Wat zoek je in dit wrede land?

“Latijns-Amerikaanse toestanden!” verzucht een Belgische vriendin, terwijl ze de krantenkoppen over kinderontvoering en moord op een Luikse politicus overziet. “Het komt iedere dag dichterbij.”

Ze heeft gelijk. Voordat Marc Dutroux de voorpagina haalde, werd het drama door de Mexicaanse auteur Jorge Ibargüengoitia in zijn roman Las Muertas (De dode Meisjes) beschreven. Het verhaal over kinderen die in een bordeel omkomen - uitgehongerd of vermoord - en op de patio onder de grond verdwijnen, wordt op de achterflap van het boek als 'een groteske overdrijving' omschreven. Typisch Mexicaans, zou men kunnen concluderen, maar sinds kort op Belgische feiten gebaseerd. Mijn vriendin kent het boek niet. Maar Latijns Amerika, met name Mexico, staat België nader dan ze wellicht veronderstelt.

Even buiten Brussel ligt in het glooiende Vlaamse land het kasteeltje waar Charlotte werd afgezonderd. Niets dat nu nog aan haar verblijf daar herinnert. Sporen zijn uitgewist. Een onderzoeksteam van dertig agenten zou ons niet verder helpen. Ze was prinses en niet goed bij haar hoofd. Toen Duitse soldaten bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog België binnenvielen, werden ze bij de poort van het landgoed verrast door een bord: 'Privédomein van de Keizerin van Mexico. Gelieve niet te storen!'

Wat hebben België en Mexico - behalve in de zaak-Dutroux en het brein van Charlotte - met elkaar te maken?

Het laatste schokkende nieuws uit Mexico, de moord op Maximiliaan, had Brussel elf dagen na dato bereikt. De man van Charlotte was op 19 juni 1867 gefusilleerd. Hun Mexicaanse avontuur was teneinde. Een keizerrijk ter ziele.

Drie jaar daarvoor waren Charlotte en Maximiliaan onder saluutschoten en kanongebulder de Straat van Gibraltar uitgezeild. Aan boord hadden ze over menu's, tafelschikking en ceremonieel voor toekomstige soirees in het Palacio Nacional gediscussieerd. Ze hadden geen idee van het land en het lot dat hun wachtte. Het Franse staatshoofd Napoleon III had de weg geëffend, zijn legers vooruitgestuurd en een keizerstroon in het vroegere rijk van Montezuma voor hen geïnstalleerd. Toen Charlotte in de Caraïbische zee in de ban raakte van vliegende vissen en dolfijnen, passeerde een Frans troepenschip het hare. Een Franse kolonel, op de terugweg naar huis, noteerde in zijn dagboek: “Arme Maximiliaan, wat zoek je in dit wrede land, dat ik zonder spijt verlaat? Als het je lukt orde te brengen in deze chaos, geluk in deze ellende, eenheid in deze harten, dan zul je de grootste soeverein van onze tijd zijn.”

Voor het eerst zagen de Mexicanen een gouden koets door de cactusvelden rijden en een blonde keizer zijn - in een stofwolk gehulde - onderdanen groeten.

Lang duurde het sprookje niet. De koningskinderen waren niet welkom. Rond hen woedde oorlog. Napoleon III zag dat hij op het verkeerde paard had gewed en begon zijn troepen terug te trekken. Charlotte moest halsoverkop naar Europa om hem tot andere gedachten te brengen.

Achteraf was men het erover oneens waar en wanneer ze de eerste tekenen van waanzin vertoonde. Aan het hof van de Franse keizer, beweerden sommigen. Het waren degenen die haar op een hete dag in augustus in Parijs hadden zien aankomen om Napoleon III te smeken haar man niet in de steek te laten. Hij was immers door hem op de Mexicaanse troon gezet.

Niemand was bij het onderhoud aanwezig geweest. Maar er was gescholden en gejankt - beweerde men - en Charlotte was doodsbleek en met rode ogen naar buiten gekomen en in haar rijtuig flauwgevallen.

Anderen hielden vol dat Charlotte nadien in Rome aan de voeten van de paus was neergezegen en diens benen had omklemd, smekend haar man te hulp te komen. Maar de paus had een 'non possumus' laten horen en een verwilderde Charlotte had daarop geweigerd de Heilige Vader te verlaten. Ze had - tegen alle heilige regels - de nacht in het Vaticaan doorgebracht en vervolgens haar man getelegrafeerd: '!Todo es inutil!', 'Alles vergeefs!'

Charlotte was zevenentwintig toen Leopold II zijn zuster naar Brussel haalde. Ze had de winter doorgebracht in een geblindeerd tuinhuis aan de Adriatische zee waar ze alle spiegels kapot had geslagen. Haar ogen waren groter en donkerder geworden. Sommigen schrokken van haar lege blik. Anderen noemden haar verblindend mooi. De koning kocht een kasteeltje voor haar even buiten de hoofdstad. Dit werd haar imperium.

Ze spiedde door het sleutelgat om te zien of het protocol voor de Keizerin van Mexico in acht werd genomen. Ze ontving haar - al evenzeer op de rand van waanzin verkerende - schoonzusje Sissi uit Wenen en nodigde de sjah van Perzië uit te komen dineren. Ze leidde haar gasten in de salon langs twintig lege stoelen en stelde hen twintigmaal voor aan de meest onderscheiden leden van de Mexicaanse regering, leger en hofhouding.

Ze schold in het luchtledige, tuigde haar personeel af, beval de tafel voor de lunch te dekken, omdat haar man - de Keizer! - in aantocht was. Ze speelde het Mexicaanse volkslied op de piano, liet de keizerlijke vlag op het dak wapperen en daalde met volle maan af naar een bootje dat in de slotgracht gemeerd lag. De gealarmeerde wacht hoorde haar mompelen: “Vandaag gaan we naar Mexico.”

In zijn roman Noticias del Imperio (Nieuws uit het Keizerrijk) beschrijft de Mexicaanse auteur Fernando del Paso de lotgevallen van Charlotte. 'Een groteske overdrijving' zou men na lezing kunnen concluderen. Ik zoek een bewijs voor zijn verhaal. Ik neem mijn Belgische vriendin mee naar het Oostvlaamse stadje Oudenaerde, waar een monument herinnert aan vrijwilligers die sneuvelden in een Mexicaans gehucht. Op de sokkel rust een sarcofaag. De deksel daarvan wordt gesloten gehouden door een maagd die in bevallige en droevige houding op één elleboog achterover leunt. In haar hand houdt zij losjes een kleine krans - die geen zege kon bekronen - en ze kijkt peinzend opwaarts met een lege blik, alsof de naam van het verre land al sinds jaren in haar hoofd is verklonken. Voorbijgangers weten niets over 'Latijns-Amerikaanse toestanden'. We zoeken niet verder.

Charlotte stierf - na zestig jaar waanzin - in 1927. Ze was al lang voordien levend begraven.