Kritiek zwarten Zuid-Afrika op uitspraak De Kock

PRETORIA, 31 OKT. Een gegrom en gesis achter in de zaal van het Zuidafrikaanse Hooggerechtshof aan de Paul Krugerstraat in Pretoria. Rechter Willem van der Merwe heeft zojuist Eugene de Kock veroordeeld tot twee maal levenslang plus 212 jaar cel wegens misdaden begaan uit naam van het vroegere apartheidsregime.

Hoewel iedereen weet dat de doodstraf in 1994 is afgeschaft, hebben veel zwarte aanwezigen, onder wie verscheidene nabestaanden van slachtoffers, geen vrede met de uitspraak “Ze moesten hem loslaten in een township, dan zou er recht worden gedaan”, zegt de moeder van Japie Maponya. Ze is verslagen. “Hij heeft mijn zoon vermoord en verdient de dood.”

De Kock, tussen 1985 en 1993 leider van het politionele doodseskader Vlakplaas, hoorde in een hoekje van de lange, verder lege beklaagdenbank, zonder enige zichtbare emotie zijn vonnis aan. In de pauze van de urenlange zitting converseerde hij vrolijk met zijn broer Vossie en blanke veiligheidsagenten. De Afrikaanstalige rechter Van der Merwe sprak over de 47-jarige De Kock als een man “met goede manieren en een keurig voorkomen”, waarachter “een meedogenloze en berekenende moordenaar” schuilt. Hij beklemtoonde dat De Kock tot zijn misdaden kwam “in een specifiek milieu”, lees: de apartheid, “een periode uit onze geschiedenis waarop we nooit zullen teruggrijpen.” De Kock geloofde volgens Van der Merwe dat hij “de communistische vijand van volk en vaderland” moest bestrijden, “maar het is aan mij de misdrijven te beoordelen, niet de politieke achtergronden.”

Na de uitspraak drongen de zwarte aanwezigen naar voren, in de richting van De Kock, alsof ze alsnog ter plekke met hem wilden afrekenen. Maar de veroordeelde werd beschermd tegen het volksgericht door een kordon van agenten, blank en zwart. Buiten de rechtszaal had zich een grote, woedende menigte verzameld, die lange tijd wachtte op de boevenwagen waarin De Kock naar zijn cel werd gereden. “We eisen uitlevering” riepen sommigen. Een blanke jongeman, Sjoerd Alkema, zei medelijden te hebben met De Kock. “Ik ben het niet eens met wat hij heeft gedaan, maar in zijn tijd was hij de held van het volk, die werkte in opdracht van anderen. En hìj heeft ten minste bekend wat hij allemaal heeft uitgespookt.”

De voorzitter van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, ex-aartsbisschop Desmond Tutu, zei in een reactie dat Eugene de Kock niet als zondebok mag dienen voor de mensen boven hem die medeschuldig waren aan de gruweldaden onder de apartheid. “Als we ons land willen verenigen, moet de waarheid op tafel komen, ook van en over degenen die de hoofdverantwoordelijkheid hadden”, aldus Tutu. Advocaten van apartheidsslachtoffers of nabestaanden hebben aangekondigd dat zij de voormalige president P.W. Botha en de ministers van Justitie en Defensie die onder Botha dienden, Adriaan Vlok en Magnus Malan, voor de commissie zullen dagen om te getuigen. Eerder wezen De Kock tijdens zijn proces en verscheidene ex-politieagenten voor de Waarheidscommissie de allerhoogste politici aan als hun toenmalige opdrachtgevers.

Eugene de Kock werd begin vorig jaar opgepakt, nog voordat de Waarheidscommissie tot stand kwam. Niettemin kan hij alsnog een beroep doen op de amnestieregeling van de commissie en zijn advocaten meldden vandaag dat hij dat spoedig zal doen. De vice-voorzitter van de commissie, Alex Boraine, zei gisteren dat niet alle delicten waarvoor De Kock is veroordeeld onder de amnestie vallen. Onder andere fraude en wapensmokkel, waarvoor De Kock in totaal 53 jaar cel kreeg, zouden hiervan zijn uitgezonderd. Dit zou betekenen dat De Kock voor zijn zwaarste misdaden (zes moorden en enkele samenzweringen tot moord) wel amnestie zou kunnen krijgen.