Troonopvolger (1)

Hierbij wil ik hulde toebrengen aan J.L. Heldring voor zijn artikel van 25 oktober, waarin hij een zaak aan de orde stelt waarmede Nederland en de troonopvolger over, naar wij hopen niet te korte tijd, zullen worden geconfronteerd. Het is goed de gedachten daarover te laten gaan zolang de zaak nog niet dringend is.

Onze koninginnen hebben sinds jaren de gewoonte ten tijde van het kerstfeest een toespraak te houden. Ik heb daarom omstreeks deze tijd een diep medelijden met Hare Majesteit want het is wel heel moeilijk iets nieuws of origineels te vinden voor de kerstrede. Voor een koning is het praktisch onmogelijk dit soort toespraken te houden. Zoiets ligt een man niet. Een vader spreekt ook anders tot zijn kinderen dan een moeder. Bij een moeder kun je uithuilen en dan getroost worden. Een vader kan niet meer doen dan moed inspreken om verder te gaan en moeilijkheden te overwinnen. Het is daarom goed het Nederlandse volk eraan te wennen dat een koning niet geregeld tot het volk spreekt. Dat zou bovendien aanleiding kunnen geven voor allerlei constitutionele moeilijkheden. Een vorstin zal in deze altijd meer begrip ontmoeten dan een vorst.

De conclusie moet zijn dat een koning slechts bij zeer bijzondere gelegenheden zijn volk kan toespreken.