Op beschermde markt mogen de postzegels niet duurder worden

Het gaat goed met tante Pos. Het bedrijf maakt als één van de weinige postbedrijven in de wereld winst, veel winst zelfs. In 1995 bedroeg de winst twintig procent van het geïnvesteerde vermogen, 833 miljoen gulden.

Bovendien heeft het moederbedrijf van PTT Post, KPN, onlangs uitgebreid en met trots aangekondigd dat het van plan is het Australische TNT te kopen voor de lieve som van 2,7 miljard gulden. Veel minder ophef werd een paar weken geleden gemaakt over de verhoging met een dubbeltje van de tarieven voor postkaarten en los drukwerk.

Bij het horen van dergelijke miljoenenbedragen krabt iedere weldenkende Nederlander zich eens extra achter de oren. Met wie concurreert PTT Post eigenlijk? Zeker op het moment dat het bedrijf aankondigt de tarieven te verhogen, is deze vraag relevant, want PTT Post is een bijzonder bedrijf. Toen het kabinet, in het kader van de liberalisering van de telecommarkten, besloot PTT Telecom te verzelfstandigen en privatiseren is PTT Post in dit proces eenvoudig meegenomen.

Het bedrijf stond en staat er goed voor. Er is grote vooruitgang geboekt in de automatiseringsprocessen rondom de postverwerking, de service aan de klant is van hoog niveau en de inzet van postbestellers en het overige personeel voldoet steeds meer aan de eisen van deze tijd.

Toch blijft er iets wringen. Hoewel het bewonderenswaardig is dat PTT Post zich deze inspanningen heeft getroost zonder de prikkel van de markt echt te voelen, blijft de vraag aan wie de revenuen van deze efficiency-operaties uiteindelijk ten goede komen.

Hoewel een deel van de activiteiten van PTT Post in concurrentie plaatsvindt, komt het grootste deel van de winst rechtstreeks uit de concessie-activiteiten. Dat zijn de activiteiten waarvoor PTT Post een wettelijke monopoliepositie heeft; het in het hele land bezorgen van brieven tot vijfhonderd gram.

Hoewel het Nederlandse kabinet en een meerderheid in de Tweede Kamer er al jaren op aandringen dat de postmarkt in de Europese Unie moet worden geliberaliseerd, blijven landen als Frankrijk en Duitsland zich daartegen fel verzetten. Aangezien hun postbedrijven sterk zijn verouderd, zouden zij om de concurrentie aan te kunnen grote efficiency-operaties moeten starten die tot verlies van werkgelegenheid zouden leiden.

De nationale postbedrijven worden dus tegen concurrentie beschermd. PTT Post staat daarentegen te trappelen om de Europese markt op te gaan. Zolang dat niet kan breidt het bedrijf de activiteiten op wereldschaal uit, bijvoorbeeld door de overname van TNT.

Desondanks blijft het de vraag of Nederland dan niet alleen in eigen land de markt zou kunnen opengooien voor bedrijven uit die landen waar de markt ook is geliberaliseerd (reciprociteit). Tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie zou minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat de liberalisering van de postmarkt hoog op de politieke agenda moeten zetten. Ondertussen kunnen dan in Nederland de stadspostdiensten een eerlijke kans krijgen, zodat PTT Post een betere prijsprikkel krijgt.

Punt van discussie is dan wel of de concessie moet worden afgeschaft. De concessie geeft immers niet alleen rechten, maar ook plichten (voor iedereen in het hele land tegen gelijke voorwaarden en prijzen brieven en pakjes vervoeren). Als de verzorging hiervan al een probleem is dan zijn hiervoor verschillende oplossingen.

Ten eerste zouden, zoals bij het openbaar vervoer, de onrendabele gebieden tegen een zo laag mogelijk subsidiebedrag kunnen worden aanbesteed. Ten tweede kan, zoals bij de telecommunicatie, door marktpartijen een fonds worden gevormd waaruit de dienstverlening in de onrendabele gebieden wordt bekostigd. Ten derde kan de overheid besluiten de universele dienstverlening nog een tijdje door de dominante marktpartij, in casu PTT Post, te laten vervullen.

Zolang deze situatie nog niet actueel is lijkt er geen enkele reden te zijn voor PTT Post de tarieven te verhogen. Vorig jaar ging een brief tot twintig gram in Europa van negentig naar honderd cent en in 1993 gingen briefkaarten binnen Nederland van zestig naar zeventig cent. Nu heeft PTT Post weer een prijsverhoging aangekondigd. Als PTT Post de tarieven voor brieven en kaarten zo graag wil harmoniseren dan kan het bedrijf, gezien de winst, net zo goed de postzegels voor brieven tien cent goedkoper maken.

Bij gebrek aan concurrentie is het de taak van de minister druk op de prijzen te houden. Weliswaar mag PTT Post de tarieven gelijke tred laten houden met de ontwikkeling van de loonkosten, maar het is toch de vraag of, gezien de enorme winst die het bedrijf op de concessiemarkt maakt, dit criterium niet moet worden aangescherpt.