'Ik leek op een Hutu, daarom mocht ik gaan'

CYANGUGU, 1 NOV. Pascal Mwema moest van de burgerwacht in Bukavu zijn schoenen uitdoen om te inspecteren of hij lange tenen had. Toen werd de lengte van zijn vingers bekeken en vervolgens zijn nek. Op alle uiterlijke kenmerken van Tutsi's werd hij gecontroleerd door de Zaïrese burgerwacht, die werd bijgestaan door leden van de Rwandese Hutu-militie Interahamwe.

“Ik leek te veel op een Hutu, daarom lieten ze me gaan”, zegt hij, “maar mijn zus en moeder bewerkten ze met kapmessen.” De twee vrouwen laten diepe snijwonden zien op hun gezicht en ruggen.

Een handjevol Zaïrezen uit de maandag door de Banyamulenge veroverde provincie-hoofdstad Bukavu wordt opgevangen in doorgangskampen bij de Rwandese grensplaats Cyangugu. Ze vertellen over terreuracties in Bukavu tot afgelopen zondag door de Zaïrese soldaten, in samenwerking met de Interahamwe en Zaïrese burgerwachten.

De verpleegster Prisaille Mirkakayange in het kamp zegt: “De meeste wonden die ik behandel, zijn toegebracht door martelingen met scherpe voorwerpen of door vuur. Ook zijn er wonden door kapmessen, maar slechts heel weinig door kogels.” De achttienjarige Eric Akimana werd vorige week woensdag gearresteerd in Bukavu op de verdenking een Tutsi te zijn en overgebracht naar een Zaïrees legerkamp. “Het betrof een gemengde eenheid van de Zaïrese burgerwacht en de Interahamwe”, begint hij. “Op zaterdag waren de Banyamulenge-guerrillastrijders de buitenwijken genaderd en begonnen de Interahamwe-leden de gevangenen met kapmessen af te slachten. Alle Tutsi's werden onmiddellijk gedood.”

De eerste troepen die de Zaïrezen inzetten tegen de Banyamulenge bij het begin van de strijd ruim twee weken geleden, betroffen leden van de para-militaire politie-eenheid. Deze eenheid werd volgens ooggetuigen vrijwel geheel uitgeschakeld bij de strijd rond de stad Uvira, waar honderden slachtoffers zouden zijn gevallen aan regeringszijde. Vervolgens arriveerden troepenversterkingen uit de hoofdstad Kinshasa, die eveneens grote nederlagen werden toegebracht door de Banyamulenge. “Bijna gingen de Zaïrese autoriteiten de Interahamwe recruteren voor de strijd, evenals Burundese Hutu-vluchtelingen en Zaïrezen van burgerwachten in de woonwijken”, vertelt een inwoner van Bukavu. “De Interahamwe-leden gingen in de laatste dagen vóór de val van Bukavu een rol spelen. Hun acties richtten zich op de burgerbevolking. Niet op de verdediging van de stad.”

Op enkele angstige inwoners na die zich in hun huizen schuilhouden, is de stad geheel verlaten door burgers. Gevluchte inwoners praten over vele lijken in de straten, geen slachtoffers van de gevechten, maar van wraakacties. Alle para-militaire groepen trokken met het Zaïrese leger noordwaarts. Vanaf de grens in Cyangugu valt nog sporadisch geweervuur te horen ten noorden van de stad.

De meeste Zaïrese vluchtelingen spreken in milde termen over de Banyamulenge. “Ze groetten ons beleefd en ze begeleidden ons naar de grens”, zegt een vluchteling.

Pagina 5: Banyamulenge spreken ook Rwandees

“Als ze echter mensen met wapens of hoofdbanden van de burgerwacht aantreffen, dan arresteren ze hen. Ook heb ik gezien hoe ze een lid van de burgerwacht executeerden.”

De vluchtelingen vertellen hoe de Banyamulenge een mengeling spreken van de Rwandese taal Kiryarwanda en Kiswahili. Het Kiswahili spreken ze met een Engels accent, zoals in Kenia en Oeganda, niet met een Frans accent zoals gebruikelijk is in Oost-Zaïre. Dat laat de mogelijkheid open dat deze Banyamulenge-strijders voorheen in het Rwandese regeringsleger hebben gevochten, dat zijn oorsprong vindt in de voormalige Tutsi-rebellenbeweging die begin jaren negentig vanuit Oeganda zijn strijd begon. Geen enkele vluchteling zegt reguliere Rwandese troepen in Bukavu te hebben waargenomen.