Russen blijven angstig, gemeen en kleinzielig

Voorstelling: Liefde op de Krim, van Slawomir Mrozek, door Haarlems Toneel. Vertaling: Joanna Bilska en Renée du Bois; regie: Joanna Bilska; decor: Barbara de Vries. Spel: Nelly Frijda, Metta Gramberg, Teuntje de Klerk, Marieke de Kruijf, Vastert van Aardenne, Hein van Beem, Leo Hogenboom, Maiko Kemper, Gees Linnebank, Jerôme Reehuis. Gezien: 26/10 Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 16/1; inl 023-5420875.

In Liefde op de Krim volgt regisseuse Joanna Bilska exact de regieaanwijzingen op van Slawomir Mrozek, de schrijver. Dicteert Mrozek de roep van een koekoek, dan weerklinkt vanuit de coulissen inderdaad de roep van een koekoek. Bepaalt Mrozek dat de acteurs een hoed in bloempotmodel moeten dragen, dan zetten Bilska's spelers inderdaad een bloempothoed op hun hoofd.

Liefde op de Krim is een goed geschreven toneelstuk en je zou verwachten dat een nauwkeurige uitvoering automatisch tot een goede voorstelling leidt. Toch is dat hier niet het geval. Hoe komt dat? We vergapen ons aan weelderige kostuums, aan een cast vol bekende gezichten van film en tv, aan een ansichtkaartblauwe zee, aan een spook zonder hoofd en een hondje dat kwispelend opkomt. Om de haverklap gebeurt er iets waar we van opkijken. Een man schiet met een jachtgeweer middenin een volle salon, een ander eet een hele pot jam leeg. De 'ooohhs' en 'aaahhs' in de grote schouwburgzaal zijn niet van de lucht, en dat Bilska ons drie uur lang wakker houdt, met grappen en visuele effecten, is op zich een hele prestatie.

Niet wakkergeschud echter wordt ons denkvermogen. Terwijl Mrozek zoals elke satiricus toch wel degelijk bewustzijnsverruimende bedoelingen moet hebben gehad. Over de wreedheid van middelmatige mensen wil hij ons laten nadenken, aan de hand van een verhaal dat zich afspeelt in het tumultueuze Rusland van de twintigste eeuw.

In de eerste acte van het stuk, dat Mrozek vier jaar geleden voltooide, is het 1910. Een gezelschap rust uit in een pension aan de Krim en filosofeert rond de samovar over het leven. Achttien jaar later is pension 'Nice' veranderd in vakantieoord 'De Rode Gardist'. De gasten spreken elkaar nu aan met de titel 'kameraad', ook al is vriendschap in het communistische verklikkerssysteem ver te zoeken. In het derde en laatste bedrijf doet het oord dienst als basis voor de acties van criminelen, die lucratieve gaten in de vrije markt der jaren negentig trachten te vinden.

En steeds conformeert men zich braaf aan de heersende normen. De overgang van Tsjechoviaanse dromerigheid via leninistische verraderskordaatheid naar de openlijke agressie van het post-Gorbatsjov-tijdperk lijkt groter dan die in werkelijkheid is, want in wezen blijft men in elk systeem autoriteitsgevoelig, angstig, gemeen en kleinzielig. Zolang we niet bereid zijn onszelf vanbinnen te verbeteren is welk geloof dan ook in de vooruitgang van de mensheid een farce, lijkt de Poolse schrijver Mrozek te willen zeggen. Maar de eveneens van oorsprong Poolse Joanna Bilska schrikt terug voor moralisme en daarom zegt zij liever niets.

De kluchtige, luidruchtige scènes houdt zij door geen enkele visie bijeen - tenzij je plat effectbejag een visie noemt. Nelly Frijda is wel leuk als de sadistisch-bureaucratische directrice van een Lenin-museum en de jonge Vastert van Aardenne speelt zijn rol van aankomend staatsdichter zeker met de vereiste dosis achterbaksheid, maar dat alleen blijkt niet voldoende om de onderneming naar een hoger plan te tillen. Metta Gramberg als stramme communiste in padvindersoutfit, Jerôme Reehuis als corpulente koopman, Gees Linnebank als draaikonterige en in alledrie de bedrijven hopeloos verliefde intellectueel: het zijn niets dan karikaturen.

Bilska's vertaling mag er wezen en het is moedig dat zij met het karig gesubsidieerde Haarlems Toneel zo'n groots opgezet project aandurft. Dat ze in haar regie niet wat meer venijn en intelligentie gestopt heeft is na alle reeds gedane moeite des te spijtiger.