Advocaten belagen high-tech in Californië

High-tech-bedrijven in Californië hebben de afgelopen jaren acht miljard dollar betaald aan schikkingen in zogenaamde 'pretprocessen'. Die waren aangespannen door 'strike lawyers'. Aanstaande dinsdag moeten de kiezers in Californië beslissen over een nieuwe wet die advocaten nog meer mogelijkheden geeft bedrijven 'aan te pakken'. “Als '211' wordt aangenomen, zal het leven hier radicaal veranderen.”

De democratie in de Amerikaanse staat Californië kent een uitgebreide referendumcultuur. Bij verkiezingen wordt de kiezers meestal een groot aantal voorstellen voorgelegd waarover zij zich moeten uitspreken. Bij de verkiezingen volgende week dinsdag voor het presidentschap, Senaat, Huis van Afgevaardigden enz. beslissen de inwoners van Amerika's grootste staat ook over Proposition 211. Dit voorstel behelst invoering van een wet die het gemakkelijker maakt bedrijven te vervolgen wier aandelen flink schommelen. Dat geldt niet alleen ondernemingen die in Californië zijn gevestigd, maar ook bedrijven die aandeelhouders in de staat hebben. Analisten bij de zakenbank Salomon Brothers voorspellen een flinke koersval op de beurs als een meerderheid van de Californische kiezers voor voorstel 211 stemt.

De kiezers in Californië worden om de oren geslagen met reclamespots op radio en televisie van voor- en tegenstanders. De voorstanders schilderen '211' af als de beste manier om het pensioen te beschermen en wijzen op kleine beleggers die voortdurend worden bedrogen. De tegenstanders beklemtonen de bepaling in 'Prop 211' die geen restricties stelt aan de provisie voor advocaten. Om de boodschap beter over te laten komen houden beide partijen de spotjes simpel waardoor ze min of meer misleidend zijn. Waar gaat het precies om?

In de verkiezingsbrochure die alle kiesgerechtigden van de staat thuis krijgen, een saai ogende, dichtbedrukte gids van maar liefst 211 pagina's, is voorstel 211 te vinden onder de titel 'Advocaat-Cliënt Afspraken over Vergoedingen. Effectenfraude. Rechtszaken.' De tekst van de voorgestelde wet is in zijn geheel opgenomen, maar er is ook een samenvatting beschikbaar. Die luidt: “Verbiedt beperkingen op afspraken over vergoedingen tussen advocaten en cliënten, behalve zoals die zijn vastgelegd door wetten die in werking zijn op 1 januari 1995. Verbiedt misleidend gedrag door wie dan ook bij het handelen in effecten die kunnen leiden tot verliezen van pensioenfondsen, spaartegoeden. Legt civiele aansprakelijkheid op, strafboetes.”

In de praktijk betekent dit voorstel dat elk bedrijf dat in Californië is gevestigd of waarvan tenminste één aandeelhouder in Californië woont, kan worden vervolgd als de prijs van aandelen van dat bedrijf onverwachts keldert. Beursgenoteerde bedrijven geven in hun kwartaalrapporten vaak prognoses en waarschuwen tussentijds vaak voor tegenvallers. Dientengevolge kunnen de op zichzelf doorgaans grillige aandelenkoersen onverwachts dalen en stijgen. Topmensen van bedrijven laten zich tijdens spreekbeurten vaak verleiden tot uitspraken over hun bedrijfstak en de markt. Maar een verspreking tijdens een persconferentie in Eindhoven kan in Californië leiden tot een miljoeneneis tegen Philips North-America door middel van een class action suit.

In een class action suit treedt een advocaat namens alle gedupeerden op, hoewel hij om te beginnen maar één client hoeft te hebben. Hij kan bij de rechter aanhangig maken dat de aandeelhouders niet voldoende zijn gewaarschuwd voor tegenvallers, hoewel het bedrijf daarvan al lang op de hoogte was. Als een zaak ontvankelijk wordt verklaard, heeft het bedrijf eigenlijk al verloren. Ofwel het raakt in een kostbare, jarenlang slepende rechtszaak verwikkeld of het betaalt een aanzienlijk schikkingsbedrag.

Het referendumvoorstel 211 doet er nog een schepje bovenop: leden van de raad van commissarissen kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Daarnaast zou het in theorie mogelijk worden dat advocaten de helft van de uitgekeerde schadeloosstelling opstrijken omdat er geen restricties zijn op advocatenvergoedingen. En in het geval van een class action suit kan dat aardig oplopen.

Uit protest tegen '211' verklaarde Intel, de grote producent van halfgeleiders die gevestigd is in Silicon Valley, vorige maand dat het geen voorspellingen zou doen over het volgende kwartaal. “Wij denken dat de toekomstgerichte uitspraken die wij de komende weken doen, tegen ons kunnen worden gebruikt in een rechtszaak als '211' het haalt”, verklaarde Andy Bryant, de financiële topman van Intel.

Volgens de Californische bedrijven in de high-techsector, die zich bij honderden hebben aangesloten bij een campagne tegen 211, hebben zij de afgelopen jaren ruim acht miljard dollar neergeteld om frivolous lawsuits te schikken. Zestig procent van de grootste 150 bedrijven zegt doelwit van zogeheten strike lawyers te zijn geweest.

Bijzonder uitgesproken was T.J. Rodgers, topman van Cypress Semiconductor Corp die in een ingezonden stuk vertelde over wat zijn bedrijf overkwam. De resultaten over het vierde kwartaal van 1991 vielen tegen in vergelijking met Wall Streets verwachtingen. Cypress werd voor de rechter gedaagd. De advocaat in kwestie had enkele zorgvuldig geselecteerde uitspraken van Rodgers verzameld, en suggereerde dat medewerkers van het bedrijf dat bewuste kwartaal aandelen hadden verkocht. De zaak sleepte voort tot juni 1995 toen de rechter tot seponering besloot. Maar de advocaat ging in hoger beroep. Volgens Rodgers heeft zijn bedrijf al vijf miljoen dollar aan advocatensalarissen en andere onkosten gemaakt. Het dossier beslaat 750.000 pagina's.

De Amerikaanse Electronics Association schat dat slechts vijf procent van aldus 'aangevallen' ondernemingen besluit de zaak uit te vechten. De overgrote meerderheid van bedrijven prefereert een schikking boven jarenlange kostbare porocedures. Volgens schattingen van de National Economic Research Associates incasseerden advocaten in class action-zaken tussen 1991 en 1994 ongeveer 227 miljoen dollar aan vergoedingen uit 319 rechtszaken. Dat is bijna een derde van de 709 miljoen dollar die in schikkingen in rechtszaken is overeengekomen. Een op de drie rechtszaken ging tegen een high-techbedrijf.

Grote man achter voorstel 211 is William Lerach, een advocaat uit San Diego, partner in het kantoor Milberg Weiss Bershad Hynes & Lerach. Hij heeft al tientallen miljoenen dollars verdiend aan zogeheten strike suits, processen die puur worden gevoerd om een lucratieve slag te slaan. Volgens het blad Forbes verdient Lerach tussen de 7 en 10 miljoen dollar per jaar. Het conservatieve blad bestempelt '211' als 'uitsluitend bedoeld om het inkomen van advocaten op peil te houden'.

Lerach noemde zijn referendumvoorstel aanvankelijk 'Oudedagsvoorzieningen- en Consumentenbeschermings Wet', maar daar trapte de Californische minister van Justitie niet in. Voorstel 211 kreeg een neutrale naam. Maar de groep kiezers die 'Yes to 211' propageert, heet 'Burgers voor Pensioenbescherming en -zekerheid'. Tegenstanders en critici spreken daarom van 'een paard van Troje dat voor de poorten van Silicon Valley staat'.

Lerachs advocatenkantoor, met hoofdvestiging in New York, heeft al 3,5 miljoen dollar gestoken in promotie van het initiatief, wat bijna de helft is van het totaal. Andere gulle gevers zijn eveneens advocatenkantoren die leven van gedingen om effecten, zoals Bernstein, Litowitz, Bergen & Grossman; Wolf Popper Ross Wolf & Jones en Abbey & Ellis. De meeste van deze kantoren zijn in New York gevestigd, de staat met de grootste advocatendichtheid in de Verenigde Staten.

Jeff McCord, een van de woordvoerders van 'Yes to 211', noemt het een mythe dat er advocaten zijn die er uitsluitend en alleen op uit zijn bedrijven te 'pakken'. McCord: “Bij mijn weten zijn er niet zulke advocaten.” Hij lepelt een reeks feiten op die dat moeten staven. Van de bedrijven wier aandelenkoers 10 procent of meer daalde op een dag ergens tussen 1986 en 1992 is slechts 2,8 procent ooit vervolgd. Wat dit moet bewijzen, is niet helemaal duidelijk en het percentage van 10 is nogal willekeurig gekozen. Maar volgens McCord is het ook niet zo dat advocaten veel geld opstrijken uit deze zaken. Hij citeert een studie waarin is vastgesteld dat in 334 class action-processen 4,2 miljard dollar is teruggevorderd voor gedupeerde beleggers. De salarissen plus onkosten voor advocaten bedroegen 'slechts' 15,2 procent van dit totaal - nog altijd 630 miljoen dollar.

McCord wijst op de steun die '211' in Californië geniet. Zo heeft de Democratische partij zich voor '211' uitgesproken, evenals de Californische afdeling van de overkoepelende vakbondsorganisatie AFL-CIO. Daarnaast heeft '211' ook de steun van consumenten- en ouderenorganisaties, zoals de American Association or Retired Persons (AARP), afdeling Californië en de Congress of California Seniors. Bij elkaar hebben deze organisaties miljoenen leden. Tegenstanders vrezen dat '211' zal worden aangenomen als deze groepen massaal 'ja' stemmen in het referendum. McCord zelf zegt berustend dat de tegenstanders 'meer geld hebben' en waarschijnlijk zullen winnen. De anti-211-campagne zou volgens schattingen meer dan 40 miljoen dollar hebben besteed, waarmee het de duurste referendumcampagne is die ooit in Californië heeft plaatsgehad.

Volgens die tegenstanders - Taxpayers Against Frivolous Lawsuits, TAFL (Belastingbetalers tegen pretprocessen) - zullen bedrijven uit Californië vertrekken en dat zou 159.000 banen kosten, afgeleide werkgelegenheid meegerekend. Tom Proulx, campagneleider van TAFL, zegt dat Californische Democraten zowel als vertegenwoordigers van de bejaardenorganisaties tegenover hem hebben verklaard dat ze tegen '211' zijn 'maar ze durven de advocaten niet tegen zich in het harnas te jagen'. Proulx, topman van Intuit, het bedrijf voor thuisbankiersoftware, is bezorgd. “Als '211' wordt aangenomen, zal dat het leven hier radicaal veranderen”, verklaarde hij vorige maand op een besloten bijeenkomst van de high- tech-industrie. Proulx is vooral bezorgd over het verbod om topmensen te vrijwaren van rechtsvervolging. “Veel topmensen in bedrijven hebben al aangekondigd dat ze op 6 november ontslag zullen nemen als '211' wordt aangenomen”, aldus Proulx.

De American Electronics Association hield een enquète waaruit blijkt dat 47 procent van haar topman-leden inderdaad zullen overwegen om te verhuizen als het refendumvoorstel wordt aangenomen. In de laatste opiniepeilingen bleek een geringe meerderheid (39 tegen 31) voor '211', maar een groot deel van de kiezers aarzelde nog. Omdat de Californische kiezers zich in totaal over twintig voorstellen moeten uitspreken, zal er tot op het laatst onzekerheid blijven.

In radio- en televisiespotjes van tegenstanders wordt stemming gemaakt over 'oostkustadvocaten' en 'pretprocessen'. Veel van de bedrijven met grillige koersnoteringen zijn high-tech-ondernemingen uit Silicon Valley.

Silicon Valley leeft tussen hoop en vrees, maar '211' heeft ook z'n positieve kant. Opeens voelt de leden van deze technologische gemeenschap zich met elkaar verbonden in de strijd tegen de gemeenschappelijke vijand. “Proposition 211 heeft de industrie gemobiliseerd op een manier die we niet gezien hebben sinds de dreiging uit Japan halverwege de jaren tachtig”, verklaarde Intel-topman Andy Grove onlangs. Wie de 'home'-pagina's van de grote high-tech-bedrijven op Internet opzoekt, ziet daar ook het stempel 'Stop 211', een rood bord met een streep. De bedrijven voeren, in samenwerking met TAFL, stevige campagnes in de eigen gelederen om er ten minste zeker van te zijn dat hun werknemers en familieleden aanstaande dinsdag tegen zullen stemmen.

    • Lucas Ligtenberg