Ministerie komt niet af van RSV-syndroom

DEN HAAG, 31 OKT. Het ministerie van Economische Zaken komt niet af van het RSV-syndroom. In 1984 kreeg het imago van het departement een flinke deuk met de publicatie van het eindverslag van de enquête-commissie Rijn-Schelde-Verolme. De commissie gaf een gedetailleerd verslag van de overheidsbemoeienis met RSV en de ondergang van het scheepsbouwconcern. De commissie kwam tot een harde - veel geciteerde - conclusie: “Met een overgave die aan de speeltafel niet zou hebben misstaan, werd in korte tijd honderden miljoenen aan RSV toevertrouwd.”

Heeft de overheid niets geleerd van het RSV-debacle? “Dat had boven het persbericht kunnen staan dat bij dit rapport hoort”, zei A. Havermans, lid van het presidium van de Algemene Rekenkamer, gisteren in deze krant in een toelichting op het rapport 'Financiële relaties met grote ondernemingen'. Volgens de Rekenkamer zaten de steunoperaties voor DAF, Fokker en Nedcar krakkemikkig in elkaar. Met andere woorden: Economische Zaken heeft niets geleerd van RSV.

In ongekend felle bewoordingen reageerde minister Wijers (Economische Zaken) op het rapport. Volgens Wijers hebben de onderzoekers van de Algemene Rekenkamer zich bewogen in “een geconstrueerde realiteit” die niet spoort met “de feitelijke, economische en juridische context waarin de onderzochte operaties zich afspeelden”. Volgens Wijers heeft dat tot gevolg dat het exposé dat het rapport geeft van de onderzochte feiten “in menig opzicht inadequaat is en hier en daar zelfs suggestief”.

Tot dindag hebben Wijers en zijn collega Zalm van Financiën geprobeerd publicatie van het rapport tegen te houden. De bewindslieden vreesden dat er vertrouwelijke informatie mee in de openbaarheid zou komen. Tegen wil en dank gingen ze uiteindelijk akkoord met een geheime bijlage waarin onder meer staat hoeveel de steunoparaties de overheid hebben gekost.

De publicatie van het rapport kwam eerder dan verwacht. Een getergde Wijers - immers zijn pogingen om publicatie te verijdelen waren mislukt - belegde inderhaast een persconferentie. Na afloop overheerste de vraag wat er achter de felle reactie van de bewindsman zat. Een belangrijk deel van de verklaring gaf hij zelf: “De publicatie van het Rekenkamer-rapport komt op een uiterst ongelukkig moment.” De onderhandelingen tussen Economische Zaken met het Zuid-Koreaanse Samsung over de overname van Fokker bevinden zich in een beslissend stadium.

Daarnaast hebben Wijers (D66) en zijn voorgangers Andriessen (CDA) en De Korte (VVD) pogingen ondernomen om het bevlekt blazoen van Economische Zaken te zuiveren van RSV-smetten. Zo heeft minister Andriessen op basis van een sterkte/zwakte-analyse van de Nederlandse industrie een poging ondernomen om de nijverheidstraditie op zijn departement nieuw leven in te blazen. In de nota 'Economie met open grenzen' zet hij de lijn uit voor het industriebeleid van de jaren negentig: geen geldbuidels voor steunverlening, maar Economische Zaken als sparring partner voor de industrie.

Om herhaling van het RSV-debacle te voorkomen werd besloten het verlenen van staatssteun planmatig aan te pakken. In 1987 introduceerde De Korte daarvoor de clusterbenadering. Voordat een bedrijf steun krijgt, wordt in kaart gebracht wat de betekenis ervan is voor de economische structuur. De effecten van de steunverlening op onder meer de werkgelegenheid zouden daardoor beter in kaart kunnen worden gebracht.

De Rekenkamer trof in het onderzoek niets van deze planmatige aanpak aan. Volgens de onderzoekers is er onvoldoende inzicht in de omvang van de steunverlening in termen van kosten per arbeidsplaats. Deze conclusie is niet ter zake, meent Wijers omdat het bij DAF, Fokker en Nedcar niet ging om defensieve steunverlening, alleen gericht op werkgelegenheid. “In alle onderzochte operaties stond rendementsherstel voorop. Daarom mogen operaties niet primair worden beoordeeld op hun directe consequenties voor de werkgelegenheid en daarmee op de kosten per arbeidsplaats.”

Wijers draagt geen politieke verantwoordelijkheid voor de steunoperaties die zijn onderzocht, maar zijn hart ligt bij het industriebeleid. In 1982 promoveerde hij op de dissertatie 'Industriepolitiek; een onderzoek naar de vormgeving van overheidsbeleid gericht op industriële sectoren.'

Op het departement roemen ambtenaren de manier waarop Wijers de belangen van EZ heeft verdedigd. De enquête-commissie RSV had namelijk ook veel kritiek op de informatieverstrekking van het departement aan de Tweede Kamer. Het fenomeen 'vertrouwelijk overleg' staat sindsdien ook vaker op de agenda van de Tweede Kamer. Bij de steunoperaties aan DAF, Fokker en Nedcar is nauw en intensief contact onderhouden met de Tweede Kamer. Die heeft ingestemd met het gevoerde beleid in de onderzochte dossiers.

De Rekenkamer constateert dat de naar aanleiding van de RSV-enquête geformuleerde normen voor de informatievoorziening aan de Staten-Generaal in de praktijk niet is voldaan. “Onzorgvuldig”, meent Wijers, gezien het feit dat de Algemene Rekenkamer erkent dat zij niet beschikt over de informatie die noodzakelijk is om hierover een conclusie te kunnen trekken. In een reactie zeggen betrokken Tweede Kamerleden dat ze over alle informatie hebben kunnen beschikken.

Of ook de Europese Commissie over alle informatie beschikt is de vraag. De Rekenkamer zegt van niet; Economische Zaken zegt van wel. Europees commissaris Van Miert (mededingingsbeleid) heeft inmiddels een exemplaar van het rapport opgevraagd bij de Algemene Rekenkamer.