Canada

Home is where the heart is. Westergasfabriek, Haarlemmerweg 8-10, Amsterdam. T/m 17 nov. Dag. 10-18u. Entree ƒ 3,-. Werk van Fransje Killaars is ook te zien bij De Expeditie, Leliegracht 47, Amsterdam. T/m 9 nov. Wo t/m za 13-18u. Het terrein van de Westergasfabriek is ook de laatste halte van de reizende tentoonstelling Caravan.

In Beloved, een roman van Nobelprijswinnaar Toni Morrison komt een vrouw voor met kleurhonger. In Baby Suggs' huis heeft niets een sterke kleur, er is alleen het 'hele scala bruin en gedempt dat zuinigheid en bescheidenheid toestond', en, op een oude deken, twee vlekken oranje - ze zien er wild uit, 'als rauw leven'. Kon Suggs maar even vertoeven in de kamer die Fransje Killaars (Maastricht, 1959) in de Westergasfabriek in Amsterdam heeft ingericht. In de grote zuiveringshal bouwde zij een vierkant hok van gekleurde effen banen stof van de felste kleuren. Het dak is van dezelfde banen, alleen is de stof daarvan doorzichtig. Binnen wordt het nog erger, of beter. De vloer is bedekt met getufte en geweven tapijtjes in de wildste kleurcombinaties. Daarboven zweeft een bed, weer bedekt met blokjes oranje en blauw, harig wit, en donzig geel. Schommelend op dat bed zou Baby Suggs tot rust komen, en wij ook, want Swing van Killaars is op het eerste gezicht een ruimte om in lachen uit te barsten, maar na een tijdje wordt je er zo stil van als van een witte kloostercel. Verzadigd van het zien, dat raken je ogen hier, in heel die weelde van fluorescerend oranje en hemeltergend paars. Helaas mag het bezoek niet op het bed liggen.

Swing maakt deel uit van de tentoonstelling Home is where the heart is, de eerste presentatie van de stichting Fremdkörper, die de samenwerking tussen nationale en internationale kunstenaars wil bevorderen. In dit geval zijn dat vier Canadezen en vier Nederlanders. Roel van Timmeren (Amsterdam, 1957) laat zien waar een moderne Suggs van zou gruwen. Hij schildert in grijzen en witten op grote doeken details die in vrijwel geen huis ontbreken: een verwarmingsthermostaat, een elektronische deuropener, een ventilator.

Gemene deler is dat de kunstenaars zich volgens de organisatie allemaal bezighouden met de alledaagse werkelijkheid 'van huis tuin en keuken'. Voor sommige kunstenaars lijkt dat thema wat gezocht. Fotograaf Erwin Olaf heeft zich daar toch nooit voor geïnteresseerd? Maar er hangt wel een mooi werk van hem - vissen en andere onderwater flora en -fauna, afgedrukt op vitrage die in de vorm van een kooi is opgehangen. De wind die door de open deur in de gigantische fabriekshal naar binnen komt, vervangt de stroming van de zee.

Nadeel van dit soort landenpresentaties is dat de bezoeker ze als een wedstrijd kan opvatten - wie zijn beter, de Canadezen of de Nederlanders? -, terwijl de nationaliteit van een kunstenaar geen rol zou moeten spelen bij de waardering van zijn werk. In de Westergasfabriek, waar Joep van Lieshout ook nog een van zijn onvolprezen prefab wooninstallaties neerzette, winnen nu de Nederlanders. Misschien komt dat ook omdat zij een thuiswedstrijd spelen - het werk van de Canadezen (Wanda Koop, Aganetha Dyck, William Eakin, Lynda Gammon) is veel onbekender. Naast de Nederlandse bijdragen ogen hun installaties, foto's en schilderijen ouderwets.

    • Bianca Stigter