Prins Charles op kruistocht in Brussel

BRUSSEL, 31 OKT. Het ronde raam in onze logeerkamer trekt de aandacht van prins Charles. Zo'n raam, betoogt hij terwijl hij er naar toe loopt, maakt het verschil. Eén raam waar duidelijk over is nagedacht, kan een hele kamer bijzonder maken. Die aandacht voor details - dat is wat moderne architectuur op een menselijke schaal brengt.

De Britse kroonprins, die zich opwerpt als beschermheer van de traditionalistische ('menselijke') bouwkunde, beperkt zijn kruistocht tegen monotone, modernistische ('onmenselijke') architectuur niet tot Groot-Brittannië. Gisteren bezocht hij in Brussel een twee jaar geleden opgeleverd complex van woningen en winkels aan de Lakensestraat, één van de oudste en vroeger levendigste straten van de stad, die sinds de jaren zestig verloederde. Aan het ene uiteinde van de straat staat nu een zwarte kantoortoren, aan de andere kant de achttiende eeuwse Koninklijke Vlaamse Schouwburg die al jaren is verwikkeld in een strijd om geld voor renovatie en intussen steeds verder vervalt.

In een poging de Lakensestraat te doen herleven, werd in 1989 voor het blok tussen de Nieuwbrugstraat en de Circusstraat - een 'roze straatje' dat figureert in de roman De tranen der acacia's van W.F. Hermans - een prijsvraag uitgeschreven voor jonge Europese architecten. Initiatiefnemers waren eigenaar AG verzekeringen, onderdeel van de Belgisch-Nederlandse onderneming Fortis, en de Brusselse vereniging Fondation pour l'Architecture.

Veertien architecten uit vijf Europese landen werden uitgekozen voor het bouwen van de in totaal tien huizen. Hun ontwerpen zijn geinspireerd op de neoclassicistische woningen die midden vorige eeuw in de straat stonden. Bij de bouw zijn zelfs onderdelen van de oude woningen gebruikt. Toch is het resultaat geen imitatie van het verleden, maar aangepast aan de huidige normen.

Pagina 12: Aangenaam verrast door dikke muren

Het is precies de verzoening tussen oud en nieuw waarvoor prins Charles ten strijde trekt, sinds hij in 1984 een geruchtmakende redevoering over moderne architectuur afstak voor het Royal Institute of British Architects. Krachtige uitdrukkingen gebruikte hij toen, als “monsterlijke steenpuist” om in zijn ogen verfoeilijke moderne projecten te omschrijven.

De Britse kroonprins interesseerde zich vanaf het begin voor het complex aan de Brusselse Lakensestraat. Hij schreef het voorwoord in de twee catalogi over het project. “Hier is sprake van daadwerkelijke afwisseling, en van een harmonie die zich niet beperkt tot de straatgevels maar ook de interieurs van de gebouwen karakteriseert en zelfs de achterkanten”, schreef de prins in 1990. “Waren maar meer ontwikkelaars genegen om de handelswijze te volgen van de AG Verzekeringen.” In 1992 bezocht prins Charles de bouwplaats om te zien hoe de werkzaamheden vorderden. Nu wilde hij, in de marge van een officieel bezoek aan België, het resultaat zien. Bovendien wenste de toekomstige koning der Britten te spreken met bewoners, om te vragen of het er comfortabel en functioneel wonen is - en die bewoners waren wij.

Opmerkelijk praktische vragen stelde prins Charles bij zijn bezoek aan ons appartement op de derde verdieping van één van de Lakensestraatse huizen. Waar we onze kleren opbergen, of het fornuis elektrisch is, de badkamer handig, de koelkast voldoende groot en de muren dik genoeg - of horen we onze buren soms ruzie maken? Alles wilde hij zien, ook bad- en slaapkamer. Intussen rustig keuvelend alsof de Brusselse burgemeester, AG-topmensen en zoemende camera's ons niet op de hielen zaten. Zelf zei hij aangenaam verrast te zijn. Niet alleen om het project nu voltooid te zien, maar vooral omdat er aan de andere kant van de straat nu ook gerenoveerd wordt. Hoewel hij het niet opgeknapte huis aan de overkant met zijn afgebladderde muren ook grappig vond.

“De voltooiing van het wederopbouwprogramma van de Lakensestraat is een teken van hoop dat voor de Europese stedebouw eindelijk een nieuw en menselijker tijdperk aanbreekt”, schreef de Britse kroonprins vorig jaar in de catalogus over 'de wederopbouw van een historische straat in Brussel'. Zijn voorwoord eindigt, bijna lyrisch, met de zin: “Net zoals het bouwen van gebouwen op deze lokatie één van de ontelbare voorbeelden is geweest van barbaarse destructie die overal elders in de steden plaatsgreep, zo hoop ik nu oprecht dat deze regeneratie van de Lakensestraat de eerste van vele vergelijkbare projecten zal zijn over heel Europa, waarmee een ware renaissance van de straat in de eenentwintigste eeuw aangekondigd wordt.”

In vakkringen wordt vaak schamper gedaan over de architectonische denkbeelden van de Britse kroonprins, die zouden zijn gestoeld op nostalgie en leiden tot 'Disney-architectuur'. Maar dat weerhoudt hem er niet van kritiek te blijven uiten op naoorlogse architectuur, met name op theorieën uit de jaren vijftig en zestig “slaafs aangehangen door hen die erbij wilden horen” en die “vervormde monsters” in het leven hebben geroepen. In Londen wendde prins Charles zijn invloed aan om projecten tegen te houden, zoals de herinrichting van een plein naast St. Paul's Cathedral en een geplande uitbreiding van de National Gallery. Ook lanceerde de kroonprins twee jaar geleden een glossy tijdschrift, Perspectives on Architecture, dat een breed publiek moest interesseren voor bouwen. En in 1993 opende hij het Prince of Wales's Institute of Architecture, waar architecten doordrongen moeten worden van respect voor het verleden. Doel van de opleiding, zo stelde de prins in zijn openingstoespraak, is “het helpen smeden van een architectuur van de 21ste eeuw.” Gevraagd gisteren of het project aan de Brusselse Lakensestraat voldoet aan zijn ideeën voor een 21ste eeuwse architectuur, antwoordde de prins lachend dat dit architectuur van de 20ste eeuw moest zijn. Daar waren wij als bewoners het bewijs van.