Veel Serviërs ondanks alles achter Milosevic

BELGRADO, 31 OKT. Zoran Djindjic, leider van de Democratische Partij (DS) in Servië, legt uit hoe gevaarlijk het is om in zijn land oppositie te voeren. Twee gevangenisstraffen hangen hem boven het hoofd: een wegens het beledigen van de Servische premier, Mirko Marjanovic, en een wegens de opmerking dat ministers de winsten van de hoog opgedreven broodprijzen in Servië in eigen zak steken.

Als de regeringscoalitie van de Servische president, Slobodan Milosevic, zondag de parlementsverkiezingen in Joegoslavië (Servië en Montenegro) wint, vermoedt Djindjic dat hij die straffen moet gaan uitzitten. Maar hij glimlacht bij het vooruitzicht. Hij is niet bang voor de totalitaire macht van Milosevic, het regime heeft volgens hem haar langste tijd gehad. “Milosevic veracht het volk, en het volk voelt dat. Het zal niet lang duren of het zal zich massaal tegen hem keren.”

Het feit dat de oppositie, die er dit jaar voor het eerst in is geslaagd om samen één lijst te vormen, harder dan ooit wordt onderdrukt en Milosevic zich nog zelden vertoont in het openbaar, wijst er volgens Djindjic op dat de macht van de president wankelt. Steeds meer mensen hebben genoeg van de armoede, de roep om hervorming klinkt steeds luider. “De laatste keer dat Milosevic op een verkiezingsbijeenkomst is verschenen, is twee jaar geleden, en toen werd hij uitgejouwd”, zegt Djindjic. “Hij heerst met behulp van de televisietoren en de politie. Om het volk te bereiken is er meer nodig.”

Het Servische nationalisme dat de oorlogen in Kroatië en Bosnië tot gevolg had, barstte los onder de regie van Milosevic. Maar met de ondertekening van het vredesverdrag van Dayton moest hij afstand doen van het Groot-Servische ideaal. “Hij heeft het volk geen ideologie meer te bieden”, zegt Djindjic. “Zijn regime is als een visnet dat uit het water is gehaald. Het net is nog intact, maar er zitten geen vissen meer in.”

Maar hoewel Milosevic zich zelden laat zien, is zijn macht overal. In de media, het politieapparaat, het bedrijfsleven en de Centrale Bank en niet te vergeten in de internationale gemeenschap, waar hij zich heeft opgeworpen als vredesduif. De oppositie mag zich dan hebben verenigd, de standpunten variëren van extreem nationalistisch tot liberaal. Bovendien is de houding van veel Serviërs, niet gewend aan democratie, nog altijd: we stemmen op Milosevic omdat hij nu eenmaal de president is.

Een jaar of drie geleden, toen het faillissement van zijn nationalisme duidelijk werd, veranderde Milosevic zijn koers van nationalistisch in socialistisch. Bij die draai kwam Verenigd Joegoslavisch Links (JUL), de partij van zijn vrouw, de fanatieke communiste Mirjana Markovic, goed van pas. De JUL, fel gekant tegen liberalisering van de economie, regeert nu samen met Milosevic en is volgens sommigen inmiddels machtiger dan Milosevic' socialistische partij. De partij zetelt in een paleis in een chique wijk van Belgrado. Bij binnenkomst springt een immens fluwelen tapijt in het oog met in rood en blauw de afkorting JUL.

Partijbons Vladimir Stambuk vertelt in een glimmend leren bankstel dat de JUL de eerste partij is in Servië die zich “sterk heeft gemaakt voor de vrede”. Nationalisme noemt hij “een van de ergst mogelijke fenomenen van de maatschappij”. Milosevic is nooit een nationalist geweest en hij heeft ook nooit tot nationalisme aangezet, zegt Stambuk. “Misverstanden” zijn dat volgens hem: het nationalisme woedde in Bosnië, niet in Servië, want “in Servië is toch nooit oorlog geweest? Wij hebben onze problemen altijd vreedzaam opgelost. We hebben de SPS [de Socialistische partij van Milosevic, red.] eraan herinnerd dat zij een linkse partij is.”

JUL is “een amalgaam van goede dingen” uit het socialisme en het kapitalisme, zegt Stambuk. “Wij steunen alle vormen van staatseigendom zolang die efficiënt zijn.” De economie staat er niet slecht voor, volgens hem. “De inflatie is dit jaar vijf procent per maand. Dat is een goed resultaat.” De enorme daling van de produktie en de inkomens heeft naar zijn mening maar één oorzaak: de economische sancties die Servië kreeg opgelegd wegens zijn rol in de oorlog in Bosnië.

De sancties zijn echter slechts een van de vijf redenen voor de slechte economische toestand in Joegoslavië, zegt econoom Mladjan Dinkic, auteur van een boek over de bewuste aanwakkering van de hyperinflatie van 1993. De andere vier redenen zijn volgens hem de ondoelmatigheid van de staatsbedrijven, het wegvallen van afzetmarkten door de desintegratie van het oude Joegoslavië, de hyperinflatie en de kosten van de oorlog. “De economische toestand kan niet slechter worden dan zij nu is”, zegt Dinkic. “De enige reden dat de bevolking nog geen honger lijdt is dat de landbouwgrond zo vruchtbaar is.” De steun voor Milosevic wordt volgens hem steeds kleiner, maar dat hoeft niet te betekenen dat zijn partij de verkiezingen ook gaat verliezen. “Talloze mensen zijn tegen Milosevic. Maar ze denken dat als iemand niet op staatstelevisie verschijnt, hij niet in staat is om te regeren.”

Zarko Trebjesanin, docent aan de faculteit voor psychologie in Belgrado, verklaart die loyaliteit aan de macht uit een “biologische angst” voor verandering. “Nieuwe dingen brengen gevaar en onzekerheid met zich mee.” Volgens Trebjesanin waren tijdens de hyperinflatie in 1993 de bejaarden, die maandelijks nog maar vijf Duitse mark hadden te besteden, Milosevic' felste aanhangers. “Ze waren gaan geloven dat het zinvol was dat zij arm waren.”

Het electoraat van Milosevic is gemiddeld ouder dan vijftig en laag opgeleid. JUL probeert met de slogan JUL is cool jongeren te werven. Maar de slogan leidt voornamelijk tot hilariteit. Dusan Dincic, leider van de jongerenafdeling van de oppositionele Democratische Partij, beschouwt JUL niet als een serieuze concurrent. “Als je cool bent, zeg je dat juist niet van jezelf.” Idealen zijn out, zegt Dusan. “Het gaat niet om communisme of kapitalisme. Het gaat erom dat wij een regering willen die verantwoordelijkheid neemt voor haar daden, niet steelt, vrije media accepteert en economische hervormingen doorvoert.”

Een groot probleem is de apathie onder de jongeren. “Velen zijn zo teleurgesteld in de politiek dat ze niet de moeite nemen om te stemmen”, zegt Duso. Milos (22), student aan een hogeschool voor toerisme, heeft het bij voorbaat opgegeven: “Iedereen gaat toch voor Milosevic stemmen”, zegt hij. “De communisten zitten hier al vijftig jaar, ze zijn te sterk voor ons.” Milos blijft nog een jaar in Servië om zijn school af te maken en wil dan weg, naar het buitenland. Hij zou wel zijn eigen reisbureau wilen beginnen maar dat is onder de huidige omstandigheden, waar overal tien verschillende vergunningen voor nodig zijn, onmogelijk. “Wat moet ik hier doen? In de flat van mijn ouders blijven wonen, in mijn vaders auto rijden en 200 mark per maand verdienen?” Hij maakt een wegwerpgebaar.

Veel jongeren hebben Servië verlaten of zijn van plan dat te doen. Vladimir Stambuk van JUL zegt: “Wij willen bij jongeren de hoop terugbrengen.” Op de vraag wat JUL dan concreet voor de jongeren in gedachten heeft, antwoordt hij na even te hebben nagedacht: “Landbouw. De jongeren moeten uit de steden terug naar het platteland. Daar ligt de toekomst.”