Kindervreugd

Ach, mijn kwade hart bezwijkt

Als zij alleen maar naar mij kijkt.

De leugenaar, hij staakt het liegen

En de bedrieger het bedriegen;

Gifmengers gooien grif

In de gootsteen al hun gif.

De rovers houden op met roven

En komen beterschap beloven;

De dieven houden op met stelen

En de tyrannen met bevelen.

De zieke voelt zijn hart weer slaan

De zwerver neemt zijn kind weer aan.

O zie O zie hoe zwak wij zijn!

Hoe zwak, hoe nietig en hoe klein.

    • Rudy Kousbroek