Kamer akkoord met onderzoek Srebrenica

DEN HAAG, 1 NOV. De regeringsfracties in de Tweede Kamer steunen het kabinetsplan om het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie (RIOD) een onderzoek te laten doen naar de val van Srebrenica en de rol van Dutchbat en VN-partners als de VS en Frankrijk daarbij.

De fracties zijn niet optimistisch over de kans dat dat onderzoek voldoende helderheid zal brengen voor een eindoordeel over de politieke en militaire verantwoordelijkheden voor de overrompeling van de moslimenclave door het Bosnisch-Servische leger in juli 1995.

De oppositiefracties (CDA, GroenLinks, GPV, SGP) betwijfelen het nut van het RIOD-onderzoek. Zij menen voorts dat de geschatte duur - twee tot drie jaar - een tijdig debat over de verantwoordelijkheid van de zittende ministers Voorhoeve (Defensie) en Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) onmogelijk maakt. Dit bleek gisteren in een discussie van de vaste Kamercommissie voor buitenlandse zaken met Van Mierlo, Voorhoeve en minister Ritzen (Onderwijs), onder wie het RIOD ressorteert.

Afgelopen zomer is uit Van Mierlo's sonderingen bij “belangrijke leden” van de Veiligheidsraad gebleken dat er geen kans is op het door de Kamer gevraagde internationale VN-onderzoek. De oppositie vreest nu dat in het 'nationale' onderzoek van het RIOD, waartoe het kabinet vervolgens besloot, de internationale dimensie door gebrek aan medewerking van VN-partners dus ook zal ontbreken. Een punt van kritiek is voorts dat het RIOD een “historisch-wetenschappelijk onderzoek” verricht, wat volgens de CDA'er De Hoop Scheffer en de GPV'er Middelkoop geen bruikbare “waarheidsvinding” kan opleveren. Ook de VVD staat sceptisch tegenover het onderzoek. VVD-woordvoerder J.D. Blaauw had liever een VN-onderzoek gezien.

Pagina 3: Onderzoek volgens oppositie nutteloos

In een VN-onderzoek hadden volgens Blaauw bijvoorbeeld ook VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali en generaal Janvier, de toenmalige commandant van de VN-eenheid in Bosnië, gehoord kunnen worden. Over Janvier wordt beweerd dat hij Dutchbat juli '95 geen luchtsteun wilde geven. Blaauw wil in graag weten welke landen of buitenlandse instanties medewerking weigeren aan het RIOD-onderzoek.

PvdA'er Valk wees erop dat een “gedegen onderzoek” veel tijd gaat vergen. Voor een tijdig debat over de verantwoordelijkheden van de zittende ministers zou een tussenrapport kunnen worden uitgebracht, zo suggereerde hij. De Hoop Scheffer en Middelkoop vroegen hem daarna spottend hoe hij zich een tussenrapport in een wetenschappelijk-historisch onderzoek voorstelde.

GPV'er Middelkoop verweet andere Kamerfracties dat zij, sinds begin dit jaar speculaties de ronde gingen doen doen over machinaties rond de val van Srebrenica, “in een sfeer van hypocrisie” om een parlementair onderzoek en zelfs een parlementaire enqûete vroegen, zonder daaraan ooit politieke consequenties te verbinden. “We hebben geen historisch-wetenschappelijk onderzoek nodig, maar rechercheurs die nieuwe feiten leveren”, zo stelde de GPV'er. Minister Voorhoeve, “zelf de hoofdpersoon die gaat over Dutchbat”, moest naar zijn mening de verantwoordelijkheid voor de Riod-opdracht aan een ander laten, dan wel aftreden. CDA'er De Hoop Scheffer noemde de Riod-opdracht “een zwaktebod” en een “onbegaanbare weg”.

Minister Van Mierlo bestreed de kritiek dat hij nooit werkelijk voor een VN-onderzoek had gevoeld. Op het verwijt dat hij “meer druk” op de VN-partners had moeten uitoefenen, antwoordde de minister dat Den Haag bij toekomstige vredesmissies nog met VN-partners moet kunnen samenwerken. Na de negatieve uitkomst van de sonderingen had het kabinet een discussie gevoerd onder het motto: “we kunnen toch niet besluiten om verder niets te doen?”, aldus Van Mierlo. Zo ontstond het idee het RIOD een onderzoek te laten doen.