Kritiek op kwaliteit van leiding rechtbank

DEN HAAG, 31 OKT. Het werk bij de rechtbanken wordt belemmerd door een gebrek aan leidinggevende kwaliteiten bij het management.

Dat staat in een vertrouwelijk rapport van de Dienst Prisma van het ministerie van Justitie, die de werkwijze binnen een aantal arrondissementen heeft doorgelicht. Rechtbankpresidenten en rechters hebben nauwelijks belangstelling voor managementtaken, zo concluderen de onderzoekers. Zij hebben het te druk met hun inhoudelijke taken. Door een gebrek aan goede planning lopen de werkvoorraden op en komt de kwaliteit van het werk onder druk te staan.

De druk op de rechtbanken is de laatste jaren steeds groter geworden door een toenemend aantal zaken. De rechtbanken beschikken over te weinig personeel en onvoldoende financiële middelen om de zaken in goede banen te leiden. Dat leidt tot vaak lange doorlooptijden bij rechtszaken. Hoewel de motivatie van het personeel hoog is, neemt het aantal fricties toe.

Vooral de hoofden van de gerechtelijke ondersteuning moeten het ontgelden in het rapport van Prisma. Zij zijn nauwelijks bekend bij de rechtbankmedewerkers, maar hebben desondanks de naam “slechts in produktie geïnteresseerde slavendrijvers” te zijn. Zij krijgen ook veel kritiek van de rechters. Zij zijn verantwoordelijk voor de organisatie van de rechtbanken.

De zogenoemde planning & control die Justitie heeft ingevoerd om orde te scheppen in het ingewikkelde proces wordt “nauwelijks als sturingsinstrument gebruikt”, aldus het rapport. “Zelfs daar waar uitgewerkte activiteitenplannen met duidelijke prioriteitenstelling aanwezig zijn, wordt daarop in de praktijk vaak nauwelijks gestuurd.” De planning van rechtszaken blijkt vooral in de war te worden geschopt door zogenoemde mega-zaken, grote rechtszaken die veel zittingstijd in beslag nemen.

De leidinggevenden bij de rechtbanken zijn volgens het Prisma-onderzoek zelden geselecteerd op managementvaardigheden en zijn onvoldoende bijgeschoold. “In sommige gevallen vluchten leidinggevenden in het primaire werk en geven helemaal geen leiding meer”, zo staat in het rapport. Een aantal van hen “voldoet niet (meer) aan de hoge normen van de veranderende organisatie”.

Lagere leidinggevenden hebben volgens de onderzoekers de neiging hun superieuren in de waan te laten dat alles uitstekend loopt. Er wordt slechts ingegrepen als het ziekteverzuim onrustbarende vormen aanneemt, conflicten hoog oplopen, rechters klagen of fatale termijnen niet gehaald dreigen te worden.

Pagina 3: Hoge motivatie voorkomt rampen

Volgens de onderzoekers worden “grote ongelukken” slechts voorkomen door de “haast ongelooflijk hoge motivatie” van het personeel. Die komt voort uit de grote betrokkenheid bij het primaire proces, de behandeling van een rechtszaak.

Desondanks waarschuwen de onderzoekers voor een “diepe kloof tussen leiding en werkvloer”. Als voorbeeld geven zij dat medewerkers door de leiding worden ontmoedigd om kritiek te uiten, waardoor zij vinden dat zij niet serieus worden genomen. Uiteindelijk vluchten zij naar hun eigen “eilandjes” en “sabotteren” het werkoverleg door “eensgezinde zwijgzaamheid”.

Uit interviews met rechters en rechtbankmedewerkers blijkt dat men zeer negatief oordeelt over het loopbaanperspectief, aldus het rapport. Roulatie binnen het arrondissement vinden de meesten heel nuttig, zolang zij niet zelf hoeven te verkassen. Medewerkers zeggen uit ervaring te weten dat slechts met “kneusjes” wordt geschoven. Zij willen slechts naar een andere plek binnen het arrondissement verhuizen als daar iets tegenoverstaat, bijvoorbeeld een hoger inkomen. Daarmee hoeft “men niet beducht te zijn voor gezichtsverlies”, aldus de opstellers van het rapport. Rechters blijken redelijk tevreden met de heersende cultuur binnen de rechtbanken. Het ondersteunend personeel is dat niet.

De onderzoekers schrijven dat zich de laatste jaren in de rechtbanken een “stille reorganisatie” heeft voltrokken om zich te wapenen tegen de oplopende werkdruk. Enerzijds nemen secretarissen en stafjuristen steeds meer werk over van rechters, bijvoorbeeld bij het schrijven van vonnissen en het selecteren van bewijsmiddelen. Anderzijds zien rechters zich in toenemende mate genoodzaakt om tijdrovend werk als het kopiëren van stukken zelf te verrichten.

Men probeert harder en langer te werken, meer rechters-plaatsvervanger in te schakelen, maar als de grenzen daarbij zijn bereikt worden de doorlooptijden langer. Rechters proberen ten koste van alles te voorkomen dat de kwaliteit van hun werk achteruitgaat. De meesten vinden het normaal om 's avonds en in het weekeinde te werken.