Kleine voorraden stuwen olie- en gasprijs op

Oliemaatschappijen en regeringen die veel verdienen op olie- en aardgasverkopen juichen over de recente sterke stijging van de olieprijzen. Maar de consument en de industrie moeten voorlopig rekenen op hogere prijzen, zeker als de winter koud wordt. Oorzaak: veel te kleine voorraden aan het begin van de winter.

LONDEN, 31 OKT. Benzinepomphouders krijgen de laatste weken heel wat gefoeter van hun klanten te verwerken over prijsstijgingen voor brandstoffen. Dat dreigt binnenkort nog erger te worden, want de oliemarkt is krap en de voorraden aan ruwe olie en raffinageprodukten zijn véél te krap voor het begin van het winterseizoen.

“De voorraad ruwe olie zit op een historisch dieptepunt”, zegt dr. Herman Franssen, president van het Amerikaanse adviesbureau Energy Associates Inc. “De vraag naar olie ontwikkelde zich dit jaar stevig en de produktie buiten de Opec-landen nam weliswaar toe, maar minder dan was verwacht. Oliemaatschappijen hebben zich niet echt ingespannen om de voorraad tijdens de zomer op peil te brengen omdat ze verwachtten dat Irak weer zou gaan leveren, maar dat ging niet door. Met als resultaat dat de prijs voor het eerst in vijf jaar weer de piek bereikte van vlak voor de Golfoorlog in 1991.”

Half oktober kostte een vat toonaangevende Noordzee-olie Brent op de termijnmarkten in Londen en New York bijna 25 dollar, een stijging van bijna 60 procent vergeleken met de notering van januari dit jaar.

Op de conferentie Oil and Money begin deze week in Londen, georganiseerd door de Herald Tribune en enkele vakbladen, was de algemene opinie dat de piek deze winter nog wel hoger kan worden. Een sterke daling van de produktiekosten voor olie buiten de elf Opec-landen en vriendelijker fiscale voorwaarden in Groot-Brittannië hebben de winning op de Noordzee, in de Golf van Mexico en in het Verre Oosten gestimuleerd. Maar om aan de stijgende vraag tegemoet te komen is er meer nodig. “De jongste voorspellingen geven aan dat de extra produktie in dit vierde kwartaal slechts de helft van de gestegen vraag zal kunnen dekken”, zegt Sharif Ghalib, econoom van de Gulf Investment Corporation in Koeweit.

Dat voorspelt weinig goeds voor de voorraadvorming, die zo noodzakelijk is om tegenvallers als een strenge winter, uitvallende olieplatforms op zee en onverwachte reparaties aan raffinaderijen op te vangen. “Daarvoor hebben we nu gewoon te weinig buffers in de markt”, aldus Ghalib. Herman Franssen voorziet dat de voorraden bij een koude winter verder dalen, waardoor de prijzen nog meer omhooggaan.

In de Verenigde Staten hebben de krappe voorraden al geleid tot spoedoverleg tussen de minister van energiezaken O'Leary en de grote oliemaatschappijen. Hoge prijzen, vooral voor benzine en huisbrandolie (13 procent van de Amerikaanse woningen wordt met olie verwarmd) komen president Clinton zo vlak voor de verkiezingen slecht uit. Minister O'Leary probeert de olieconcerns tot een grotere produktie van hun raffinaderijen te bewegen en ze heeft daarvoor al olie uit de strategische voorraden van de overheid, die in diepe zoutcavernes liggen opgeslagen, laten verkopen.

Pag.25: Terugkeer van Irak op oliemarkt was misrekening

Zo'n maatregel kan tijdelijk wat verlichting brengen, maar ze illustreert tegelijkertijd het fundamentele probleem dat de veelbezongen vrije markt het dit keer heeft laten afweten. De oliesector rekende afgelopen zomer op terugkeer van Irak op de markt, waardoor dit Opec-land zo'n 750.000 vaten ruwe olie per dag zou leveren. Olie zou daardoor goedkoper worden, waardoor de voorraden voordelig op een veilig peil zouden worden gebracht. Maar dat feest ging niet door. Vorige maand sloeg Saddam Hussein alle adviezen van zijn ministerie van Olie in de wind. De overeenkomst met de Verenigde Naties om het eerstvolgende halfjaar voor twee miljard dollar aan Iraakse olie te exporteren, werd afgeblazen. Irak zou voor een deel van dat bedrag voedsel en medicijnen aanschaffen voor zijn bevolking die nu al zes jaar zucht onder het internationale embargo. Een groot deel van de 22 miljoen Irakezen blijft verstoken van voldoende eerste levensbehoeften.

Hoge olieprijzen zijn de schrik voor de Westerse industrie, zoals aanhoudend vertolkt door het Internationaal Energie Agenschap in Parijs. De krappe economische groei in de OECD-landen wordt er door in de wielen gereden, de consumptie neemt af en hele volksstammen komen in opstand, zoals president Bush in 1991 heeft ervaren. Ook Bush moest de markt toen steunen met verkoop van olie uit de strategische voorraden, die eigenlijk bestemd zijn voor oorlogsomstandigheden.

In Nederland steeg de prijs voor de meest getankte benzine, Euro ongelood, 'aan de pomp' per liter van 1,92 gulden per 1 januari van dit jaar tot 2,04 gulden op 30 oktober. Dieselolie werd in die periode tot groot verdriet van de transportsector bijna 14 cent per liter duurder. Een van de belangrijkste oorzaken voor de prijsstijging voor diesel is dat het basisprodukt gasolie voor diesel en huisbrandolie, begin deze herfst plotseling schaars werd. In Duitsland, waar veel huisbrandolie wordt verstookt, hadden consumenten in de zomer gewacht met het vullen van hun olietanks in de hoop op lagere prijzen. In september en begin oktober ontstond er een run op huisbrandolie en volgde er een prijsexplosie.

Aanstaande vrijdag worden de brandstofprijzen in Nederland door marktleider Shell weer iets verlaagd, omdat de internationale noteringen voor brandstoffen in Londen dat mogelijk maken: benzine wordt 1 cent per liter goedkoper en diesel 1,6 cent. Maar de door het paarse kabinet voorgenomen accijnsverhoging dreigt de prijzen volgend jaar weer met 11 cent per liter benzine, 5 cent voor diesel en 8 cent voor autogas op te jagen. Schrale troost voor de consument is dat die belastingverhoging pas per 1 juli zal ingaan, op het moment dat de marktprijzen meestal een dalende lijn vertonen omdat de vraag naar brandstoffen in het tweede kwartaal afneemt. Als je al gewend bent aan dure benzine in de winter, komt de klap per 1 juli minder hard aan.

De huidige krappe oliemarkt zou voor Opec, de organisatie van elf olie-exporterende landen, het uitgelezen moment moeten zijn om haar marktaandeel op te voeren. Opec heeft nu een aandeel van bijna 40 procent in de wereldolievoorziening, maar met uitzondering van Irak en Saoedi-Arabië zitten alle Opec-producenten momenteel praktisch aan het maximum van hun capaciteit.

Grootste concurrenten van Opec zijn Groot-Brittannië, Noorwegen, de producenten in de Golf van Mexico en die in het Verre Oosten. Door de sterke kostendaling (zo'n 30 procent in de laatste vijf jaar) voor het winnen van olie uit nieuwe velden, nam de produktie in de non-Opec-landen de laatste tijd sterk toe.

Samen pompen de elf Opec-lidstaten nu bijna 26 miljoen vaten per dag naar boven, tegen een totale technische capaciteit op dit moment van 27,1 miljoen vaten per dag. De relatief bescheiden bijdrage die de VN aan Irak willen toestaan (bij de huidige prijzen zo'n 500.000 vaten per dag) zou nu makkelijk door de markt kunnen worden opgenomen. Daarom is het hardnekkige quota-busting (lidstaten die meer produceren dan het hun toegemeten maximum) nu ineens geen probleem meer.

Het gezamenlijke plafond van Opec (25,033 miljoen vaten per dag) wordt al maanden overschreden, met als grootste boosdoener Venezuela dat volop kansen kreeg om Amerikaanse raffinaderijen van extra olie te voorzien. Daarom zal de raad van Opec-ministers, die zich eind volgende maand weer in Wenen beraadt over de strategie voor het volgende kwartaal, weinig neiging hebben om balorige lidstaten te kritiseren. Opec-landen zullen immers het eerst en het meest profiteren van de windfall-profits die voortvloeien uit de huidige prijsexplosie van ruwe olie. Eerder is een lichte verhoging van het maximum-produktieplafond in het eerste kwartaal van 1997 te verwachten. Dat zou passen in het streven van Opec naar een groter marktaandeel.

De internationale oliemarkt wacht nu met spanning af wat het Iraakse regime en de Verenigde Naties zullen besluiten over de oil for food-deal, de VN-resolutie die, wellicht in aangepaste vorm, een beperkte hervatting van olie-export uit Irak mogelijk maakt. Marktanalisten verwachten dat de 500.000 vaten extra olie per dag uit Bagdad de olieprijs zullen stabiliseren. Verlenging na het eerste halfjaar en eventueel verhoging van het quotum als Saddam Hussein eindelijk volledig opening van zaken geeft over zijn wapenarsenaal, zou de prijs weer kunnen verlagen.