Elke dag zwaardvis

'Er gaat niets boven een gediplomeerde masseur', zei de masseur, terwijl hij een lichtbruine vloeistof in mijn huid probeerde te wrijven.

Hij was heel aardig. Ik moest hem Heng-Tatt noemen. Hij was geen Chiness, zoals ik eerst had gedacht, maar een Koreaan.

De masseur had me uitvoerig uitgelegd wat hij allemaal met me ging doen. Dat vind ik prettig, als mensen je van tevoren vertellen wat ze allemaal met je gaan doen. In plaats van dat ze als een duveltje uit een doosje iets me je uitspoken wat je helemaal niet had verwacht.

'Vind je het goed als ik even op je rug ga zitten?' vroeg Heng-Tatt, 'dan kan ik beter bij je nekwervels.'

'Ja?' zei ik, 'ik weet het niet, als u denkt dat mijn rug het kan hebben, ga er dan maar op zitten.'

Heng-Tatt ging op mijn rug zitten. Hij was gelukkig niet zwaar.

Fantasieën zijn fantastisch, fantasieën zijn heerlijk, maar zodra ze realiteit dreigen te worden, is het tijd de benen te nemen. Zo kijk ik tegen het leven aan. Ik heb een keer of zes iets te laat de benen genomen, dat geef ik toe.

'Kent u de Pink Panter films?' vroeg ik, 'met Peter Sellers?'

'Nee,' zei Heng-Tatt, 'die ken ik niet, ik ga nu je linkerschouder losmaken.'

'U doet me zo denken aan de assistent van inspecteur Clouseau, die assistent die gaat ook heel vaak op de rug van Peter Sellers zitten, in de film dan, en nu zit u op mijn rug, het is grappig, eerst zie je iets in een film en dan wordt het werkelijkheid. En jullie lijken op elkaar. Jullie zijn net broers. Ik bedoel de assistent van Peter Sellers en u.'

Hij zat nu niet meer op mijn rug, maar op mijn billen.

'Ik ga nu je middenwervels bewerken, probeer te mediteren.'

'Nee', zei ik, 'daar heb ik helemaal geen talent voor, de laatste keer dat ik mediteerde veroorzaakte ik een vechtpartij. Voor fysieke pijn ben ik heel erg bang. Als mensen me iets aan willen doen, geef ik de voorkeur aan geestelijke pijn, want mijn ziel is sterker dan mijn lichaam.'

'Ik ga nu je middenwervels doen', fluisterde Heng-Tatt, 'probeer in slaap te vallen.'

Op dat moment klonk er een gil. Ik zou niet gauw een gil hartverscheurend noemen, maar deze kwam dicht in de buurt van hartverscheurend.

'Hoorde u dat?' vroeg ik.

Hij zat nu op mijn bovenbenen.

'Oh, dat gebeurt wel vaker', zei hij. 'Wat doe je eigenlijk in Saratoga?'

'Dat is een lang verhaal', zei ik. 'Maar als ik het moet samenvatten, dan ben ik hier voor de paarden.'

Hij stapte van mij af en smeerde zijn handen opnieuw met lichtbruine olie in. Het had eigenlijk heel in de verte wel iets van motorolie.

'Het is helemaal niet moeilijk om mensen zo te laten gillen', zei Heng-Tatt.

'Nee?', zei ik.

Ik wachtte nog tien minuten en toen zei ik: 'Ik geloof dat we er een eind aan moeten breien, het was heerlijk, ik had het niet willen missen, maar ik moet nu weer verder.'

Weer klonk er een gil, dit keer veel zachter.

'Zijn er wel eens mensen linea recta van de massagetafel zo naar de begraafplaats gebracht?' vroeg ik.

'Wat heb je toch? Ben je ziek?'

Hij bewoog nu zijn handen over mijn benen en dat kietelde.

'Ik had een oom en die zei altijd: het is goed om er niet over te praten, maar het is nog beter er helemaal niets van te weten. Hij heeft uit principe nooit een dokter bezocht. Begrijpt u wat ik bedoel?'

De masseur schudde zijn hoofd.

Hierna heeft Heng-Tatt niet meer met me gepraat.

Ik kleedde me aan en verliet de geneeskrachtige baden. De badmeester zei niets toen ik hem passeerde.

Buiten in de tuin zat Billy op een bank. Ze huilde. Haar gipsen been zat nog altijd in een vuilniszakje. 'Waren de geneeskrachtige baden niet naar wens?'

Voor haar waren we hier naartoe gegaan. Ik had het niet heel erg gevonden met zo'n geneeskrachtig bad en massage na afloop te wachten tot een volgend leven.

Ze huilde ruim anderhalf uur. Op een gegeven moment begon ik maar te praten. Ik zei: 'Luister, als je denkt dat het leven verschrikkelijk is heb je waarschijnlijk de beste argumenten, maar Woody Allen heeft gelijk: het is de enige plaats waar je een fatsoenlijke biefstuk kunt krijgen. Kijk, het leven is een restaurant. Je komt binnen, eet wat, drinkt een paar flessen, luistert naar muziek, maakt een praatje met deze of gene, en gaat weer naar buiten. Maar als je niet van biefstuk houdt, zit je in het verkeerde restaurant. Nu kan je natuurlijk naar het volgende restaurant lopen, maar ik weet niet hoe ver dat lopen is. En misschien zijn er ook helemaal geen andere restaurants, of zijn ze dicht op zondag of zijn ze failliet gegaan of hebben ze geen drankvergunning. Als ik jou was, zou ik ervoor zorgen dat je een beetje meer van biefstuk gaat houden. Misschien staat elke dag biefstuk je tegen, maar als je het restaurant eenmaal verlaat kom je er niet meer terug. Neem een voorbeeld aan mij. Als ik eenmaal in een restaurant zit krijgen ze me er niet meer weg. Zelfs als er kakkerlakken tussen het eten zitten, ik blijf er tot ze me eruit gooien.

Bavink, die ken je niet, maar Bavink zei: hun warme eten is hun God. Als God bestaat zit Hij niet in een boterhammetje kaas, dan zit Hij in het warme eten, daar wil ik 10.000 dollar om verwedden. En mijn droom is - dit heb ik nog nooit iemand verteld - mijn droom is dat ik op een dag zoveel geld zal hebben verdiend, dat op het moment dat ze me eruit gooien en zeggen 'we gaan sluiten' ik antwoord: 'hoezo sluiten? Ik koop dit restaurant. Al blijf ik hier de hele nacht zitten met een fles wijn.' En dan sla ik met mijn vuist op tafel, en dan is het restaurant gekocht.'

Toen hield Billy op met huilen. 'Laten we een restaurant kopen,' zei ze.

'Ja', zei ik, 'laten we een restaurant kopen.'(wordt vervolgd)