Herfst

Tien jaar heeft hij de tijd gehad om de lacune alsnog op te vullen, maar ook in het voorwoord bij de geheel herziene en danig uitgebreide vijfde druk van zijn Nederlands Rijmwoordenboek, die binnenkort verschijnt, moet Jaap Bakker toegeven dat er op het woord herfst geen enkel rijmwoord te vinden is.

Een handjevol woorden en namen uit de Nederlandse taal, die in 1986 in de eerste druk al als probleemgevallen te boek stonden - waaronder ook Betuwe, horloge en nieuws - zal voor eeuwig onberijmd blijven.

Niet dat nooit iemand een poging heeft gedaan, overigens. Zelf herinnert Bakker zich dat het ooit is geprobeerd met: “In de herfst / zijn de bejaarden op hun sterfst.” Grappig, dat wel, maar geen oplossing die hij voor algemeen gebruik in zo'n rijmwoordenboek kan zetten. En vanzelfsprekend heeft ook de taalgoochelaar drs P. de uitdaging aanvaard. In 's mans liedtekstenbundel Heen en weer (eveneens uit 1986) prijkt een nummer over de deugniet Friso Winter, die met zijn asociaal gedrag ieders afkeuring oproept, zoals onder meer blijkt uit de regels: “De buren waren grimmig, zijn ouders diep gegriefd / En onder zijn collega's was hij ook al niet geliefd / De oude juffrouw Zomer, baas Voorjaar, meester Herfst / Ze riepen driewerf schande, juffrouw Zomer het driewerfst...”

Het is een verbazingwekkend staaltje stuntrijm, dat dan ook vooral om die reden door samensteller Ivo de Wijs in de bundel werd opgenomen. Maar het blijft een gelegenheidsoplossing, waarmee de gemiddelde raadpleger van een rijmwoordenboek niet uit de brand kan worden geholpen.

Nog altijd zal de dichter die aan het rijm blijft hechten zichzelf moeten corrigeren als hij zich aan het eind van een regel het woord herfst heeft laten ontvallen. Hij zal immers onvermijdelijk in de rest van het vers ergens vast komen te zitten. En aangezien het synoniem najaar helaas een andere klemtoon heeft, zal de regel geheel opnieuw moeten worden geformuleerd - er zit niets anders op. Op bijna alles rijmt wel iets, maar op herfst rijmt waarlijk niets.