Illegaal fotograferen; Bij de dood van Fritz en Ingeborg Kahlenberg

De fotograaf Fritz Kahlenberg verzamelde in 1944 in Amsterdam dertig illegale fotografen en filmers om zich heen, om samen de ophanden zijnde bevrijding te documenteren. Vorige maand overleden Fritz Kahlenberg en zijn vrouw Ingeborg, met wie hij samenwerkte, in New York.

The Illegal Camera, 1940-1945, The Jewish Museum, 1109 Fifth Avenue, New York, tot 1 dec. Het boek 'De illegale camera 1940-1945. Nederlandse fotografie tijdens de Duitse bezetting' (V+K Publishing Naarden, 1995) van Flip Bool en Veronica Hekking is uitverkocht.

'Op initiatief van Fritz Kahlenberg vormde zich in het laatste jaar van de oorlog een groep van fotografen, vaklieden en amateurs, met het doel de gevolgen van de bezetting fotografisch vast te leggen', luidt de aanhef van een 25-regelige tekst in het legendarische boek Amsterdam tijdens de Hongerwinter uit 1947. In 1970 schreef fotograaf Cas Oorthuys in de inleiding van zijn boek 1944 tot 45 het laatste jaar: '... om tot fotograferen te komen was een prachtig mens als Fritz Kahlenberg nodig, een man die het in Duitsland had meegemaakt, een Duitse jood - een vervolgde'.

Lange tijd bleef het bij deze paar regels als eerbewijs aan de man die - ondergedoken op een zolderkamer aan de Michelangelostraat 36 - met de voormalig dienstplichtig militair Tony van Renterghem rond Dolle Dinsdag het initiatief nam tot de vorming van een groep Amsterdamse fotografen en filmers om de algemeen verwachte bevrijding fotografisch te documenteren. Toen de bevrijding echter uitbleef en nog vele barre maanden op zich liet wachten, richtten de inmiddels georganiseerde fotografen - onder wie Emmy Andriesse, Charles Breijer, Marius Meijboom, Cas Oorthuys, Hans Sibbelee, Kryn Taconis en Ad Windig - hun camera op het leven en lijden van de Amsterdamse bevolking tijdens de Hongerwinter. Dit ondanks het op 20 november 1944 uitgevaardigde verbod om buitenshuis te fotograferen. Later kreeg deze groep bekendheid als 'De Ondergedoken Camera' naar de gelijknamige fototentoonstelling die drie weken na de bevrijding werd ingericht in het atelier van Marius Meijboom.

Fritz Kahlenberg had zijn handen vol met de organisatie van de circa dertig fotografen en filmers die deel uitmaakten van de groep. Zij wisten niet waar hij woonde en kenden hem slechts onder de naam Joop van Deth, met als beroep godsdienstleraar. Door zijn uiteenlopende verzetsactiviteiten fotografeerde Fritz Kahlenberg tijdens de Hongerwinter zelf niet op straat. Hij nam vooral foto's van situaties binnenshuis, waar geen buitenstaanders weet van mochten hebben. Zijn actieradius lag rond de Michelangelostraat 36 en zijn eigen foto's werden voor het eerst gepresenteerd op de tentoonstelling De illegale camera 1940-1945. Nederlandse fotografie tijdens de Duitse bezetting (Amsterdams Historisch Museum, 1995) en gepubliceerd in het daarbij verschenen, gelijknamige boek. Zij tonen onder andere het Sinterklaasfeest van 1944 met een huis vol onderduikers, een gedropte marconist tijdens zijn radiocontact met Londen, wapentransporten en de aansluiting van het pand op het illegale telefoonnet 'Brandt'.

Een keuze uit deze tentoonstelling is nu tot 1 december te zien in het Jewish Museum in New York. Tijdens de persconferentie trad Fritz Kahlenberg voor het laatst persoonlijk in de schijnwerpers. Zijn echtgenote lag toen al in het ziekenhuis en door een nieraandoening was hij zelf zichtbaar verzwakt. Maar zijn twinkelende ogen en fijne humor waren als vanouds. Tot verbazing van de Amerikaanse journalisten toverde hij tijdens deze persconferentie talloze Duitse documenten uit zijn tas, die hij bij elkaar had gegrist na het Engelse bombardement op het Gestapo-hoofdkwartier in Amsterdam. Door zijn rol in het verzet wist Kahlenberg immers als een van de weinigen wanneer dit bombardement zou plaatsvinden. Zijn contacten met het gewapend verzet liepen onder meer via de groep 'Stanz', een goed getrainde kleine stootgroep die opereerde uit Amsterdam-Zuid. Tony van Renterghem was de commandant van deze groep. Dankzij die contacten konden sabotage-acties worden gefilmd en gefotografeerd. De officiële toestemming voor het vastleggen van deze acties kwam pas kort voor de bevrijding. Maar Kahlenberg noch Van Renterghem trokken zich daar iets van aan: 'Whatever the initial attitude of the BS (Binnenlandse Strijdkrachten), we went full steam ahead', schreef Kahlenberg ons in 1989. Het idee van een strakke organisatie strookte absoluut niet met zijn onafhankelijke geest. Hij vatte de organisatie op als een 'los netwerk', maar nam wel een aantal noodzakelijke veiligheidsmaatregelen in acht. Zelfs neutrale benamingen als 'Centraal Beeld Archief' of 'Nederland Archief', waarmee de groeiende collectie beeldmateriaal soms werd aangeduid, gebruikte hij niet: 'We were not name-hungry'.

Als zoon van een der oprichters van de Berlijnse filmmaatschappij UFA lag de interesse van Fritz Kahlenberg vooral op het gebied van de film. Met een vernuftige mengeling van discipline en geplande naïviteit stuurde hij cameraploegen met het schaarse filmmateriaal op pad. Ingeborg Wallheimer, zijn latere echtgenote, en een aantal jonge meisjes hielden zich argeloos op in de buurt waar sabotage-acties zouden plaatsvinden. Zo herinnerde Kahlenberg zich dat een filmcamera zelfs een keer op een sleetje werd vervoerd. Het geluid van de lopende filmcamera was daarmee niet opgelost en bleef risico's opleveren. Daarom bleef het aantal illegale films uiteindelijk beperkt. De meeste hiervan maakte hij samen met Ingeborg Wallheimer rond de bevrijding. Deze werden in 1995 gedeeltelijk teruggevonden door de Engelse filmer Paul Moody in samenhang met zijn film The Underground Camera.

Slechts enkelen in Nederland waren op de hoogte van de activiteiten die Fritz en Ingeborg Kahlenberg, landgenoten die elkaar in het verzet hadden leren kennen, tijdens de Duitse bezetting in Amsterdam ontplooiden. Zelf benadrukten zij steeds de rol van veel anoniem gebleven Nederlanders die onderdak boden aan het verzet en aan onderduikers. Na hun huwelijk in 1946 emigreerden Fritz en Ingeborg Kahlenberg naar de Verenigde Staten, mede uit teleurstelling over na-oorlogse ontwikkelingen in Nederland.

De inzet van Fritz en Ingeborg Kahlenberg was bepalend voor onze beeldvorming van de Hongerwinter in Amsterdam. Vlak bij hun huis op Manhattan kregen zij in het Jewish Museum op de valreep hun verdiende erkenning. Kort na elkaar overleden in New York vorige maand op 2 oktober Ingeborg (76) en op 15 oktober haar echtgenoot Fritz (80). Het is een trieste speling van het lot dat prinses Margriet hen tijdens haar bezoek aan de tentoonstelling op 18 oktober niet meer persoonlijk heeft kunnen bedanken. Dat zouden zij zeker hebben gewaardeerd.

    • Flip Bool
    • Veronica Hekking