Misdaadroman vol zelfonderzoek

René Appel: Geweten. Bert Bakker. 304 blz. ƒ 34,90

Een slecht huwelijk is wel het minste waarmee René Appel zijn personages graag opzadelt. Net als de rijschoolhouder uit zijn vorige misdaadroman Tegenliggers (1995), moet de failliete zakenman uit Geweten vaststellen dat hij en zijn vrouw elkaar nog maar weinig te zeggen hebben. Nadat hij drie maanden werkloos heeft thuisgezeten en daarmee onbedoeld zijn huwelijk de genadeklap heeft gegeven, besluit hij zijn leven te hernemen. Dat wil zeggen: het leven van voor het huwelijk, dat veertig jaar heeft geduurd.

De aanleiding vormt de naderende Bevrijdingsdag, midden jarig negentig, die hem doet terugdenken aan de eerste in 1945, en aan de periode daarna. Een onfortuinlijke periode, die hij het liefst voorgoed uit zijn geheugen had gewist. Maar zijn geweten speelt hem, vijftig jaar na de bevrijding, alsnog parten. De titel van de roman is dubbelzinnig. Geweten kan gelezen worden als zelfstandig naamwoord, als het geweten dus, maar ook als voltooid deelwoord. Het gaat hier om zaken die de hoofdpersoon ooit moet hebben geweten, of op z'n minst had kùnnen weten, maar die hij naderhand heeft verdrongen.

Veel meer dan in Tegenliggers, dat het vooral van zijn ingenieuze en spannende plot moest hebben, draait het in Geweten om de psyche. Hoofdpersoon Peter begint zich langzaam te realiseren dat hij tientallen jaren een zombie-achtig bestaan heeft geleid als directeur van een bedrijf in elektra. 'Enkelpolige schakelaars, dubbelpolige, wisselschakelaars, serieschakelaars. Dat was mijn leven geweest', stelt hij laconiek vast. Als hij eenmaal besloten heeft met het verleden in het reine te willen komen, wordt hij als het ware steeds verder zijn bewustzijn ingetrokken. Het is deze psychologische component die het boek een extra dimensie geeft en die, vermoed ik, ook borg wil staan voor het literaire gehalte ervan. Geweten is nadrukkelijk aangekondigd als een literaire misdaadroman.

Overdreven literair zou ik hem overigens niet willen noemen. De stijl is vlak en zakelijk en schiet ook op de meest dramatische momenten nergens uit de slof. Het verhaal zelf is, hoe spannend ook, betrekkelijk simpel en overzichtelijk en stelt geen hoge eisen aan concentratie, geheugen of inlevingsvermogen van de lezer. Mooi is wel de opbouw: heden en verleden wisselen elkaar per hoofdstuk af om ten slotte, in de allerlaatste bladzijden, met elkaar ter worden verenigd. Bovendien loopt het op het nippertje nog goed af en mag de hoofdpersoon zich verheugen in nieuwe levensperspectieven.

De roman speelt zich voor de helft af in het eerste jaar jaar na de bevrijding in 'een stadje' aan het IJsselmeer. René Appel is erin geslaagd een benauwende naoorlogse atmosfeer op te roepen, die allerminst bevrijd aandoet. Vooral niet voor opgroeiende kinderen. De 17-jarige Peter maakt deel uit van een groepje van zes bijna onafscheidelijke vrienden en vriendinnen, dat zich steeds meer gaat afzetten tegen de bekrompen wereld van de volwassenen: 'Tegenspraak was onmogelijk', verzucht een van hen naderhand. 'Ze stelden je voor voldongen feiten, ontsnappen was uitgesloten. Ze hadden de wereld op hun manier ingericht, en jij moest je daarbij aanpassen, een uitweg was er niet. Tenminste, dat dachten ze.' De opstand tegen deze autoritaire orde begint met kleine overtredingen. Gaandeweg worden de acties brutaler, gevaarlijker ook, en de stemming steeds bedrukter. Ten slotte loopt alles uit de hand en vallen er zelfs doden. De ware toedracht daarvan wordt nooit vastgesteld. Vijftig jaar later wil Peter die alsnog achterhalen, hetgeen uiteindelijk lukt.

Aangenaam huiveringwekkend zijn de locaties die Appel koos: de donkere zolder van een papierfabriek, een kille bunker en een vuurtoren. Zijn talent schuilt - behalve in een gewiekste compositie en subtiele, criminele details - in levensechte dialogen en een prettig nuchtere toon. Aardig is ook dat hij niet alleen teruggrijpt naar vroeger, maar dat hij ook de actualiteit van de jaren negentig mee laat resoneren in het boek. Zo verwerkte hij de schokkende geschiedenis van het Britse jongetje dat door twee oudere kinderen werd vermoord. Ook Bosnië komt erin voor, Herman Finkers, en de Europacup-overwinning van Ajax. En als brug tussen misdaadroman en echte literatuur, zo lijkt het, duikt de naam Hermans nog even op. Maar de held van Appel is kennelijk niet zo'n lezer. Op de vraag van een jeugdvriendin of hij wist dat Hermans pas was overleden, antwoordt hij: 'Hermans? Zat die bij ons op school?'

Hoge intellectuele pretenties heeft Appel niet met zijn nieuwe misdaadroman. Wel maakt hij op een bijzonder onderhoudende en bij vlagen bloedstollende manier duidelijk, dat op den duur geen mens kan leven met een slecht geweten.

    • Janet Luis