'U kunt toch ook op de hand wassen?'

Het was een opname om op video te bewaren en over twintig jaar nog eens uit de kast te halen: Peter van Ingen van VPRO's Veldpost te midden van de have-nots van Nederland. Samen hielden ze de 'Eerste Alternatieve Armoede Conferentie' en onderscheidden ze zich van de Sociale Conferentie in Zwolle door de aanwezigheid van de mensen om wie het allemaal draait: de armen van Nederland.

Veldpost is een nog jong tv-programma, maar met nu al een interessante staat van dienst. Het zwengelde via een interview met bisschop Muskens de discussie aan over de armoede in Nederland en het gaf in rake, korte reportages consequent stem aan de onderkant van de samenleving. Voor de jongste aflevering had de VPRO een aantal mensen uit de voorgaande edities bij elkaar gezet. Het werd een chaotische (“Dames en heren, wilt u even naar elkaar luisteren, dit is belangrijk”), maar leerzame bijeenkomst.

De vraag of er inderdaad échte armoede is in Nederland, verbleekte spoedig tot een tamelijk academische kwestie. Je hoefde maar te kijken naar de doffe, terneergeslagen hoofden en te luisteren naar de bijbehorende verhalen om te beseffen dat er een niet gering probleem is.

Ik moest vooral terugdenken aan enkele opvallende uitspraken van prof. Bomhoff, afgelopen zondag in Buitenhof. Hij constateerde dat het minimumloon en de bijstand de laatste vijftien jaar met twintig procent zijn gedaald. Mensen die daarvan moeten leven, becijferde hij, komen elke maand tweehonderd gulden te kort. Bomhoff noemde het een mythe dat onze uitkeringen zoveel hoger zijn dan overal in het buitenland. “De bijstand in Californië is hoger dan in Nederland. Ook de minimumlonen in Canada en Amerika zijn hoger dan bij ons. Dit is ontstaan door vijftien jaar schandelijk bevriezen.”

Zijn uitspraken kwamen helaas alleen zijdelings ter sprake in het interview dat Maartje van Weegen gisteravond in Nova met minister Melkert had. Melkert bleek niets te voelen voor Bomhoffs suggestie de bijstand met 300 tot 400 gulden te verhogen. “Het is te simpel”, zei hij. Maar hij bagatelisseerde het probleem niet. Als definitie van armoede somde hij op: “Het gevoel tweederangsburger te zijn, geen werk, geen uitzicht op verandering, geen mogelijkheid je leven in eigen hand te nemen, het isolement.”

Dat is exact het beeld dat de afgelopen weken uit een aantal treffende tv-reportages is opgerezen. Zembla liet het zien in de Indische buurt van Groningen, NCRV's Dokument trok de Rotterdamse flatwijk Hoogvliet in en Nova filmde in de even troosteloze, ook al Rotterdamse, Afrikaanderwijk.

De Nova-verslaggever bezocht tante Leen (leeft al 29 jaar van een bijstandsuitkering van 1.280 gulden) en stelde haar enkele vragen, waarvan ik betwijfel of hij ze ook aan zijn eigen moeder durft te stellen wanneer ze onverhoopt in dezelfde omstandigheden komt te verkeren. Met een blik op haar spulletjes zei hij: “Het lijkt alsof u niet van de armoe leeft.” Tante Leen antwoordde gedwee: “Krijgertjes, he.” Toen ze over een wasmachine begon, zei hij streng: “U kunt toch ook op de hand wassen?”

Armoede is voor mensen als die Nova-verslaggever nog altijd: gaten in je kousen, luizen, wrak meubilair, kortom, een Dickens-achtige ambiance. Zulke armoede is er óók, zoals de beelden uit de afbraakpanden in Hoogvliet en de Afrikaanderwijk lieten zien. Maar de gasten in Veldpost vertelden even overtuigend over die andere armoede die minstens zo hard aankomt.

“Honger is een groot begrip”, zei een man. “Je hebt ook honger naar een sociaal leven, naar de film, naar de auto, naar een muziekbandje.” Juist daarvoor heeft de minimumlijder geen geld.

Deze week sprak ik iemand die in de jaren vijftig een nogal armoedige jeugd doormaakte. Hij zei: “Het was gemakkelijker te verdragen dan nu. Je wist niet hoe de rijkeren leefden. Er was weinig reclame, geen tv. Nu zie je hoe het anders kan, maar je kunt er niet bij komen.”

Dat kweekt berusting en aanpassing, maar ook verzet en bitterheid - al die schakeringen waren vertegenwoordigd in Veldpost. Een eensluidend antwoord kwam er eigenlijk maar op één vraag. “Denken jullie wel eens: ik kom hier overheen?” vroeg Van Ingen. “Néé!” joelde de zaal.