'Poolse hervormingen worden niet afgezwakt'

Hervormen op de manier die de EU van Polen eist, stelt dat land voor grote problemen, zegt premier Wlodzimierz Cimoszewicz tijdens zijn bezoek aan Nederland. Maar hij prijst de 'redelijke akkoorden' met de EU over de hervormingen. Een gesprek over de Poolse hervormingen en de sociale consequenties.

DEN HAAG, 31 OKT. Tien dagen geleden uitte Hans van den Broek, EU-commissaris, in een toespraak in Warschau ongezouten kritiek op de Poolse regering. Polen, aldus Van den Broek, wachten nog “heel grote hervormingen en aanpassingen” voor het lid van de EU kan worden. Het houdt zich niet aan afgesproken streefdata voor de liberalisering van prijzen en het vertraagt om politieke en sociale redenen de privatisering van grote staatsbedrijven. “Korte-termijndenken” noemde Van den Broek dat. “Er is een tendens om de herstructurering uit te stellen. Maar geen enkel land kan verslappen in zijn hervormingen in de veronderstelling dat het EU-lidmaatschap zeker is.”

Wodzimierz Cimoszewicz, premier van Polen, wil, even op bezoek in Nederland, de kritiek van Van den Broek niet bagatelliseren. In de statige lobby van Hotel des Indes in Den Haag zegt Cimoszewicz: “In bepaalde opzichten ben ik het wel met Van den Broek eens. Aan de ene kant hebben we de afgelopen jaren veel gedaan. We hebben geprivatiseerd, we hebben onze wetgeving in overeenstemming gebracht met EU-normen. Maar waar is dat de publieke sector nog te breed is, dat we in veel sectoren, zoals de mijnbouw, de landbouw en de scheepsbouw, de keus tussen moderniseren of liquideren nog moeten maken.”

Cimoszewicz heeft lang met Van den Broek gesproken tijdens diens bezoek aan Polen. En die heeft, zegt de premier, in dat gesprek zijn kritiek afgezwakt en zijn meningen bijgesteld. “Hij heeft bijvoorbeeld geaccepteerd dat we de olieprijzen nu nog niet kunnen liberaliseren. We moeten daarvoor wachten op lagere wereldmarktprijzen om een inflatiegolf te voorkomen. Idem wat de staalsector betreft. We zijn nu drie jaar bezig en we willen die sector nog drie jaar met protectionistische maatregelen beschermen. Van den Broek kwam om specifieke streefdata voor de liberalisering te vragen, maar aan het eind van het gesprek deed hij dat niet meer, integendeel: hij vroeg ons te wachten met nieuwe maatregelen tot de EU voorstellen doet om ons daarbij te helpen.”

Dat Polen om politieke en sociale redenen - de werkloosheid - de privatisering vertraagt, spreekt Cimoszewicz tegen: “De privatisering gaat door: dit jaar wordt de kopersector geprivatiseerd, dit jaar worden ook beslissingen genomen over de privatisering van de telecommunicatie en een aantal banken.”

In hoeverre vormen sociale problemen, zoals de hoge werkloosheid, niettemin overwegingen bij de privatisering?

“Alléén in de zin dat sociale hervormingen de privatisering aanmoedigen. De privatisering is ingebed in bredere hervormingen. Sociale hervormingen zijn ingrijpend. We moeten eerst fondsen vormen voor de sociale verzekering. Daarvoor is geld nodig. Dat hebben we niet. Aan dat geld komen we door te privatiseren: de opbrengst van de verkoop van bedrijven gaat naar de sociale verzekeringsfondsen, en daarvoor zijn de beste bedrijven geschikt. Alles hangt met elkaar samen, het is een proces, en daarvoor is tijd nodig.”

Polen heeft een hoge werkloosheid en een hoge inflatie. Worden die problemen vergroot door wat de EU van Polen eist?

“Wel als we de voorstellen zonder meer accepteren. Als de EU ons vraagt onze olie- of staalprijzen onmiddellijk te liberaliseren krijgen we problemen. Sommige landen hebben veertig jaar gedaan over de modernisering van hun staalsector. Wij doen er zes jaar over.”

Maar, zegt de Poolse premier, hij heeft er het volste vertrouwen in dat de EU Polen niet voor het blok zet. “We hebben redelijke akkoorden bereikt.” Hij prijst de Poolse prestaties: “Drie jaar geleden was de inflatie 37 procent, maar die is sindsdien elk jaar gedaald. In dezelfde tijd is het begrotingstekort gedaald tot 2,6 procent van het BNP en is de staatsschuld gedaald tot 54 procent van het BNP, om volgend jaar tot onder de vijftig procent te dalen. We voeren een zeer gedisciplineerd financieel beleid.” Ook de werkloosheid daalt, van zeventien procent van de beroepsbevolking twee jaar geleden tot 13,5 procent nu en elf procent volgend jaar. De premier is er niet weinig trots op dat het aantal werklozen in twee jaar met 650.000 is gedaald.

Een schaduwzijde van het succesverhaal is de groeiende verpaupering. Dertien procent van de Polen leeft onder de armoedegrens en het aantal 'have nots' groeit in relatie tot het aantal 'haves'.

“Daar heb ik wel hoofdpijn van. Maar ik ben het niet met u eens dat het aantal 'have nots' groeit. Het groeit niet. Het is wel een feit dat verwachtingen sneller groeien van de economie en dat daarom veel mensen nog niet erg gelukkig zijn.”

Anders dan in andere landen in Oost-Europa, betoogt Cimoszewicz, gaat de algemene verpaupering in Polen niet gepaard met de vorming van een kleine, rijke elite. “Niemand weet dat alleen dit jaar in Polen 350.000 nieuwe auto's worden verkocht en dat Polen de op vier na grootste markt voor nieuwe auto's in Europa is. Of dat er dit jaar 500.000 huizen worden gebouwd. Dat zijn cijfers die drie jaar geleden onmogelijk leken en die aantonen dat het niet om een smalle groep van rijken gaat.”

In hoeverre heeft het Westen Polen geholpen? President Clinton zei onlangs dat het Westen op de lange termijn een hoge prijs zal betalen als het toestaat dat 'het IJzeren Gordijn wordt vervangen door een sluier van onverschilligheid'.

“Van zo'n sluier van onverschilligheid hebben de Polen, de Hongaren en de Tsjechen niet veel last gehad. Dit jaar belopen de buitenlandse investeringen in Polen vijf miljard dollar. Dat duidt op belangstelling, op groeiende activiteit. Maar het gaat er maar om over wel land je het hebt. Als we naar Wit-Rusland kijken, of naar de Oekraïne, dan is wel sprake van [Westerse] nalatigheid wat hulp bij hervormingen betreft.”

De hervormingen vormen één zorg voor Cimoszewicz. De binnenlandse politieke stabiliteit is een andere: tussen de regerende sociaal-democratische (ex-communistische) SLD, de partij waar de partijloze Cimoszewicz het dichtst bij staat, en de PSL - de partij van de Poolse keuterboer - botert het niet. Sterker: het botert steeds minder. Alleen al dit jaar, na Cimoszewicz' aantreden als premier, is het tot vijf keer toe tot nijdige ruzies tussen de SLS en de kleinere, maar agressieve en op macht beluste PSL gekomen.

Hoe stevig zit de coalitie nog in elkaar?

“Ach, als ik met andere leiders van coalitieregeringen praat, zie ik dat zulke combinaties nergens makkelijk zijn. De anekdotes die ik te horen krijg komen overeen met de mijne. De PSL is de partij van het groepsbelang van de boeren. Ze negeert nogal eens het algemeen belang. Ik moet dan veel praten, veel sjacheren. Maar de kans dat de coalitie het tot de verkiezingen [van volgend jaar] uithoudt is toch groter dan de kans dat ze voortijdig breekt.”

De SLD daalt in de peilingen.

“Ik negeer de peilingen niet. Maar ze vertonen onderling veel verschil. Volgens het ene bureau kan de SLD op 19 procent aanhang rekenen, volgens andere op 23 of 24 procent. Maar ik ben niet met u eens dat de SLD zakt in de peilingen.”

Behoort niettemin een coalitie van de SLD met een andere partij dan de PSL tot de mogelijkheden, desnoods na de verkiezingen?

“Het is mogelijk. Het is zelfs waarschijnlijk. Er zijn - maar dat is mijn persoonlijke mening - geen obstakels voor een coalitie met de Unie van de Vrijheid [de oppositiepartij van ex-premier Mazowiecki, red.] of de [linkse] Unie van de Arbeid. Of misschien wel weer met de PSL.”