Calvinistische hypocrisie rond val Srebrenica

DEN HAAG, 1 NOV. Het mag geen regel worden, maar af en toe moeten ministers in bescherming worden genomen tegen de Tweede Kamer. Bijvoorbeeld als de Kamer in emotioneel beladen en electoraal gevoelige kwesties de vuile was bij het kabinet ophangt en vervolgens met vroom gezicht de media wijst op diezelfde vuile was, die waarempel al zo'n tijd aan de scheerlijn van het kabinet hangt.

Het vraagstuk of en hoe de val van Srebrenica in de zomer van 1995 moet worden onderzocht en wat de rol van Dutchbat en VN-partners daarbij was, is min of meer exemplarisch geworden voor het type parlementaire hypocrisie waarmee de Tweede Kamer best wat voorzichtiger mag zijn. GPV'er Middelkoop gaf de paarse Kamermeerderheid in dat opzicht gisteren met recht een openbare tik op het achterwerk.

Dat deed Middelkoop tijdens een debat van de vaste commissie van buitenlandse zaken met de ministers Ritzen, Van Mierlo en Voorhoeve over de opdracht van kabinet aan het RIOD om de voor Nederland zo smadelijke en pijnlijke val van de moslimenclave te onderzoeken. Hij bracht in herinnering, hier vrijmoedig weergegeven, dat over de verrichtingen van het Nederlandse VN-contingent aanvankelijk in dit land werden gesproken in de toonsoort van “Ajax wint de Wereldcup”. Vervolgens hadden close-ups van de gebeurtenissen in Srebrenica voor ernstige nationale treurnis gezorgd. Het Nederlandse bataljon-Brinkers bleek de vinger als het ware nooit in de dijk te hebben gehad.

Zo'n heldhaftige rol op de bedreigde dijk had misschien ook niet gemogen van Den Haag. De uitrusting en opleiding van de mannen was daarvoor wellicht niet geschikt. Maar toch, in die toon werden de Kamer en de Nederlandse bevolking in elk geval destijds gedebriefd door minister Voorhoeve (VVD). Zijn partij heeft in Bolkestein weliswaar een fractieleider die ooit dol was op de prachtig-strikte opvattingen van de vroegere Britse minister Carrington aangaande ministeriële verantwoordelijkheid, maar liet Voorhoeve toch op Defensie zitten.

Daarna volgden vorig najaar en afgelopen voorjaar verhalen, berichten en speculaties over de oorzaken van de val van Srebrenica, die van het Hollandse Brinkers-detachement alsnog onschuldige en goedwillende kleinduimpjes leken te maken. Ajax won de wereldcup als het ware wéér, maar nu in de sector van de politieke maagdelijkheid. Hogere internationale politiek, samenzweringen zo men wil, bedacht in president Chiracs Parijs en bij de VN in New York, kregen op slag een ongedachte excuuswaarde.

De Tweede Kamer, na de eerdere debriefing alweer zo'n beetje overgegaan tot de orde van de dag, raakte weer op stoom. Een parlementair onderzoek of parlementaire enqûete moest er komen. Wat heet: een internationaal VN-onderzoek naar de val van Sebrenica. En of minister Van Mierlo dat laatste in New York maar even wilde gaan regelen.

Dat lukte dus niet, zoals de Kamer best had kunnen weten. Want, zoals Van Mierlo het gisteren in een informele en geïmproviseerde één-twee met het GPV uitlegde, het Nederlandse streven naar een VN-onderzoek kon in New York heel goed worden begrepen als een hollandse eigenaardigheid, namelijk als een gecombineerde poging tot schuldafwenteling en zelfkastijding. Oude vraag van Wim Kan: mogen gereformeerden op zondag in de tram? Antwoord: ja, maar in de bijwagen, want die kan er gelukkig niets aan doen. Met dergelijke calvinistische dialektiek hebben ze in New York geen geduld. Ze hebben wel wat beters te doen. Vredesmissies organiseren bijvoorbeeld. Liefst met Amerikanen, die misschien niet zo'n zin hebben om naast hun globale verplichtingen ook de zorg voor Haagse gevoeligheden op zich te nemen.

En dus moest het Nederlandse kabinet als next best besluiten om het RIOD een onderzoeksopdracht te gunnen. De Tweede Kamer, teleurgesteld over de geringe betekenis van jongeheer Brinkers in VN-kringen, had daarop gisteren aardig wat kritiek. Het was mooi dat juist de calvinist Middelkoop een speld stak in deze parlementaire luchtballon. Zoals het mooi was van Van Mierlo dat hij zijn internationale opdracht van de Tweede Kamer - “wij willen een VN-onderzoek en veel druk uit Den Haag om dat te verwerkelijken” - ondanks de zo voorspelbaar negatieve uitkomst zo geduldig liet toetsen op haar mogelijkheden. Minder mooi was dat ook gisteren nog een aanzienlijk deel van de Kamer deed alsof de minister in New York tekortgeschoten was. Wie nog vuile was ziet hangen, moge bedenken dat het de was van de Kamer is.