Industriebeleid

Bij alle politiek-economische discussies vallen ruwweg twee soorten deelnemers te onderscheiden: de verdedigers van de gevestigde orde en de vernieuwers. De eerste groep is steevast in de meerderheid en dat maakt de verandering van Nederland tot een vermoeiend en tijdrovend proces. De verdedigers van de gevestigde orde zitten overal.

Zij sluiten kongsi's, doen aan machtsvorming en lobbyen tot ze erbij neervallen. De vernieuwers staan vaak alleen. Het gaat daarbij om nieuwkomers op een markt die nog niet bestaat, of waarvan het bestaan onbekend is (zoals tot voor kort Libertel bij mobiele telefonie en Vancom bij het busvervoer). In elk geval zijn de vernieuwers zelden of nooit georganiseerd. Zij sluiten geen kongsi's, doen niet aan machtsvorming of lobby's en daarom is hun strijd bij voorbaat hopeloos. Tenzij de verdediger van het algemeen belang, de overheid, zich hun lot aantrekt en door de verdedigingslinies van de gevestigde orde weet heen te breken. Dat laatste is zelden het geval.

Voorbeelden te over: bij apothekers, notarissen, gezondheidszorg, stads- en streekvervoer, spoorwegen, energiebedrijven, taxivervoer, telecommunicatie. Overal proberen belangenverenigingen en betrokkenen in wisselende coalities met andere organisaties veranderingen tegen te houden. Een enkele maal lukt dat niet, zoals bij de wijziging van de Winkeltijdenwet. Een wonderlijke coalitie van vakbonden, middenstanders, christen- en sociaal-democraten legde het daarbij af tegen de minister van Economische Zaken (gesteund door VVD en D66 in de Tweede Kamer). Winkelen is nu tot laat in de avond toegestaan en levert zowaar nog extra banen op ook.

De gevestigde orde zorgt voor een tweedeling in onder meer de politiek. Deskundigen op deelterreinen worden door het georganiseerde deelbelang als het ware gegijzeld. Zij zijn voor hun informatie afhankelijk van dat deelbelang en ontlenen er daar hun macht aan. Als voorbeeld kan het PvdA-Kamerlid Rob van Gijzel worden genoemd. Deze deskundige op het terrein van verkeer en waterstaat staat hoog op de telefoonlijst bij monopolisten als de NS en VSN Groep. Hij neemt vaak herkenbare standpunten in.

De weinige change agents zijn Lone Rangers. Toch vechten zij vaak voor een grote groep. Als minister Wijers op de bres staat voor het openbreken van allerlei kartels en monopolies en voor verruiming van winkeltijden dan wil hij hiermee het belang van een grote groep consumenten dienen. Die zijn gebaat bij lagere prijzen en betere dienstverlening. Onderzoek wijst uit dat dit doel het best gediend is met concurrentie, waarbij meer aanbieders van goederen en diensten twisten om de gunst van de klant. De minister van Economische Zaken vecht als Lone Ranger niet alleen tegen de georganiseerde deelbelangen, maar soms ook tegen collega's in het kabinet. Zelfs al zijn die van dezelfde partij of een verwante ideologische stroming. Zo is het traditie bij de ministeries van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken om bij veranderingsprocessen de betrokkenen te raadplegen. Zo probeerde minister Jorritsma (VVD, Verkeer en Waterstaat) het eens te worden met taxibedrijven over deregulering, met name over de afschaffing van de gehanteerde eenheidsprijzen. Het netto resultaat van al dit overleg is onthutsend. Na zestien maanden overleggen is een hoop papier geproduceerd, maar is nog geen taxi vrij.

Bij de poging meer concurrentie in het stads- en streekvervoer te krijgen wordt eveneens veel overlegd en wordt ook veel papier geproduceerd. Maar het geduld van Jorritsma raakt hier (net als bij de taxi's) op. Het klimaat wordt rijp voor robuuster optreden. Dat zal er overigens niet toe leiden dat de politiek opzij stapt en volledig vrije marktwerking toestaat. Politici van alle partijen willen dat iedereen overal tegen dezelfde prijs kan worden vervoerd.

Minister Wijers en zijn ambtenaren (daarin gesteund door minister Zalm van Financiën en af en toe ook door premier Kok) zijn geporteerd voor vrije marktwerking, zolang die ten minste niet indruist tegen het algemeen belang. Dat blijkt niet alleen uit de opstelling van de minister tegenover allerlei monopolies en prijskartels, maar ook uit het ontbreken van industriebeleid.

Wijers wil niet al te veel geld in de herstart van het failliete Fokker steken. Als er met de bouw en verkoop van vliegtuigen geld valt te verdienen, dan moet het bedrijfsleven daartoe het initiatief nemen en opdraaien voor het leeuwendeel van de kosten, meent hij. Voor de overheid is hoogstens een aanjaagfunctie weggelegd. Daar zijn dan hooguit enkele honderden miljoenen guldens mee gemoeid, geen miljarden.

Net als bij de kartels en monopolies gaat het hier om de keuze uit twee mogelijkheden. Ofwel de overheid doet niks en laat de markt haar werking doen, ofwel de overheid bemoeit zich gedetailleerd met alles. Maar dat laatste vereist een opstelling die de Nederlandse overheid nooit heeft gekend. Een duidelijk sturend en geld verslindend industriebeleid vereist heldere doelstellingen, een lange-termijnvisie en criteria waaraan het beleid kan worden getoetst. De Algemene Rekenkamer concludeerde deze week in een rapport over bedrijvensteun dat hiervan in het verleden geen sprake is geweest. Volgens Wijers zal daar in de toekomst ook geen sprake van zijn. Dat blijkt uit zijn opstelling bij de onderhandelingen met Samsung Aerospace over Fokker. Wijers stemt alleen in met overname als Samsung opdraait voor het leeuwendeel van de kosten en als daar voor Nederland duidelijke baten in de vorm van banen en inkomens tegenover staan.

    • Frank van Empel