VS geven toch geld voor hulp aan Irak

WASHINGTON/ANKARA, 31 OKT. Na een aanvankelijk kille reactie op een noodoproep van de Verenigde Naties ten bate van Irak hebben de Verenigde Staten gisteren aangekondigd ruim zeven miljoen dollar voor hulp aan de bevolking ter beschikking te stellen, maar wel alleen voor de Koerden in Noord-Irak.

De VS geven het geld aan het Wereldvoedselprogramma van de VN, dat onder andere met het VN-kinderfonds UNICEF in Irak actief is. Volgens de VN-organisaties is de situatie in het shi'itische zuiden van Irak overigens ernstiger dan in het noorden.

Het Koerdische noorden van Irak was door het Westen gecontroleerd 'veilig gebied' tot Iraakse troepen twee maanden geleden de Koerdische KDP hielpen de stad Arbil te veroveren op de rivaliserende PUK. Amerikaanse hulporganisaties hebben het gebied vervolgens ontruimd; duizenden van hun Koerdische medewerkers zijn door de VS geëvacueerd. De VS spannen zich de laatste weken in te bemiddelen tussen de KDP en de PUK; daartoe is gisteren in de Turkse hoofdstad Ankara, in aanwezigheid van de Amerikaanse onderminister Robert Pelletreau, tweedaags Koerdisch vredesoverleg begonnen.

Hulporganisaties van de VN meldden maandag dat honderdduizenden Irakezen in toenemende mate worden bedreigd door gebrek aan voedsel, medicijnen en schoon water, deels als gevolg van het volledige handelsembargo waaraan Irak sinds zijn bezetting van Koeweit in 1990 is onderworpen.

Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei vervolgens dat Washington “de mate van crisis” in Irak niet kon evalueren, omdat het er geen diplomaten heeft. En als er een crisis was, dan was die de schuld van president Saddam Hussein, die paleizen bouwde en zijn familie verrijkte in plaats van zijn bevolking te voeden.

De Amerikaanse woordvoerder ontkende gisteren dat de VS “plotseling hun politiek hebben gewijzigd”. “Wij wilden de gegevens van de VN-organisaties onderzoeken (..) alvorens een besluit te nemen op basis van kennis van de feiten.” Hij erkende daarbij dat “de omstandigheden (van de bevolking) afschuwelijk zijn”, waarbij hij wel zijn beschuldigingen tegen Saddam Hussein herhaalde. (Reuter, AP, AFP)