Ook in buitenland wordt gedoogd

DEN HAAG, 1 NOV. Gedogen is 'de andere kant opkijken als het moet'. Zo omschreef The Economist twee weken geleden dit typisch Nederlandse verschijnsel, bij gebrek aan een Engels equivalent.

Zo typisch Nederlands is gedogen niet, zegt minister Sorgdrager (Justitie). Ook in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk gedoogt de overheid wetsovertredingen. Sorgdrager schreef een speciale nota om een antwoord te formuleren op de vraag hoe het valt te rijmen dat de overheid wetten maakt, terwijl diezelfde overheid overtredingen ervan door de vingers ziet, zoals bij softdrugs, of het milieu, of zelfs strafuitsluitingsregels ontwerpt voor strafbare feiten, zoals bij euthanasie of hulp bij zelfdoding.

Hoewel gedogen de laatste jaren steeds meer ter discussie is gekomen, bestaat het verschijnsel al eeuwen, zo blijkt uit een literatuuronderzoek van de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit, in opdracht van Sorgdrager. Al in de zeventiende eeuw werden bordelen in Amsterdam gedoogd zolang van buiten niet te zien was dat het bordelen waren en er geen overlast werd veroorzaakt. Totale uitbanning van prostitutie, zo vreesde het stadsbestuur, zou tot meer kwaad (verkrachtingen) leiden.

Gedogen ontstaat uit een afweging van belangen, stelt minister Sorgdager. Er zijn gevallen denkbaar waarin het handhaven van de wet meer schade berokkent dan de overtreding. Zo is een afvaltransporteur gebonden aan regels voor de hoeveelheid afval en een maximale opslagduur. Als die regels worden gehandhaafd terwijl de transporteur het afval niet kwijt kan wegens een storing bij het afvalverwerkingsbedrijf, doet zich een uitzonderingssituatie voor. Ook overgangssituaties leiden vaak tot gedogen. Dat gaat op bij nieuwe milieuwetten met ingrijpende gevolgen voor bedrijven. Zolang zij redelijkerwijs niet kunnen inspelen op de nieuwe situatie, biedt gedogen een ideale ontsnappingsclausule.

In het buitenland wordt het Nederlandse gedogen meestal in verband gebracht met het drugsbeleid. Volgens de Opiumwet is de handel in verdovende middelen verboden. Toch gedoogt de overheid de handel in softdrugs onder een aantal voorwaarden omdat “het achterliggende belang beter is gediend met gedogen”. Tegen coffeeshops die zich aan de criteria houden (zoals het verhandelen van kleine hoeveelheden softdrugs, geen verkoop van harddrugs) wordt niet opgetreden omdat het belang van de volksgezondheid prevaleert boven het belang van een strikte handhaving van de Opiumwet, stelt Sorgdrager.

Het kabinet gaat er daarbij vanuit dat softdrugs, legaal of illegaal, toch hun weg naar het publiek zullen vinden. Zolang dat via coffeeshops gebeurt bestaat er een vorm van controle en is de kans dat gebruikers in aanraking komen met harddrugs kleiner. Legalisering van softdrugs bleek vorig jaar onmogelijk omdat dat in strijd is met de internationale verdragen - en “omdat het buitenland daar nog niet klaar voor is”, zei Sorgdrager eens.

In haar nota verdedigt zij de uitzondering op haar regel dat de duur van het gedogen moet worden beperkt met de stelling dat “gedogen voor langere tijd aanvaardbaar kan zijn zolang geen structurele verbetering van de wettelijke norm mogelijk is”. Dat geldt al twintig jaar voor het softdrugsbeleid en al ruim driehonderd jaar voor het bordeelverbod. Inmiddels heeft Sorgdrager een wet geschreven waarin bordelen worden gelegaliseerd.

Ook het niet-vervolgen van artsen bij euthanasie of hulp bij zelfdoding van ernstig zieke patiënten is in feite een vorm van gedogen. Bij de euthanasieregeling wordt, in tegenstelling tot het gedoogbeleid inzake de verboden op drugs of bordelen, de strafbaarheid van het handelen in alle individuele gevallen getoetst aan de hand van criteria die door jurisprudentie zijn ontstaan. Het OM maakt bij niet-vervolging gebruik van het opportuniteitsbeginsel, dat in 1926 in de wet werd vastgelegd. Dat houdt in dat het OM niet verplicht maar bevoegd is tot vervolging over te gaan. In een individueel geval kan worden besloten de zaak niet voor de rechter te brengen.

Gedogen komt niet alleen voor in Nederland. Ook in Duitsland, Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten bestaan woorden voor gedogen. De meeste van die landen kennen een vorm van gedogen in het bestuursrecht. Zo kent het Verenigd Koninkrijk forbearance, het afzien van handhaving van bijvoorbeeld een milieu-overtreding, in ruil voor de toezegging dat de overtreding op de langere termijn ongedaan wordt gemaakt. Ook in de Verenigde Staten wordt dit instrument toegepast. In Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk geldt net als in Nederland het opportuniteitsbeginsel. Niet-vervolgen gebeurt in veel landen, waaronder Engeland en Frankrijk bij minder ernstige zaken als dronkenschap, prostitutie of het bezit van drugs voor eigen gebruik. In Engeland en Wales geeft de politie vaak formele waarschuwingen (cautions) of boetes bij dergelijke delicten. In Frankrijk worden alle zaken wel bij de officier gemeld, maar volgens statistieken wordt ongeveer de helft van de gewone misdrijven geseponeerd.

    • Rob Schoof