'Broederschap veel te machtig'; Eigenzinnige notaris Rinsma stopt

ZUIDBROEK, 1 NOV. Hij voelde zich wel eens de zieke kip in het kippenhok. Dat getreiter en gepest. En onlangs kwam hem nog een informatiekrant onder ogen van de Ring Groningen van de Koninklijke Notariële Broederschap. 'Alle notarissen in Groningen' stond er boven een pagina. “Maar ik stond er niet bij. Dat is toch onbehoorlijk, mensen zo verkeerd voorlichten”, roept notaris W.G. Rinsma verontwaardigd uit.

De notaris uit het Groningse dorp Zuidbroek hield er gisteren mee op. Omdat hij, zo zegt Rinsma, 'toevallig' 65 jaar geleden geboren is. Het notariaat raakt daarmee een eigenzinnige man kwijt, want Rinsma is de enige notaris in het land die geen lid is van de Koninklijke Notariële Broederschap (KNB). “Een slecht functionerende en ondemocratische organisatie. Ze stellen regels op zonder dat ze er op toezien of ze worden nageleefd. En je hebt als lid niets te zeggen, zeker niet als notaris in een klein dorp.”

De Broederschap functioneert volgens Rinsma als een publiekrechtelijke organisatie terwijl het een 'gewone' vereniging is. De overheid laat de broederschap ten onrechte zelf de tarieven vaststellen. “Ik vind het mooi dat ik zoveel verdiend heb, hoor. Maar het is toch absurd dat de overheid een monopolist zijn eigen salaris laat bepalen.” Binnen het notariaat wordt deze mening overigens gedeeld. Volgens de nieuwe Notariswet, die nog in de Tweede Kamer behandeld moet worden, wordt de Broederschap een openbaar lichaam, zoals ook de Orde van Advocaten.

Rinsma vindt dat er fundamenteel iets fout is met de manier waarop de Broederschap functioneert. Iedere notaris mag zelf weten of hij lid wordt of niet. Maar in de praktijk ligt dit anders. Rinsma is sinds zijn opzegging verstoken gebleven van alle belangrijke informatie. “Terwijl ik wel word geacht me aan hun regels te houden.” Rinsma zegt zich over het algemeen wel aan de tarieven te hebben gehouden. “Hoewel ik eigenlijk helemaal niet weet wat de tarieven zijn, want ik word nergens van op de hoogte gesteld.”

In zijn werkkamer schrijft Rinsma in een schriftje nog snel een paar akten in. Aan het begin van het gesprek wil hij even wat kwijt. Hij is een Zuidbroekster en niet een Zuidbroeker. Hij heeft een hekel aan 'middels', want het is 'door middel van'. En 'meerdere' is helemaal erg. Zo, dat is gezegd. Rinsma vertelt dan geboren en getogen te zijn in Gorredijk. “Ik ben een echte Gerdykster. Een vrijgevochten mens. Het is een anti-autoritaire streek.” Het zal wel in de lucht zitten, voegt hij er mompelend aan toe.

Sinds 1966 is hij notaris in Zuidbroek. Zijn kleine kantoor is gevestigd in een eenvoudig rijtjeshuis dat je zo voorbijrijdt. “Als mensen binnenkomen zeggen ze dat het meevalt”, vertelt Rinsma. In zijn beginjaren was hij wel lid van de Broederschap, omdat “dat zo hoorde”. Hij had een moeilijke start in Zuidbroek. Hij moest fors investeren en na een paar jaar bleek dat hij een frauderende medewerker in dienst had. Hij wilde daarom weg uit Zuidbroek. De president van de rechtbank, die voorzitter is van de Kamer van Toezicht voor notarissen, stemde er in toe dat hij naar een andere plek in Groningen solliciteerde. Maar Rinsma zegt daarna te zijn tegengewerkt door de Broederschap.

Toen begon hij er over te denken zijn lidmaatschap op te zeggen, maar deed dat pas in het begin van de jaren zeventig, toen hij een rekening van 4.000 gulden kreeg voor een verzekering die de Broederschap had afgesloten. “Dat wilde ik toch echt zelf beslissen. Ik ga toch niet lid wezen van iets waarvan een bestuur maar van alles beslist en mij de rekening presenteert.”

Sindsdien is hij een eenling in het notariaat. Met enkele collega's heeft hij goed contact, maar andere groeten hem niet meer. “Ze vinden me geloof ik maar een eigenaardige man.” Rinsma is niet altijd de enige geweest die niet lid is van de Broederschap. “Ik weet van één collega dat hij weer lid is geworden, omdat de verzekeringspremies dan lager waren.” Rinsma zegt als 'onafhankelijke' meer verzekeringspremie te betalen dan bij de Broederschap. “Het ging mij om het principe.”

Sinds hij geen lid meer is wordt hij naar eigen zeggen dwarsgezeten door de Broederschap. Toen hij voor een cliënt een boeldag - een veiling van de boedel - moest houden in Winschoten, belde hij netjes zijn collega in deze plaats om het samen te doen. “Maar hij mocht van de Broederschap alleen met mij samenwerken als mijn naam in de advertentie slechts in kleine lettertjes werd afgedrukt. Dat is toch kinderachtig.”

Vaak wordt volgens hem onderschat hoe belangrijk een notaris voor de rechtszekerheid is. “Notarissen zijn formuliereninvullers. Maar sociaal-economisch wel van groot belang. Wij zorgen er voor dat de eigendomsverhoudingen duidelijk zijn.” Hoewel hij ooit uit Zuidbroek wegwilde, zegt hij uiteindelijk met grote tevredenheid te stoppen. Zijn kantoor is altijd klein gebleven, maar desondanks heeft hij het goed gehad. “Notarissen verdienen uitstekend. Sommigen durven nog te klagen ook.”