Pover belegde sandwich

Edwidge Danticat: Krik? Krak! Abacus, 224 blz. ƒ 23,95

Een aantal van deze verhalen werd al geschreven vóór Edwidge Danticats veelgeprezen debuut Adem, ogen, herinnering verscheen. Evenals in die opmerkelijke roman is Danticats thematiek beperkt tot een van wreedheid en kleurrijke folklore doortrokken jeugd in Haïti en het trauma van de verplaatsing naar het even veelbelovende als vreemde Amerika.

De bundel is als een smakelijke sandwich met pover beleg: hij bevat twee uitstekende verhalen, het eerste en het laatste, waartegen de rest tamelijk mager afsteekt. Kinderen van de Zee is de imaginaire dialoog tussen twee minnaars: een jongeman die omkomt bij zijn poging op een vlot vanuit Haïti Amerika te bereiken, en zijn meisje dat achterblijft in hun geboorteland waar de macoutes moorden en chanteren. Het is veel drama voor zo weinig pagina's, maar Danticat weet het gevaar van overdaad knap te bezweren met de taal der geliefden.

Het verhaal Caroline's Bruiloft, waarmee hij de bundel besluit, is misschien wel het beste dat Danticat totnutoe schreef. Het gaat opnieuw over een Haïtiaans gezin in Brooklyn, dit keer een koppige moeder en twee dochters. Zelden heb ik in kort bestek zo treffend de troosteloosheid van het immigrantenbestaan beschreven gezien.

Het doet denken aan de verhalen van Flannery O'Connor of aan een literair equivalent van de foto's van Diane Arbus, vooral in de beschrijving van een feestje (met als gasten de buurvrouw en twee vriendinnen) en van het moment wanneer de bruid op de heuglijke dag haar kunstarm aanschroeft. Armoedig, uitzichtloos, maar wel gedrenkt in de mythes van en de herinneringen aan het eiland waar ze vandaan komen.

De rest van de verhalen is van aanzienlijk mindere kwaliteit. Er is een bijna sprookjesachtige vertelling over een Haïtiaanse Ikarus, er is de getuigenis van een moeder die 's nachts mannen vermaakt en haar zoontje wijsmaakt dat het engelen zijn die op bezoek komen. Maar deze verhalen doen wat kinderlijk en stuurloos aan, het zijn vingeroefeningen van een jong talent die meer dan publicatie in een tijdschrift niet verdienen.

Maar in het steeds groter wordende koor van Caribische en Latijns-Amerikaanse schrijfsters die hun coming of age bezingen is Edwidge Danticat zeker een van de opmerkelijkste stemmen. Al blijft haar werk een soms wat hinderlijke sentimentaliteit houden en is ze met beeldtaal, humor en perspectiefwisseling beslist de mindere van de Cubaans-Amerikaanse Cristina García.

Danticat werd dit jaar door het tijdschrift Granta uitverkoren als een van de beste jonge Amerikaanse schrijvers, een waardevolle accolade van een zeer prestigieuze jury. Deze onevenwichtige bundel maakt die uitverkiezing niet helemaal waar; de ware test van Danticats schrijverschap komt waarschijnlijk pas wanneer ze zich waagt buiten het milieu en de ervaringen waaraan ze haar eerste twee boeken wijdde.