MBA-Nijenrode heeft nog lange weg te gaan

Volgende week viert de business school Nijenrode haar 50-jarig bestaan. Vijf jaar geleden, toen Nijenrode een particuliere universiteit werd, trad president Neelie Kroes aan met de ambitie Nijenrode op te stoten tot de toptien opleidingen Master Business Administration in Europa. Maar in de internationale MBA-rankings komt Nijenrode niet voor. “Helaas heeft Nijenrode nog een lange weg te gaan.”

Eén ding wist president Neelie Kroes zeker toen de overheidssubsidie aan Nijenrode in 1991 werd stopgezet: als de private universiteit wilde overleven, dan zou ze een groot aantal opleidingen moeten bieden en de managementopleiding MBA-Nijenrode zou een internationale status moeten krijgen. De oud-minister streefde naar een gezaghebbende, internationale faculteit, met docenten die 'hun sporen hadden verdiend in de harde werkelijkheid van het bedrijfsleven én de academische wereld'. Nijenrode zou, zo kondigde ze aan, 'iets fantastisch neerzetten en tot de leidende business schools van Europa gaan behoren'.

Nu, vijf jaar later, is het nog niet zo ver. Integendeel. Nijenrode zit niet in de positieve spiraal die leidt tot internationale faam: die van de beste docenten, die de beste studenten trekken, die op hun beurt de beste banen krijgen. Zo'n reputatie genieten de leidende business schools, zoals het Franse INSEAD in Fontainebleau, het Zwitserse IMD in Lausanne en de Nederlandse Rotterdam School of Management (RSM).

De MBA-studenten op de campus van het vijftig jaar oude Nijenrode komen uit alle windstreken, van China tot de Verenigde Staten. In de besloten tuinen stromen ze over een bruggetje naar de kantine voor de lunch. Het zijn veelal kortgeknipte jonge mannen, met colbert en spijkerbroek. Met de caissière spreken ze in allerlei varianten van de voertaal, het Engels. De MBA-studenten zijn gemiddeld 29 jaar, hebben een academische opleiding en al een paar jaar werkervaring. Ze betalen 35.000 gulden om in één jaar te leren hoe managementdilemma's van internationaal opererende bedrijven op te lossen. En om het felbegeerde MBA-diploma te behalen, zodat ze een sprong vooruit kunnen maken in hun carrière. Hadden ze op INSEAD gezeten, dan betaalden ze voor de 11 maanden durende MBA-opleiding 50.000 gulden. In Rotterdam kost de studie 39.000 gulden voor 16 maanden.

Eén gevolg van de geringe reputatie van de business school in Breukelen is dat veel multinationals Nijenrodianen geen voorrang geven als ze managers voor hun bedrijf werven, zo blijkt uit een rondgang langs recruteringsbureaus van multinationals. Zo adviseert Claire Betolmgal van Andersen Consulting Strategic Services sollicitanten het MBA te halen op INSEAD, de London Business School (LBS) of in Rotterdam. Het bedrijf neemt jaarlijks dertig MBA'ers aan in West-Europa. Algemeen directeur J. Krielen van Nestlé Nederland zegt brieven van sollicitanten die een MBA van INSEAD of Rotterdam hebben, meer aandacht te geven dan die van MBA'ers van Nijenrode. “Voor een MBA'er van Harvard trek je nog meer tijd uit, dat is logisch.” Het aanvangssalaris voor afgestudeerden van INSEAD is gemiddeld 156.000 gulden. Voor afgestuurden van Nijenrode was dat in 1995 gemiddeld 98.000 gulden.

Wegens die hoge salarissen selecteert het internationale farmaceutische bedrijf Eli Lilly & Co. zijn MBA'ers streng, zegt de voorzitter van de recruitment-afdeling in Europa, Michel van den Mooter. Zijn task force nam vorig jaar 25 MBA'ers aan voor Europa. Hij noemt de business schools waar Eli Lilly jaarlijks niet wil ontbreken om de beste studenten te werven: INSEAD, IMD, LBS, het Spaanse IESE en het Italiaanse Bocconi. “Zij maken met hun strenge toelatingscriteria een voorselectie voor ons. We kunnen onmogelijk naar elke business school gaan om goede MBA'ers te zoeken. Wat niet wil zeggen dat sommige onbekende scholen geen goede opleiding bieden”, aldus Van den Mooter.

De business school die bekend staat als de beste in Europa, INSEAD, beschouwt London Business School en IMD als concurrenten. “Niet Nijenrode, met alle respect”, zegt Kristin Lynes, lid van de toelatingscommissie van INSEAD. Want: “Nijenrode is geen internationale speler en dus geen concurrent.”. De woordvoerder van de prestigieuze London Business School heeft nog nooit van Nijenrode gehoord. “Nayerooo? What's that?” reageert ze verbaasd.

Economische redacties van bladen als Time, het Franse Le Nouvel Economiste en het Duitse Capital publiceren sinds enige jaren regelmatig MBA toptien-rankings om duidelijkheid te scheppen in het groeiende aantal - ten minste 140 in Europa - business schools dat een MBA-opleiding aanbiedt. De ranglijsten zijn omstreden omdat de redacties de opleidingen niet op inhoud vergelijken, maar naar hun reputatie vragen bij multinationals. Sommige bladen die uitsluitend over MBA-opleidingen en managementfuncties schrijven, zouden bij de samenstelling van de 'ladder' zelfs de relatie met adverterende opleidingen laten meewegen. Rankings, zeggen critici, worden self-fulfilling prophecies. Hoe dan ook, INSEAD staat steevast op de eerste plek; IMD, Londen en Rotterdam wedijveren om zilver en brons. Nijenrode komt nooit voor in de toptienpublicaties.

“Als je in geen enkele ranking voorkomt, dan heb je een zorg”, erkent president Kroes in haar indrukwekkende kantoor in het 13de-eeuwse kasteel in Breukelen. Gordijnen hangen gedrapeerd voor de hoge ramen, die uitzicht bieden over het landgoed. Zorg, omdat de toptien-rankings wel invloed hebben. De oudste, Amerikaanse ranking, de Best Business School uitgave die het weekblad Business Week eens in de twee jaar samenstelt, vliegt twee keer zo snel de kiosk uit als de normale Business Week, meldt een woordvoerder in New York.

Reputatie beïnvloedt het aantal studenten dat zich aanmeldt bij een business school en dat bepaalt de selectiemogelijkheden van de school. INSEAD krijgt bijvoorbeeld 2.500 aanmeldingen per jaar, heeft 500 plaatsen en neemt hetzelfde aantal studenten aan. Nijenrode krijgt 300 aanmeldingen en nam vorig jaar 60 studenten aan. De school komt niet aan de 80 studenten waarvoor ze de capaciteit heeft. Beide scholen hebben een selectieratio van 1 op 5. Het verschil tussen INSEAD en Nijenrode is dat INSEAD er zeker van kan zijn dat de school de eerste keuze is van de aangenomen studenten.

INSEAD eist van studenten dat ze ten minste drie talen beheersen. Nijenrode eist slechts beheersing van het Engels. Tevens eist INSEAD dat studenten gemiddeld 650 van de 800 punten halen in de internationale standaard MBA-toelatingstoets, de GMAT. De studenten op Nijenrode halen gemiddeld 600 punten, net als hun collega's in Rotterdam.

De Zuidafrikaan Graeme Rockett (30) behaalde onlangs zijn MBA en solliciteert nu naar general management-functies in Europa. Hij had nog nooit van Nijenrode gehoord, maar stuitte op de opleiding toen de school zich presenteerde op een marketingtournee in zijn land. Hij prijst de beslotenheid van het Nijenrode-terrein, die hem en zijn 59 medestudenten garandeerde dat ze niet werden afgeleid. “Je kunt hier een jaar lang zeer geconcentreerd werken, wat ook nodig is wil je je diploma halen.”

MBA-studenten bestuderen op de meeste opleidingen bestaande praktijkvoorbeelden - de zogeheten case-studies - onder leiding van (gast-)docenten afkomstig uit het internationale bedrijfsleven. Ze leren ook economische modellen analyseren en krijgen onder andere marketing management, personeelsbeleid, financieel management en business ethics. Daarin worden ze begeleid door hoogleraren, die op veel business schools tevens onderzoek doen. Hoe meer case-studies en economisch onderzoek een business school produceert, des te bekender ze wordt. Harvard Business School, IMD en INSEAD produceren verreweg de meeste case-studies, die per stuk ongeveer ƒ 75.000 kosten. Alle MBA-opleidingen kopen die praktijkstudies.

Nijenrode werd in 1946 opgericht als Nederlandsch Opleidingsinstituut voor den Buitenlandsche Dienst Nijenrode. Het Nederlands bedrijfsleven steunde het instituut, dat een tweejarige opleiding gaf aan jonge mannen die het zakenleven in wilden. De school stond vanaf 1971 bekend om zijn driejarige Bachelors of Business Administration (BBA)-opleiding die ze gaf aan 18-jarige schoolverlaters, onder wie ook vrouwen. Daarmee trad Nijenrode toe tot de academische wereld. In 1982 kreeg de school wat ze al jaren ambieerde: erkenning als universiteit. In diezelfde periode begon Nijenrode met de eerste voltijdse MBA-opleiding voor de Nederlandse markt. Pas in 1991, toen minister Ritzen (onderwijs) de subsidie beëindigde, besloot Nijenrode volledig te internationaliseren.

MBA-Nijenrode wàs de afgelopen paar jaar goed op weg naar internationale bekendheid, zegt de Vlaming dr. Philippe Naert. Hij maakte naam op INSEAD, waar hij vijf jaar lang rector was en de faculteit uitbreidde van 45 tot 84 internationale docenten. In 1992 werd hij, op verzoek van Kroes, rector in Breukelen. “Een business school internationaliseren, dat leek me een uitdaging”, zo verklaart hij zijn overstap naar Nijenrode. “Ik ben toen begonnen met de nodige investeringen, die tijd en geld kosten.” Maar dit voorjaar is zijn rectorscontract niet verlengd, wegens zijn 'te grote kostenongevoeligheid', aldus Kroes. Tegenwoordig is Naert directeur van het Tilburg Institute for Advanced Studies (TIAS).

Was het überhaupt mogelijk voor Nijenrode, dat in 1991 geen enkele internationale bekendheid genoot, om binnen een aantal jaren de inhaalslag te maken op de overvolle internationale MBA-markt? De Rotterdam School of Management (RSM) was in 1986 al begonnen met internationaliseren, tijdens de opkomst in Europa van MBA-opleidingen. IMD en INSEAD waren al veel langer bezig. Volgens de rector van RSM, W. Foppen, is het moeilijk voor nieuwkomers zoals Nijenrode om toe te treden tot de reputatieloop. “Je moet groeien om bekend te worden, maar je mag geen concessies doen aan de kwaliteit van de studenten en docenten. Dus kun je niet te hard groeien en word je niet snel bekend.”

RSM heeft zich, sinds een financiële crisis een paar jaar geleden, verzelfstandigd en is geen onderdeel meer van de Erasmus Universiteit. Het aantal lucratieve, korte programma's voor 'executives' van bedrijven is uitgebreid. Nijenrode heeft op dat terrein de laatste tien jaar ook naam gemaakt in Nederland. Maar Rotterdam heeft één groot voordeel: het kan putten uit hoogleraren die in dienst zijn van de faculteiten Economie en bedrijfskunde van de Erasmus Universiteit. Deze docenten hoeft de business school slechts per lesuur te betalen.

Naert achtte de inhaalslag wel mogelijk voor Nijenrode: “We investeerden in wetenschappelijke kwaliteit. We trokken docenten aan met internationaal zichtbare wetenschappelijke publicaties, zoals de Indiase marketingexpert Trichy Krisnan. We stelden een goed programma samen, ook al kun je je daar als business school amper mee onderscheiden. We stelden vrij strenge toelatingseisen aan studenten, zoals goede resultaten bij de GMAT-toets.” Dat moest, volgens Naert, zelfs al verdiende de opleiding daarmee minder dan op papier mogelijk was. “Je moet garanderen dat alleen de knapste koppen het diploma halen. We hadden, dankzij Kroes, goede contacten met het bedrijfsleven en we begonnen kennis te produceren in research-centers.” Dat laatste is volgens Naert essentieel. “Met uitsluitend docenten uit het bedrijfsleven die war stories uit de praktijk vertellen, red je het niet.”

Het ging inderdaad steeds beter met Nijenrode. Het aantal aanmeldingen van studenten steeg tijdens het bewind van Naert in drie jaar tijd van circa 60 naar 300 per jaar. De lijst van Nijenrode's international advisors en internationaal gerespecteerde docenten en gastdocenten werd allengs langer. Maar de afkoopsom van 63 miljoen gulden, die Nijenrode bij de privatisering in 1991 van minister Ritzen (Onderwijs) had gekregen, raakte op. Dit jaar verving Kroes Naert door een man die in Nederland bekend is uit het bedrijfsleven: Arie van der Zwan. De ex-Vendex-topman zette een rem op de uitgaven van zijn voorganger en verkleinde het budget voor onderzoek. “Naerts ambities strookten niet met de financiële mogelijkheden van Nijenrode”, vertelde hij in juni aan Nova. Gevolg is dat een aantal internationale deskundigen die Naert had aangetrokken voor de research centers is vertrokken. Zo zijn Trichy Krisnan en Patrick Duparcq, leden van de internationale afdeling Marketing, Naert gevolgd naar Tilburg.

Kroes zegt geen spijt te hebben van haar keuze voor internationalisering, vijf jaar geleden. “Ik vind dat je tot de toptien van Europese business schools moet behoren.” In haar kantoor wordt ze geflankeerd door de directeur van de MBA-Nijenrode, R. O'Callaghan, en woordvoerster M. Meijer. Ze halen alles uit de kast om te bewijzen dat de MBA-Nijenrode tegenwoordig meetelt in de wereld. In Breukelen studeren managers van 20 nationaliteiten die jobs krijgen bij internationale ondernemingen, leggen ze uit. De universiteit heeft een lange lijst internationaal bekende adviseurs, tot en met Bill Gates van Microsoft. Kroes: “Nijenrode speelt mee in internationale clubs van directors en deans.”

Toch wordt Nijenrode-MBA niet uitgenodigd voor de jaarlijkse bijeenkomsten van de informele, exclusieve MBA-Round Table van zestien business schools, die zichzelf als de beste in Europa beschouwen. Leden van de Round Table, zoals Rotterdam en het Zwitserse IMD, willen hun markt beschermen en moeten unaniem nieuwe leden aanwijzen. Nijenrode ambieert dat lidmaatschap niet, zegt O' Callaghan, dat 'clubje' is onbelangrijk. Maar pijnlijk blijft voor Nijenrode de episode rondom de gezamenlijke Round Table presentatiereis in 1995 naar Azië: toen werd Nijenrode uitgenodigd op initatief van Naerts kennissen bij INSEAD. Een lid van de Round Table - volgens Kroes was dat Rotterdam - maakte bezwaar en enkele weken later werd de uitnodiging weer ongedaan gemaakt.

Nijenrode is in 1994 geaccrediteerd door de Engelse Association of MBA's (AMBA), een organisatie die de kwaliteit van Europese MBA-opleidingen bewaakt. Hoognodig, vindt Kroes, “want iedereen op de hoek kan een MBA beginnen.” Ze vindt wel dat Nijenrode zich 'waar moet blijven maken. Want je bent er nooit.' In totaal zijn 46 Europese MBA's geaccrediteerd. Deze accreditatie is een formele internationale erkenning, maar geen garantie voor faam. De internationaal onbekende Nederlandse MBA-opleiding NIMBAS is daar bijvoorbeeld ook geaccrediteerd. Hetzelfde geldt voor een aantal Engelse business schools waar ze op Nijenrode duidelijk geen hoge pet van ophebben. Zowel Naert als Lynes vraagt zich af of Nijenrode in de toekomst een MBA-naam zal worden die de beroemde business schools moeten vrezen. Ze schrijven hun twijfel toe aan de onbekendheid, naar internationale maatstaven, van de huidige faculteit. Naert: “Ondanks Van der Zwans kwaliteiten geniet hij geen internationale bekendheid.”

Kroes en haar collega's te Breukelen willen van de internationale onbekendheid van de rector niets weten. Kroes: “Van der Zwan is bij uitstek degene die als rector past in deze implementatiefase, omdat hij ervaring in het bedrijfsleven combineert met analytisch vermogen en wetenschappelijke ervaring. Hij heeft onvoorstelbaar veel gepubliceerd, meer dan de doorsnee wetenschapper. Hij is al meer dan 20 jaar hoogleraar, op diverse universiteiten: Rotterdam, Utrecht, name it.” Zou de gemiddelde aspirant MBA'er in Londen de publicaties van Van der Zwan kennen, zoals hij de werken kent van bedrijfskundige denkers als Tom Peters of Charles Handy? Kroes: “Wel als hij zijn huiswerk heeft gedaan.” Zoveel zeggen publicaties overigens niet, vindt woordvoerster Meijer: “Claude Rameau, who made INSEAD what it is, heeft geen publicaties op zijn naam.”

Kroes wil na Van der Zwans periode, als de 'faculteit bedrijfskundig weer op orde is', opnieuw een 'stimulerende denker' met internationale bekendheid aantrekken. Want ze weet dat 'reputatie belangrijk is, alsjeblieft!' “Bovendien is een rector alleen niet voldoende om goede docenten en studenten aan te trekken”, zegt Kroes. “Als ik een MBA-opleiding zou kiezen, zou ik mijn mind opmaken door in de brochure te kijken naar de onderwijsfilosofie, het multiculturele en hoe de faculteit eruit ziet. Die moeten de docent of student aanspreken.”

De MBA-Nijenrode wil niet grootschalig worden, zegt Kroes. Maar volgens Naert is enige capaciteit noodzakelijk om naam te maken. “Je moet zo veel mogelijk markt-impact maken. Een MBA-opleiding moet dus veel MBA'ers afleveren, zonder concessies te doen aan niveau, zodat bedrijven je kennen en terugkomen. Zestig studenten per jaar is te weinig.”

“Helaas heeft Nijenrode nog een lange weg te gaan in internationaal opzicht”, zegt Jacques Reijniers (MBA), vennoot bij het bureau Interim management van Coopers en Lybrand Nederland. Reijniers: “Ik vind het jammer dat ze niet hoog scoren in de rankings, want ze doen wel goede dingen, zoals de executive-opleidingen. Maar een plek verwerven op de internationale MBA-markt? Dat gaat te langzaam.”