Weinig steun voor kritiek van Rekenkamer

DEN HAAG, 31 OKT. Het vernietigende rapport van de Rekenkamer over de staatssteunoperaties krijgt nauwelijks steun van parlement, bedrijfsleven en sociale partners. Dat blijkt uit de reacties op 'Financiële relaties met grote ondernemingen' waarin de Algemene Rekenkamer stelt dat er geen enkel plan zat achter de financiële steunoperaties van de overheid en de overheid zich niet aan Europese regels hield.

Euro-commissaris voor concurrentiezaken K. van Miert is door het Rekenkamer-rapport overvallen. Hij zal de kritiek van de Rekenkamer “nader bekijken”, aldus zijn woordvoerder.

De Tweede Kamer schaart zich in meerderheid achter het kabinet dat bij monde van minister Wijers (Economische Zaken) en staatssecretaris Vermeend (Financiën) in uiterst felle bewoordingen het rapport van de Rekenkamer over staatssteun afwees. Volgens Wijers en Vermeend staat het rapport vol fouten, betwistbare aanbevelingen en politiek geladen conclusies. Wijers noemde het college “wereldvreemd” en het rapport “van een hoog studeerkamergehalte”.

De Rekenkamer is ervan overtuigd dat de Tweede Kamer onvolledig over de steun is geïnformeerd. Wijers vond dit het meest “kwalijke en eigenaardige” element in het rapport. “De Rekenkamer zet deze overtuiging niet om in een conclusie”, citeerde Wijers het rapport, “omdat het niet over alle vertrouwelijke informatie beschikt.” De bewindsman wees op het “gigantische aantal” vertrouwelijke gesprekken, brieven en verslagen, met name over Fokker, tussen zijn departement en de Tweede Kamer. “Dames en heren, een overtuiging die niet is gebaseerd op feiten, is een vooroordeel.”

Volgens de Rekenkamer is het aan de Tweede Kamer om te bepalen of zij vindt dat zij onvolledig of onjuist is geïnformeerd. De Kamerfracties menen echter dat ze over voldoende informatie konden beschikken. De Kamer is verdeeld over de conclusie van de Rekenkamer dat de planmatigheid bij de steunoperatie ontbrak. Het college beveelt het ministerie van Economische Zaken aan een 'checklist' op te stellen waaraan steunoperaties getoetst moeten worden. PvdA en D66 vinden dat de Rekenkamer zich “boekhoudkundig” opstelt.

NedCar in Born geeft Wijers gelijk in zijn kritiek. Volgens directeur financiële zaken en informatiediensten R. Knipping heeft oud-minister van Economische Zaken K. Andriessen in 1991 goede zaken gedaan tijdens de onderhandelingen met het Japanse Mitsubishi en het Zweedse Volvo. “Andriessen heeft er uit gehaald wat er uit gehaald kon worden.” Knipping vindt het vreemd dat zijn bedrijf in het rapport voorkomt en in één adem wordt genoemd met DAF en Fokker. “Wij hebben geen steun van de overheid gehad. Volgens de Europese Commissie heeft de Staat der Nederlanden zich als een normale aandeelhouder opgesteld.”

DAF laat de discussie over het rapport over aan de politiek. “Deze zaken spelen zich in hoge mate af in het verleden”, aldus directeur Corporate Communications H.J. Momber. DAF wordt volgens Momber “niet zo nadrukkelijk in het Rekenkamerrapport betrokken”. Als DAF al ter sprake komt, dan gaat het volgens Momber om “aardige en positieve dingen”.

De werknemersorganisatie CNV gelooft dat het rapport het industriebeleid grote schade toebrengt. Ten onrechte geeft het rapport de indruk “dat er maar aangerommeld is met het belastinggeld”, schrijft de Industrie- en Voedingsbond in een verklaring. Ook VNO-NCW kan weinig waardering opbrengen voor het rapport en het moment waarop het gepubliceerd wordt nu de onderhandelingen tussen Fokker en Samsung in een cruciale fase zijn. De organisatie schaart zich achter de kritiek van Wijers.