumperen. Hij zegt dat de rol van politici slechts een deel is van de vele problemen bij het Belgische gerechtelijk apparaat. Er is overbelasting en “wij zijn met de Grieken de laagstbetaalde rechters in Europa”, zegt hij. Bovendien bestaat er gebrek aan materialen als wetboeken, computers en nietmachines. En dan is er nog de ruzie tussen politiediensten. Er is zoveel mis dat een onderzoek volgens Huybrechts gemakkelijk kan mislopen zonder dat er sprake is van een doofpot.

    • Ben van der Velden