Op het nippertje ontsnapt aan de Koude Oorlog

Robert M. Gates: From the Shadows. The Ultimate Insider's Story of Five Presidents and How They Won the Cold War. Simon and Schuster, 604 blz. ƒ 59,10

James T. Patterson: Grand Expectations. The United States, 1945-1974. Oxford University Press, 829 blz. ƒ 68,80

De Koude Oorlog was de derde calamiteit die de wereld in deze eeuw trof. Hij onderscheidde zich van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog doordat in het nucleaire tijdperk de leiders, vrij naar Clausewitz, een hete grote oorlog niet langer als een geloofwaardige voortzetting van de politiek met andere middelen beschouwden. Hete oorlogen waren er genoeg, en in een aantal conflicten mengden de voornaamste antagonisten zich rechtstreeks. Maar op het strategische vlak hielden zij zich in, hoewel zij steeds weer bereid waren tot het aannemen van een gevaarlijke imponeerhouding met alle risico's vandien. Ook aan misverstanden en misrekeningen ontbrak het niet. Bovendien gingen momenten waarop dooi, ontspanning en toenadering voor de hand hadden gelegen, veelal ongebruikt voorbij. Pas laat in de jaren tachtig, ongeveer vanaf 1986, verdween de kilte langzaamaan. Zodat het een wonder mag heten dat het, op tragische episodes na, voor de meesten van ons nog tamelijk goed is afgelopen.

Containment kenmerkte de eerste fase van de Koude Oorlog. Dit plan om het Sovjet-communisme uit het vrije Europa te weren vloeide voort uit de analyses van de Amerikaanse diplomaat George Kennan. Wat Kennan precies voor ogen stond is moeilijk vast te stellen doordat de toonzetting van die analyses en zijn latere interpretaties ervan elkaar niet helemaal dekken.

Hoe het zij, Kennan zelf toonde zich ontevreden met de feitelijke containmentpolitiek, die leidde tot de oprichting van de NAVO, de bevestiging van de Duitse deling, het ontstaan van de Bondsrepubliek en (Duitse) herbewapening. Hij verliet voorgoed de diplomatieke dienst. Maar zijn boodschap van de gemiste kans heeft de geschiedschrijving sindsdien beïnvloed.De paranoïa van Stalin had volgens Kennan kunnen worden beantwoord met diplomatie in plaats van met een militair bondgenootschap.

Onbeheersbaar

Grand Expectations van James T. Patterson is veel meer dan een verhandeling over de Koude Oorlog. Zoals de titel van zijn boek aangeeft gaat het de auteur vooral om de grenzeloosheid van de voorstelling die de Amerikanen zich sinds de Tweede Wereldoorlog van hun toekomst hebben gemaakt. De grootsheid van hun verwachtingen speelde de Amerikanen parten, zowel in hun onderlinge relaties als in hun internationale betrekkingen. Zij, en met hen leiders als Kennedy en Johnson, konden zich jarenlang niet neerleggen bij het feit dat sommige problemen onbeheersbaar bleken, zelfs voor de Verenigde Staten. Het can do-optimisme ontnam Amerika herhaaldelijk het zicht op wat wèl haalbaar zou zijn geweest, speciaal in de betrekkingen met de Sovjet-Unie.

Pattersons boek (besproken in deze bijlage op 27 juli) is een compilatie van wat er op velerlei terreinen over de periode 1945-1974 is gepubliceerd. De auteur beschrijft een van de meest polemische episodes in de Amerikaanse geschiedenis, zonder zelf uitgesproken standpunten in te nemen. Maar de draad die door zijn boek loopt is de repeterende vaststelling dat het Amerika te dikwijls en te lang aan de nodige zelfbeheersing en werkelijkheidszin heeft ontbroken.

Trumans containment had de communistische zege in China niet kunnen voorkomen, evenmin als het door Stalin toegelaten avontuur van de communistische aanval op het zuiden van het Koreaanse schiereiland. Voor de ondoordachte geallieerde opmars naar de Jaloe, de rivier die Korea en China scheidt, betaalden de Amerikanen een hoge prijs tijdens zware gevechten met massa's interveniërende, in de Chinese burgeroorlog geharde revolutionaire strijders.

Het was na die ervaring verklaarbaar maar historisch gesproken niet onvermijdelijk dat de Republikeinse regering, gekozen op de belofte van vrede in Korea, naar de mogelijkheden greep die de nieuwe nucleaire technologie haar verschafte. In de praktijk bleek Eisenhowers strategie van de massieve nucleaire vergelding (massive retaliation) containmentpolitiek met andere middelen: vergelding kwam in voorkomende gevallen neer op afschrikking.

Intussen had Eisenhower de mogelijkheden van toenadering tot het regime in Moskou of tot Peking - Eisenhower was op de hoogte van de spanningen die tussen Russen en Chinezen waren ontstaan - ongebruikt gelaten. De dood van Stalin bood hem de kans de relaties met de Sovjet-Unie te verbeteren, de beëindiging van de oorlog in Korea de kans toenadering te zoeken tot Mao. De Amerikaanse suprematie was onomstreden en onderhandelingen hadden toen vanuit strategisch overwicht kunnen worden gevoerd.

Tijdens de Geneefse top van 1955, de eerste bijeenkomst van de leiders van Amerika en de Sovjet-Unie sinds de Potsdam-conferentie in 1945, heeft Eisenhower getracht, met een beroep op God, Chroesjtsjov te overtuigen van de verdienste van zijn open skies-plan - waardoor partijen inzicht zouden verwerven in elkaars militaire inspanningen. Maar de partijsecretaris veroordeelde het voorstel onmiddellijk als een doorzichtige poging tot spionage die de Sovjet-Unie definitief op achterstand zou zetten.

Later zouden U-2-spionagevliegtuigen de Russische skies voor de Amerikanen openen. De Russen ontdekten dat, maar beschikten aanvankelijk niet over voldoende afweer. De Amerikanen wisten een tijdlang niet dat hun spelletje in Moskou was doorzien. Totdat Chroesjtsjov met het neerhalen van een U-2 Eisenhower te kijk zette en een topconferentie torpedeerde. Nog weer later zouden satellieten Russen en Amerikanen over elkaars bezigheden informeren.

Het zaad van nieuwe antagonismen was gezaaid. De Sovjet-Unie was aan haar eigen strategische herbewapening begonnen, evenals de Britten, de Fransen en de Chinezen. Een mogendheid met aspiraties om door andere mogendheden serieus te worden genomen kon niet zonder de atoombom en de middelen om die naar keuze elders in de wereld te deponeren. Russen, Chinezen èn Amerikanen mengden zich bovendien in allerhande conflicten in wat de Derde Wereld werd genoemd, het produkt van dekolonisatie. Vanuit Washington beschouwd ging het om het bestrijden van de levensgevaarlijke samenzwering van het wereldcommunisme. Peking en Moskou zagen hun eigen inspanningen meer als pogingen zich te handhaven tegenover elkaar en tegenover het oppermachtige Amerika.

De proliferatie van atoomwapens buiten de eigen grenzen en de steun aan revolutionaire en contra-revolutionaire regimes en groepen leidden rechtstreeks naar de Cuba-crisis van oktober 1962. Een jaar eerder hadden voor het eerst Amerikaanse en Russische tanks dreigend tegenover elkaar gestaan - naar aanleiding van de bouw van de Berlijnse Muur. In Cuba kreeg de confrontatie een regelrechte nucleaire component. Zoals overigens pas jaren later in het Westen bekend werd, waren de Russen er in geslaagd hun tactische raketten op Cuba van atoomkoppen te voorzien op het moment dat president Kennedy zijn quarantaine van het eiland afkondigde en vervolgens Chroesjtsjov een ultimatum stelde.

Hot line

Zoals na crises en confrontaties vaker het geval was geweest, opende zich ook na 1962 de mogelijkheid tot toenadering. De hot line werd geïnstalleerd, een directe verbinding tussen het Kremlin en het Witte Huis. In 1963 kwam een verbod tot stand op bovengrondse kernproeven. Maar daarbij bleef het. De moord op Kennedy en de oorlog in Vietnam blokkeerden voor de komende jaren iedere kans op ontspanning. De domino-theorie scheen bewaarheid te worden: als Indochina communistisch werd zou de rest van Azië onvermijdelijk volgen. Een half miljoen GI's werden ingezet, een omvangrijke militaire operatie op het Aziatische vasteland zoals die na Korea een decennium lang voorgoed uitgesloten werd geacht.

Het was de tijd van de strategie van de 'afschrikking op basis van wederzijds verzekerde vernietiging' (mutual assured destruction, MAD), een doctrine ontwikkeld door Kennedy's minister van Defensie, Robert McNamara. Maar ook van de flexible response, een strategische innovatie, door generaal Maxwell Taylor uitgewerkt in zijn boek The Uncertain Trumpet. Tussen Moskou en Washington was een nucleair pat bezig te ontstaan - beide werden in staat geacht zelfs na het incasseren van een atoomaanval de ander te vernietigen. Aan conventionele (niet-nucleaire) strijdkrachten werd nu meer betekenis toegekend.

Vietnam bewees dat de strategie van de massieve vergelding in 'kleinere conflicten' niet werkte. Groene baretten, gevechtshelikopters, napalm, ontbladeringschemicaliën (Agent Orange) en snel inzetbare troepen vormden de annex die het nucleaire hiaat zou opvullen. Evenals in Korea voordien kostte deze aanpak meer Amerikaanse levens dan de publieke opinie wilde aanvaarden. De Vietnamese ervaring bepaalde het gedrag van Washington voor de rest van de Koude Oorlog - en daarna.

Het debacle in Indochina leidde naar een ontreddering en verdeeldheid aan het thuisfront zoals Amerika sinds de burgeroorlog honderd jaar eerder niet meer had meegemaakt. Vijandschap groeide tussen de twee grote partijen - met de vanuit het Witte Huis tijdens de verkiezingscampagne van 1972 op touw gezette inbraak in het hoofdkwartier van de Democratische partij in het Washingtonse Watergategebouw als absurd dieptepunt.

Het politieke verval in de Verenigde Staten dwong Washington aanvankelijk tot ontspanning (detente) met zijn internationale rivalen. Geleidelijk aan werden de troepen uit Vietnam teruggetrokken. In 1972 bracht Nixon een bezoek aan Moskou waar hij samen met partijleider Brezjnev voor het eerst de grondslag legde voor een programma van beheersing van de nucleaire bewapening (SALT-I). In een indrukwekkende dubbelslag zocht hij met succes in datzelfde jaar eveneens toenadering tot Peking. Weliswaar bleef de verhoopte druk van Russen en Chinezen op Hanoi om het wat kalmer aan te doen uit - in 1975 viel Saigon - maar het zichtbaar maken van de breuk in wat tot dan toe voor een monolitisch communistisch blok was versleten, had een strategische reikwijdte die het karakter van de Koude Oorlog voorgoed zou veranderen.

Intermezzo

Een voorbeeld van dat laatste geeft Robert M. Gates, afwisselend werkzaam in de CIA en als presidentieel adviseur in het Witte Huis, in zijn boek From the Shadows. Toen de islamitische revolutie in Iran eind jaren zeventig dit land voor de Amerikanen verloren deed gaan als luisterpost over wat er in de Sovjet-Unie omging, bleek Peking maar al te bereid de regering-Carter in het westen van China de nodige faciliteiten te verschaffen.

De periode-Carter was een kort, vierjarig, Democratisch intermezzo in een bijna een kwart eeuw overspannend Republikeins bewind (1969-1993). Carter is de geschiedenis ingegaan als een mislukkeling in de buitenlandse politiek. Zoals Truman China, en bijna Korea, had 'verloren', 'verloor' de zesde Democratische president in deze eeuw in de ogen van zijn critici Iran aan de mollahs en Afghanistan aan de communisten. Maar volgens Gates is Carter toen en later onderschat.

Carters pogingen de detente te doen herleven mislukten. SALT-II werd in 1979 op een topconferentie in Wenen getekend, maar het verdrag bleef zonder gevolgen. Gates die erbij was, zag hoe de Russische lijfwachten de doodzieke Brezjnev letterlijk naar de tafel moesten slepen waar de documenten gereed lagen. Zijn boodschap is duidelijk. Onder dergelijke omstandigheden was er met het Kremlin geen zaken te doen.

Veel werk maakt de auteur van de maatregelen die de president trof om de strategische strijdkrachten en de verdediging van Europa aan de nieuwe dreigingen uit het Oosten aan te passen. Veiligheidsadviseur Brzezinski speelde hierin een hoofdrol, maar zonder Carter zou het allemaal onmogelijk zijn geweest. De neutronenbom en de kruisraketten waren signalen waarmee het Witte Huis nerveus geworden Europeanen gerust trachtte te stellen. Met zijn ondersteuning van de mujahedeen in Afghanistan na de Russische inval, van Polens dissidenten (Walesa's Solidariteit), van de contras in Nicaragua tegen het sandinistische regime en van de regering in El Salvador tegen de revolutionairen daar legde Carter de grondslagen voor Reagans confrontatiepolitiek in de jaren tachtig.

De uiterste rechtervleugel van de Republikeinse partij was gedurende de Koude Oorlog altijd buiten de macht gehouden. Eisenhower was in 1952 weliswaar gekozen op een programma waarin de containmentpolitiek van Truman als 'immoreel' werd veroordeeld en waarin werd opgeroepen tot 'de bevrijding van de tot slavernij gebrachte volkeren van Oost-Europa'. Maar eenmaal in het Witte Huis bleek de generaal dit appèl vergeten: in 1956 bleef Eisenhower doof voor het hulpgeroep van de Hongaarse opstandelingen. In 1964 nomineerde de Grand Old Party ten langen leste een onversneden cold warrior, Barry Goldwater. Het bleek een misslag. President Johnson die de termijn van Kennedy had volgemaakt, won met een ongekend grote meerderheid.

Retoriek

De wrevel over de ontspanningspolitiek van Nixon, Ford en Carter was eind jaren zeventig ter rechter zijde nauwelijks minder intens dan de afschuw die in 1952 Truman ten deel was gevallen. De architect van de detente, dr. Henry Kissinger, werd in de omgeving van de gouverneur van Californië, Ronald Reagan, beschouwd als een verrader van de Amerikaanse zaak. Kissingers geleerdheid en extravagante persoonlijkheid versterkten nog de haat die hem daar ten deel viel. In de regering van Reagan die in januari 1981 aantrad, was er dan ook geen plaats voor dit symbool van een veracht en voorbij tijdperk.

Ronald Reagan in het Witte Huis betekende een waterscheiding in de Amerikaanse politiek. De nieuwe president veroordeelde de strategieën van zijn voorgangers als een politiek van verliezers. Met zijn karakteristiek van de Sovjet-Unie als een evil empire onderstreepte Reagan de onverzoenlijkheid die voortaan het Amerikaanse beleid zou kenmerken. In de praktijk borduurde hij voort op wat Carter was begonnen, maar de presidentiële retoriek verhoogde aanzienlijk de internationale spanning. De bondgenoten vooral vreesden dat Reagan het op een gewelddadige botsing liet aankomen waarin Europa het slachtoffer zou worden. Dat weerhield hen er overigens niet van in te stemmen met het zogenoemde dubbelbesluit dat voorzag in plaatsing op hun grondgebied van raketten voor het geval onderhandelingen met Moskou zouden mislukken. Uiteindelijk bleek men in Bonn en Den Haag meer geïmponeerd door de SS-20's die de Russen op West-Europa gericht hielden dan door de vocabulaire van het Amerikaanse staatshoofd. Het overleg met Moskou mislukte en met de plaatsing werd begonnen - ondanks massale protestbetogingen van de vredesbeweging.

Gates beschrijft 1983 als het gevaarlijkste jaar van de Koude Oorlog. Het was het jaar waarin Reagan tot veler verrassing, ook van een groot deel van zijn eigen adviseurs, het SDI (Strategisch Defensie Initiatief, ook wel Star Wars genoemd) had aangekondigd. Het ging om een science fiction-achtige verdediging vanuit de ruimte waarmee een atoomaanval op Amerika onmiddellijk zou kunnen worden geneutraliseerd. In het Westen klonken ongeloof en spot, maar de Russen, die zelf jarenlang aan een verdediging tegen raketten hadden gesleuteld, raakten uit hun evenwicht. Hoewel ook in Moskou weinig geloof werd gehecht aan de kansen op verwezenlijking van SDI, voorzagen zij een explosie van nieuwe Amerikaanse technologie waarop zij het antwoord schuldig zouden moeten blijven.

SDI en andere Amerikaanse wapenprogramma's, versterkt door Reagans vijandige schimpscheuten, hadden in het Kremlin de spanning opgevoerd. Toen de Sovjets later in dat jaar de nucleaire stafoefening van de NAVO Able Archer ontcijferden als de voorbereiding tot een atoomaanval op hun grondgebied, ontstond er regelrechte paniek. Maar, zoals Gates schrijft, op de hoofdkwartieren en bij de inlichtingendiensten in het Westen had men geen weet van de verbijstering die zich van de Russische leiders, partijsecretaris en oud-KGB-directeur Andropov voorop, had meester gemaakt. De NAVO-oefening werd volgens plan voltooid zonder dat iemand besefte langs welke afgrond men was gegaan. Waarom het Kremlin niet heeft geprobeerd de NAVO een slag voor te zijn,vertelt de auteur overigens niet.

In ieder geval past het incident in de rij bijna-botsingen als de Cuba-crisis, Kissingers strategische alarm (Nixon sliep) tijdens de oktoberoorlog van 1973 tussen Israel en Egypte en Syrië en de informatie die Brzezinski bereikte (Carter sliep) dat de Russen honderden raketten hadden gelanceerd (een fout van de computers van het strategische waarschuwingssysteem in Canada).

Wie sprak er ook al weer van de stabiliteit die de Koude Oorlog zo gunstig doet afsteken tegen de strubbelingen en veronderstelde chaos van nu? De Koude Oorlog was in werkelijkheid niet een onveranderlijk en onveranderbaar pat tussen Oost en West. En zeker dachten de leiders dat niet, hoewel zij van de beperkingen die de omstandigheden hun oplegden min of meer waren doordrongen.

Reagan onderkende, ook dank zij het inlichtingenwerk van de CIA, de zwakte van de Sovjet-economie. Die was bezig te bezwijken onder de last van de bewapening en van de onvolkomenheden van het communistische systeem. Reagans politiek richtte zich op drie fronten: de Sovjets de voordelen onthouden van economische betrekkingen, vooral die met het welvarende Westen, de Amerikaanse bewapening met behulp van nieuwe technologieën (SDI) zo versterken dat het Kremlin de onmogelijkheid zou gaan inzien om gelijke pas te houden, en de steun opvoeren aan dissidenten en aan vrijheidsstrijders overal waar die bereid waren het de Russen moeilijk te maken.

Apotheose

Volgens Gates zou Reagan niet zo snel in zijn opzet zijn geslaagd als niet Gorbatsjov op het toneel was verschenen. De nieuwe partijsecretaris was doordrongen van de noodzaak tot liberalisering en hervorming en onderkende dat voortzetting van de confrontatie met de Verenigde Staten zijn beleid bij voorbaat zou doen mislukken. Aan de miljarden roebels verslindende overbewapening en bevrijdingsoorlogen diende een einde te worden gemaakt. Maar Gorbatsjov wilde ook vasthouden aan de leninistische beginselen. De tweespalt in zijn denken en handelen, meent Gates, leidde tot een zo grote verwarring binnen de Sovjet-maatschappij dat een spoedige catastrofe onvermijdelijk leek. Althans, dat rapporteerde de CIA aan het Witte Huis.

Het tijdperk-Reagan mondde tot veler verbazing uit in een duurzame ontspanning.In Reykjavik toonden de leiders elkaar hun angst voor de consequenties van het nucleaire tijdperk. Hoewel daar het wederzijdse wantrouwen nog de doorslag gaf, bleven de gevolgen niet uit. Dooi trad in. Het ene akkoord na het andere kwam tot stand. Wapensystemen die onmisbaar hadden geschenen, werden verschroot. Andere werden in omvang gereduceerd.

De apotheose voltrok zich onder president Bush, de enige naoorlogse president die in de relaties met Moskou meer dan gemiddelde zelfbeheersing toonde. Het was volgens Gates aan Bush en Gorbatsjov samen te danken dat toen het Sovjet-imperium in Oost-Europa eenmaal instortte, dat vrijwel geweldloos gebeurde. Duitsland werd verenigd binnen de NAVO. De Sovjet-Unie viel uiteen. Gorbatsjov vertrok zoals hij gekomen was: het laatste raadsel in de aan raadsels rijke geschiedenis van de Koude Oorlog.