Pretles per computer

DEN HAAG. “Weet jij nog hoe dat ook alweer heette, wat zo leuk was?”, vraagt de kleuter Umut van de Koningin Beatrixschool in de Haagse binnenstad. “Computer”, antwoordt zijn klasgenootje Komel, een donker meisje met een petje op.

Leuk is een computer zeker. Kleuters verdringen zich voor het beeldscherm, ook al staan er geen spelletjes op maar lessen Nederlands. Op de blikken commando's van de computer klikken Komel en Umut met een muis tekeningen aan. “Muur”, galmt de computer en op de klik van de muis volgt op gelijke, emotieloze toon “goehd”. Het pijltje op het beeldscherm gaat naar “jas”, “goehd”, “gooien”, “goehd”, “horen”, “fout”. Een onderwijzeres houdt toezicht. Op deze manier kunnen de immigrantenkinderen van de Beatrixschool met plezier hun taal bijspijkeren. Op de computer van groep zes oefenen zij om de beurt de topografie van Nederland. De leerlingen moeten de gevraagde plaats of provincie met de muis aanwijzen.

Ook in het voortgezet onderwijs heeft de computer een betoverende werking. Leerlingen van het Niels Stensen College in Utrecht willen graag Engelse en Franse woordjes leren, omdat dat zo leuk is met toetsenbord en beeldscherm. Als ze thuis een computer hebben, vragen ze ongeduldig wanneer de nieuwe lesschijfjes nu eindelijk eens klaar zijn, zodat ze die kunnen huren of kopen. Leerlingen die geen computer thuis hebben, mogen op school oefenen. Opdracht: tik “Is dat het stadion?” in het Frans. Hoe zeg je “de camping”. Er is één goed antwoord.

Er hangt een sfeer van magie rond computers. Het informatietijdperk is aangebroken en computers ontsluiten de 21e eeuw die “er staat aan te komen”. Wie geen IBM-achtige met 120 MHZ Pentium op Internet heeft hangen, gaat volgens gelovigen als een blinde door het leven. Tweede Kamerlid Marjet van Zuijlen (PvdA) schrijft in de Volkskrant dat jongeren moeten worden voorbereid op “een digitale toekomst”.

Toch lijken computerlessen verdacht veel op gewone leerboeken, maar dan met directe goed/fout-respons en een leuk spelletje als beloning voor een afgeronde test. Spelen met een muis is opwindender dan het vullen van een themaschrift. Iemand die op een computer Frans leert, zal die taal niet beter spreken, lezen of schrijven dan iemand die een boek gebruikt. Maar papier is zo saai, zeker voor de generatie die met sterke prikkels en hoge volumes is opgegroeid. Computers maken mensen niet slimmer dan vroeger, ze zijn het antwoord op de kortere aandachtsspanne van de hedendaagse leerling. De computer is een ingewikkelde variant van het aloude Electro, dat na het goede antwoord een lampje deed branden.

De digitale evangelisten vinden ook dat kinderen er met de computer “al vroeg bij moeten zijn omdat ze anders de boot missen”. Behalve voor gespecialiseerde vakken als technisch tekenen of ontwerp gaat dat niet op. De bediening van computers wordt steeds eenvoudiger, zodat die niet speciaal op school hoeft te worden geleerd. Weinig gepensioneerden zullen er in slagen viool te leren spelen. Maar na een paar dagen oefenen blijken ze al volleerde berijders van de digitale snelweg, hetgeen niet meer is dan een telefoonstelsel voor tekst en plaatjes. Op internet is de weg gemakkelijker te vinden dan in een netwerk van bibliotheken en catalogussen van fichekaarten. Maar de encyclopedie - op milieuvriendelijk, papierloos cd-rom of in boekvorm - geeft primaire informatie die kinderen harder nodig hebben.

De computer versnelt de informatiestroom, zoals de wasmachine uren per dag bespaart in het huishouden. Het Utrechtse Niels Stensen College heeft een imposante verzameling computers met nieuwe lessoftware. Rector M. Sjamaar mystificeert niet, maar hij ziet computers als een moderne realiteit waar een school niet omheen kan. De grafieken voor wiskunde zijn meteen perfect. Hij houdt er rekening mee dat het lezen van boeken ooit uitsterft. Nu gebruikt zijn school software om te testen of een leerling bepaalde boeken van de lijst heeft gelezen. Ieder kan op zijn eigen gelegenheid en op zijn eigen tijd de test doen. Hij voorziet zelfs een toekomst van leerlingen die aan computers zitten om lessen te volgen en examens afleggen, terwijl een toetsassistent helpt en toezicht houdt. Een dure leraar is niet nodig.

Een dergelijk toekomstperspectief is niet aanlokkelijk, want het komt neer op geïndustrialiseerd leren. De pretlessen van weleer worden zenuwslopende, precieze scores van elke leerling volgens van te voren gefabriceerde tests. Een dergelijk systeem bestaat al voor Amerikaanse telefonisten, van wie de computer gespreksduur en aantallen gesprekken bijhoudt. Wie te ver onder het gemiddelde raakt, valt af. Op school krijgt zo iemand minder geavanceerde tests. Volgens het studiehuismodel zitten de leerlingen wel fysiek in de zelfde ruimte, maar leren ze in totaal andere klassen. Carmen Wijnaldus, onderwijzeres van groep zes van de Prinses Beatrixschool, denkt dat de leraren heel wat zal ontgaan als alle leerlingen aan eigen beeldschermen zitten.

Nu hebben computers nog te veel kinderziektes om leraren echt te vervangen. Het kost geld. Niet alle software draait direct. Vaak treden storingen op. De technologie veroudert snel, zodat lespakketten een korte levensduur hebben.

Wel geldt de wet dat elke verandering de eerste paar jaar verbetering oplevert. Dat is het effect van de extra inspanningen. “Als ze met computers bezig zijn, heb je aan de klas eigenlijk geen kind”, zegt een enthousiaste Trees Vermeulen, een wiskundelerares die bij het Niels Stensen College deels voor informatietechnologie is vrijgesteld.