De man van oma

Ik zat bij haar ouders thuis. Het was het eerste bezoek aan haar ouders. Ze was niet echt mijn grote liefde, maar ik had het leuk met haar en deed haar graag een plezier.

Haar moeder zette thee voor ons. Ons wil zeggen, vader, zusje, oma en vriendin. Of haar oma hier expres was of toevallig werd voor mij niet helemaal duidelijk, maar ik gaf haar het voordeel van de twijfel en ging er maar vanuit dat ze hier toevallig was. Al met al was het niet ongezellig te noemen. We dronken thee, praatten over mijn studie en mijn kamer in Amsterdam en lachten zenuwachtig om slappe grappen. Niets bijzonders dus; een doorsnee bezoek aan ouders van vriendinnetjes en normaal gesproken had ik mij al snel op mijn gemak gevoeld.

Toch kon ik mij niet helemaal ontspannen.

Want achter de vrolijkheid voelde ik de verborgen bitterheid. En vooral op momenten dat oma het over haar anderhalf jaar dode man had, proefde ik de krampachtige sfeer die de vertelster bleek te ontgaan. Zeker toen ze vertelde hoe leuk 'de twee meisjes' vroeger bij hen gelogeerd hadden.

Maar haar was niets kwalijk te nemen. Tenminste...

Twee weken eerder wist ook ik van niets. Ik had samen met Leontine gegeten, en voldaan na een goede maaltijd en verliefd op elkaar lagen wij in bed. We praatten wat, vreeën wat, en voelden ons goed. Totdat ze ineens huilend in mijn armen lag.

Wat heb ik fout gedaan! dacht ik.

Na veel moeite kwam het eruit.

Hortend en stotend vertelde ze hoe ze vroeger tijdens logeerpartijen bij haar opa en oma op momenten dat oma 's ochtends thee zette en zij bij hen in bed lag door haar opa betast werd. In het begin viel het nog wel mee, zei ze, maar van kwaad werd het erger. Dan, als oma het bed uitgestapt was om thee te zetten, moest ze dingen doen die ze niet wilde doen, en als ze er ook maar iets van zou zeggen zou hij haar vermoorden. Ze had dan ook haar mond gehouden toen er in de straat van haar opa het gerucht ging dat hij twee overbuurmeisjes zou hebben misbruikt. Niet dat hij daarvoor bestraft werd; integendeel, iedereen die opa kende was er immers zeker van dat die lieve oude man zoiets nóóit zou doen, en de ouders van de overbuurmeisjes werden sociaal gebrandmerkt als aanstellers.

Maar, zei ze, dit zat haar niet het meeste dwars. Want toen het eenmaal uitgekomen was bleek dat ook haar zusje op precies dezelfde manier misbruikt was. En ze begon weer te huilen.

Haar moeder vroeg of ik nog een kopje thee wilde. Graag! zei ik, en ik probeerde mijn beste glimlach tevoorschijn te toveren.

Ik keek naar haar vader en ik hoorde hoe haar oma, zijn moeder, zei dat 'haar' man zo'n makkelijke geweest was, en ik zag zijn bittere glimlach.

Het was verschrikkelijk wat mijn vriendin en haar zusje was overkomen, toch was het voor hen niet het ergste.

Want, dacht ik terwijl ik naar haar vader keek en aan mijn eigen zusjes dacht, hoe zou hij zich wel niet voelen? Zijn vader, van wie hij hield, zijn vader die vroeger een goede vader geweest was (had Leontine verteld); zijn vader die hem verraden had, zijn vader die zijn dochters misbruikt had, zijn dochters van wie hij hield en houdt, en die hij dacht in beschermde handen gegeven te hebben. Hoe sterk ben je dan?

En zou ik het ook voor mijn moeder verzwijgen als mijn vader mijn dochters misbruikt had?