Troonopvolger (2)

In historisch perspectief stelt Heldring in zijn positief, kritisch artikel van 25 oktober terecht, dat wij sinds 1890 verwend zijn met vier voortreffelijke koninginnen (koningin-regentes Emma meegerekend) en met de voordelen verbonden aan het hebben van vorstinnen. Wij raakten daar gewend aan.

Zijn slotopmerking: “Het feit dat we ruim honderd jaar goed gediend zijn geweest, is geen waarborg dat dat altijd zo zal zijn”, is realistisch. Maar de daarop volgende woorden: “Regeren is vooruitzien - verder dan de volgende verkiezing” zijn niet erg helder en hadden uit historisch perspectief beter kunnen luiden: “De vrouwelijke erfopvolging loopt ten einde, doch laten wij beginnen ons ten opzichte van prins Willem Alexander positief op te stellen”. Immers, niemand heeft indertijd voorzien dat de nog zeer jonge prinses Wilhelmina tot nationaal symbool zou uitgroeien, dat prinses Juliana alom uitzonderlijk geliefd zou zijn en dat de huidige koningin zó zou worden gewaardeerd en gerespecteerd. Zij hebben dat allen gaande hun regeerperiode weten te bereiken. Opvolging, ook erfelijke opvolging, geeft nooit van te voren zekerheid, maar de historie van de laatste ruim honderd jaar is in deze (om twee woorden uit het randschrift van de Nederlandse gulden aan te halen) 'met ons'.