Kapitalisten zijn we allemaal

De Amsterdamse beurs is markt en gokhol tegelijk en wie er zijn eigen belang nastreeft, helpt het algemeen belang. De kapitalist is een gewone werknemer en angst kan niet zonder hebzucht. Beursplein 5 is bezaaid met paradoxen.

DE AMSTERDAMSE EFFECTENBEURS klinkt als een zwembad en oogt als een gezelschap colbertloze heren dat doelloos ronddwaalt, als starende vissen in een kom.

Worden hier nu die miljarden guldens verloren, zoals op 19 oktober 1987, Zwarte Maandag, toen de beurzen wereldwijd bijna een kwart kelderden en handelaren van Tokio tot Wall Street dachten dat de beursgong voor het laatst had geklonken?

Worden hier nu de miljarden verdiend die steeds meer burgers naar de markt lokken? In anderhalf jaar tijd zijn de beurskoersen in Amsterdam met 50 procent gestegen, een spectaculaire opmars zonder weerga. De waarde van alle beursgenoteerde aandelen is nu ongeveer gelijk aan de omvang van de totale Nederlandse economie.

De couponknipper van weleer, de vleesgeworden kapitalist met driedelig pak en dikke sigaar - hij overleeft alle financiële stormen in spotprent en karikatuur. Maar de kapitalist van tegenwoordig is gewoon een werknemer, die zijn spaarloonregeling gebruikt om fiscaal voordelig aandelen in zijn eigen bedrijf te kopen. De kapitalist is lid van een beleggingsstudieclub, waar hij zijn successen op de beurs kan vieren en over zijn mislukkingen kan uithuilen.

De effectenbeurs is in Nederland niet langer het domein van de happy few. Zij heeft volkse trekjes gekregen. Nederland telt een paar honderdduizend actieve beleggers, die regelmatig aandelen kopen en verkopen, die kranten en tijdschriften doorsnuffelen op zoek naar de gouden tip.

Veel meer Nederlanders nog zijn beleggers die 'er weinig aan doen': omdat ze geen tijd hebben om veel te handelen, of omdat zij nu eenmaal heilig geloven in de aandelen die zij hebben. En dan zijn er nog miljoenen Nederlanders die niet eens weten dat zij nauw betrokken zijn bij het wel en wee van de aandelenmarkt: via hun pensioenvoorziening, of via een beleggingsfonds waarin ze via hun bank deelnemen, of met een koopsompolis.

De kapitalist, dat zijn u en wij.

De beurs is al decennia lang dagelijks nieuws voor de kranten. Maar sinds ook de doorsnee-Nederlanders massaal hun weg naar het Damrak hebben gevonden, kan ook het volksmedium televisie er niet meer onderuit. Het NOS-journaal, dat de berichtgeving naar eigen zeggen ijkt op Mavo-niveau, maakt gewag van de dagelijkse eb- en vloedbewegingen op de financiële markten, waaronder de koers van de dollar, de slotstand van de Amsterdamse beurs en van Wall Street, het mekka van het beurskapitalisme.

De traditionele kapitalist is op sterven na dood. Hetzelfde geldt voor de authentieke beursambiance. De beursvloer aan het Amsterdamse Damrak is het laatste restant van de klassieke beurs: een ontmoetingsplaats van vragers en aanbieders van kapitaal. De geldgevers zijn 'kleine' spaarders, maar ook puissant rijke families, verzekeringsmaatschappijen en kleine of grote pensioenfondsen, zoals het ABP dat meer dan 200 miljard gulden aan beleggingen heeft. De vragers van geld zijn de overheid, maar ook bedrijven, zoals de mediareus Endemol, die via de uitgifte van aandelen vermogen aantrekken voor de financiering van overnames in binnen- en buitenland.

De beurs is niet anders dan een groenteveiling. In theorie gaat de prijs van de aandelen omhoog als de vraag naar aandelen groter is dan het aanbod, als er meer kopers zijn dan verkopers, zoals de prijs van bloemkolen op de veiling omhoog gaat als veel groenteboeren bloemkolen in hun winkels willen hebben. Wil het publiek geen kool op tafel, dan daalt de prijs op de veiling. Zo gaat het ook op de beurs.

In theorie.

De praktijk is weerbarstiger en spannender. Het andere gezicht van de beurs als gezapige marktplaats, waar vragers en aanbieders elkaar in een plezierige ambiance ontmoeten, is de rumoerige financiële arena vol beeldschermen waar schreeuwende jongelui in te dure pakken, met te kleurrijke dassen in verschillende telefoons tegelijk roepen. De beurs als casino, waar het miljardenkapitaal met één druk op de knop over de wereld gaat en nationale grenzen overschrijdt op jacht naar het hoogste rendement. De markt als het toneel voor superspeculanten die gerespecteerde munten als het Britse pond uit het politiek-economisch aanvaarde monetaire stelsel EMS kunnen stoten.

Handelaren, speculanten en hun werkgevers zetten in dit nationale casino grote bedragen in met maar één doel: rijk worden, en liefst zo snel mogelijk. Hun daadwerkelijke aanwezigheid op de beursvloer is overigens sterk teruggelopen: de beurshandel heeft tegenwoordig voor het grootste deel plaats via beeldschermen, door handelaren die elkaar nog wel spreken maar steeds minder zien. De 'beurs' hoeft zo allang geen fysieke plaats meer te zijn. Het gebouw aan Beursplein 5 zou zonder veel problemen kunnen worden ingeruild voor een zuiver virtuele locatie. De financiële markten zijn een van de eerste sectoren van de maatschappij die hun definitieve plaats hebben gevonden in cyberspace.

Heeft dit virtuele casino nog enige relatie met de echte economie, waar uitvindingen worden gedaan, waar mensen aan de lopende band staan, waar containers worden verscheept en waar het gewas wordt geoogst? Of is dit de slotfase van het kapitalistische systeem, waarin het kapitaal in handen komt van steeds minder mensen voordat het systeem piepend en krakend aan zijn eigen tegenstrijdigheden ten onder gaat? Wat is een beurs waard die positief reageert op hogere werkloosheid, die aangeeft dat het slechter gaat met de economie, zodat de rente omlaag kan en daarmee beleggingen in aandelen interessanter worden?

HET PARADOXALE IS dat de beurs en het casino onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De beurs is een rationele markt en een gokhol tegelijk, de een kan niet zonder de ander. Zonder beleggers geen speculanten. Zonder dr. Jekyll geen mr. Hyde. Gerespecteerde partijen die op de effectenbeurs hun geld beleggen, lijken soms ordinaire speculanten, terwijl speculanten zich soms als belegger ontpoppen. “Een belegging is een uit de hand gelopen speculatie”, zo luidt niet voor niets het credo van een grote investeerder op de Amsterdamse beurs die in de jaren tachtig furore maakte met gewaagde overnames.

De speculanten die een gokje wagen, zijn de smeerolie in de beursradertjes. Zij kopen wanneer de meeste beleggers juist willen verkopen, en andersom. Als op de veiling alleen maar kopers bieden, wordt er geen handel gedreven. Daarvoor zijn ook verkopers nodig. De speculant, in tijden van nationale beroering het zwarte schaap van politici, vervult een onmisbare functie, al krijgt hij nooit een standbeeld.

Banken verbieden hun beurshandelaren geenszins ook persoonlijke winst na te streven: het houdt hen scherp. Het streven naar persoonlijk gewin heeft daarbij een positief effect op de omgeving, zoals liberale denkers dat graag veronderstellen. Wie zijn eigen belang nastreeft, is geen profiteur, hij helpt juist het algemeen belang. En zo is de beurs, de tempel van het kapitalisme, nog steeds stevig gegrondvest op het negentiende-eeuwse liberale gedachtengoed. Hoewel beurshandelaar Nick Leeson, wiens speculaties de Britse Baring-bank vorig jaar te gronde richtten, heeft laten zien dat ook deze vrijheid haar grenzen heeft.

De beurs zit vol paradoxen zoals die tussen speculant en belegger. De drijfveer Angst kan er niet zonder zijn tegenpool Hebzucht. De twee klassieke beurssymbolen zijn de stier, de bull, het symbool van de stijgende koersen, en de beer, de bear, die de neergang verbeeldt. Na elke bull-market volgt een bear-market.

De stier en de beer zijn het paar apart dat de beurs door goede en door slechte tijden sleept. De jaren zestig waren booming, maar in de jaren zeventig viel er tien jaar lang niets te beleven op de beursvloer en sloten banken hun beleggingsadviesafdelingen. Na 1982 begon de lange mars omhoog van de beurskoersen die inmiddels tot duizelingwekkende hoogten zijn gestegen..

VROEGER KWAM INFORMATIE op de markt vanzelf bij elkaar. Niet voor niets waren koffiehuizen vaak de eerste marktplaatsen: informatie, geruchten en percepties zijn de brandstof van de handel. Hoe meer goede en betrouwbare informatie beschikbaar is voor de vragers en de aanbieders van kapitaal, hoe beter de prijsvorming.

Op de financiële marktplaats komt de informatie nog steeds samen, al heten de verspreiders van de informatie tegenwoordig Reuter, Dow Jones Telerate, Knight-Ridder of Bloomberg; financiële persbureaus die zich in de jaren tachtig hebben opgewerkt tot wereldomspannende informatieleveranciers voor de financiële markten. Hoe meer informatie beschikbaar is, hoe beter de koersvorming verloopt, is de theorie. De opmars van computers, databanken en razendsnelle informatiestromen zou de markten dus efficienter hebben moeten maken. Goed voor zowel beleggers als bedrijven. Elke marktpartij beschikt over alle relevante informatie, het ideaal van de 'perfecte' markt lijkt dichterbij dan ooit. Alle informatie die mogelijkerwijs van invloed kan zijn op de koers van een aandeel is daar op elk willekeurig moment al in verwerkt.

Dat klinkt mooi, maar het is bezijden de werkelijkheid. Weten alle partijen op de beurs, van kleine particulieren achter hun televisie met teletekst tot en met de miljardenbeleggers met vier informatieterminals, echt allemaal evenveel? Hebben zij allemaal dezelfde toegang tot die informatie?

Zo rationeel verloopt de koersvorming op de beurs lang niet altijd. Sentimenten spelen een onnavolgbare rol. Momenten van massale paniek zijn geen uitzondering. Achteraf was de wereldwijde beurskrach van 19 oktober 1987 wel te verklaren, maar op het moment dat het gebeurde leek het eerder alsof een rampenfilm realiteit was geworden.

Ook al is er informatie in overvloed, de jagers op nog meer informatie zijn onvermoeibaar. Beleggingsanalisten die her en der informatie verzamelen en de resultaten van bedrijven proberen te voorspellen worden beter betaald dan ooit. Hoe meer beleggers weten, hoe meer ze willen weten.

Levert het wat op? De Amerikaanse krant The Wall Street Journal organiseert al jarenlang een wedstrijd tussen professionele fondsbeheerders en een spreekwoordelijke 'aap met dartspel'. De fondsbeheerders tippen elk een aandeel. De 'aap' selecteert de aandelen willekeurig uit de koerslijsten. Telkens wordt na drie maanden bekeken welke selectie het beter had gedaan. Uitkomst van de strijd: onbeslist.

En dan is er nog strafbare informatie: voorkennis. De ondernemer die weet dat zijn bedrijf wordt overgenomen, omdat hij zelf de onderhandelingen doet, en voor de officiële bekendmaking nog even wat aandelen in zijn eigen bedrijf koopt. Na de bekendmaking schiet de koers omhoog en heeft hij een zakcentje verdiend. Elke belegger wil graag zulke voorkennis hebben, zoals elke belegger in zijn hart ook wel speculant zou willen zijn.

De beurs bestaat fysiek en virtueel, is markt en casino tegelijk, spannend en profijtelijk, maar ook gevaarlijk - en dus afschrikwekkend. De koersvorming is soms rationeel, maar even vaak zo chaotisch en complex als de natuur. De tempel van het volkskapitalisme lijkt wat dat betreft zijn perfecte plekje in het NOS-journaal te hebben gekregen. Elke avond even na tienen, in het niemandsland tussen het harde nieuws en het weeroverzicht.

Vandaag waren er opklaringen, maar morgen is het slecht weer door de komst van een lagedrukgebied bij IJsland, zegt Erwin Krol. De koersen daalden aanvankelijk, maar herstelden zich onder invloed van Wall Street, zegt Marga van Praag. Waarschuwing voor de scheepvaart: Hoek van Holland zuidwest 8. Nedlloyd drie dubbeltjes terug, op 40,70 gulden.