Handleiding

De beurspagina's van afgelopen zaterdag, toegelicht door medewerker Aad Bovenberg.

TOPTIEN

Toptien-stijgers, dalers, dagomzet. Uit deze lijsten valt op te maken dat er met bepaalde fondsen iets aan de hand was. Omdat sprake is van procentuele afwijkingen kunnen aandelen met een lage koers al bij een relatief geringe koerswijziging in een van deze rubrieken belanden.

AANDELEN BINNENLAND

Dit is een overzicht van alle aan de Amsterdamse beurs genoteerde aandelen in de categorie handel, industrie en diversen.

Een aandeel is het recht op een evenredig deel in het kapitaal en de reserves van een vennootschap. Het aantal aandelen is voor elke onderneming statutair vastgelegd. Aandelen met beursnotering staan niet op naam van de aandeelhouder en kunnen vrij verhandeld worden.

De koers (prijs) van een aandeel komt tot stand door vraag en aanbod op de beurs. In de waardering van een aandeel wegen vele factoren mee: de intrinsieke waarde, de schuldenpositie van de onderneming, de vooruitzichten en de winstverwachtingen op korte en lange termijn zowel voor de bedrijfstak als geheel als voor de onderneming in het bijzonder; de concurrentiepositie; de kwaliteit van het management; de rentestand op de kapitaalmarkt enz.

Alle koersen staan in guldens (per aandeel) vermeld.

Hoogste 12 mnd en laagste 12 mnd: hoogste en laagste koers van de laatste 12 maanden. Laat zien hoe sterk de koers schommelt.

Datum: de data waarop de hoogste en laagste koers bereikt werden.

Beta: maatstaf voor de koersgevoeligheid van een aandeel, dus hoe snel een koers door externe factoren wordt beïnvloed. Een Beta-cijfer groter of kleiner dan 1,00 betekent dat de koers van het aandeel meer respectievelijk minder verandert dan de AEX-index.

Div: dividend per aandeel, in contanten uitgekeerd deel van de winst over het laatste boekjaar.

Div rend: dividendrendement. Het uitgekeerde dividend als percentage van de aandelenkoers. Te vergelijken met het rendement op bijvoorbeeld spaargelden of obligaties. Berekening: dividend per aandeel gedeeld door 1 procent van de koers van het aandeel. De uitkomst laat zien wat de belegging in dit aandeel oplevert in vergelijking met bijvoorbeeld spaarrente en dergelijke.

Wpa: winst per aandeel. De gerealiseerde of getaxeerde netto bedrijfswinst over een boekjaar gedeeld door het totale aantal uitstaande aandelen. Is een belangrijke factor bij de beoordeling van de kwaliteit van een aandeel en de hoogte van de koers.

K/W: Koers/Winstverhouding. Koers gedeeld door de (netto) bedrijfswinst per aandeel. Geeft dus aan hoeveel maal de laatste jaarwinst (per aandeel) wordt betaald voor het betreffende aandeel. Vergelijking met andere aandelen in dezelfde branche of met het gemiddelde koers/winstcijfer voor de gehele beurs geeft een indicatie van de relatieve (onder- of over)waardering van een aandeel. Als de koers/winstverhouding hoog is, is het aandeel relatief duur. Vergelijking met de verhoudingen van buitenlandse beurzen is niet mogelijk, vanwege andere boekhoudnormen.

Ev: Eigen Vermogen. Totale uitstaande aandelenkapitaal plus de vrije reserves gedeeld door het aantal uitstaande aandelen.

De Amsterdam/EOE-index (AEX) is de belangrijkste graadmeter voor de Amsterdamse beurs. Deze index is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van de koers van 25 aandelen die aan de beurs zijn genoteerd. Hij laat dus zien of de beurs stijgt of daalt. De index is ontwikkeld door de optiebeurs (European Option Exchange, EOE).

INCOURANTE MARKT

Voor de handel in een aantal niet op de officiële beurs genoteerde aandelen en dergelijke verleent een effectenspecialist bemiddeling. Het betreft uitsluitend handel, geen uitgifte van nieuwe aandelen. Voor betaling en levering van de verhandelde effecten gelden speciale regels ten aanzien van de aan- en verkooptarieven. De Vereniging voor de Effectenhandel (het bestuur van de beurs) overweegt de instelling van een aparte nieuwe beurs voor de uitgifte en verhandeling van aandelen in jonge, kapitaalbehoevende ondernemingen die (nog) geen toegang tot de officiële beurs kunnen krijgen. Voor dezelfde doelgroep is in Europees verband op 1 oktober een elektronische beurshandel begonnen onder de naam Eastdaq.

VOORLOPIG

Voorlopig genoteerd worden nieuwe obligaties of aandelen die al wel kunnen worden verhandeld, maar nog geen officiële beursnotering hebben.

GRONDSTOFFEN

Overzicht van de noteringen van enkele van de belangrijkste commodities: grondstoffen en verbruiksgoederen als metalen en koffie. Aangegeven wordt op welke beurs (Londen, New York, Comex), in welke valuta en op welke eenheden (kg, ton, lbs, gram) de noteringen betrekking hebben. In het geval van aluminium: op de London Metal Exchange (Lnd) wordt 1.391,50 dollar betaald voor een ton aluminium.

HOUDSTERMIJEN

Houdstermij: maatschappij die uitsluitend aandelen in een andere maatschappij bezit en zelf geen activiteiten onderneemt. Dordtsche Petroleum Mij, Maxwell Petroleum Mij en Moeara Enim zijn bijvoorbeeld alle houdster van een pakket aandelen Koninklijke Olie; Calvé Delft van aandelen Unilever; Heineken Holding van aandelen Heineken. Ontvangen dividenden worden door de houdstermij aan haar aandeelhouders doorgegeven. In tegenstelling tot hun onderliggende waarden zijn aandelen van houdstermijen meestal uitsluitend op één beurs verhandelbaar en zijn de omzetten relatief beperkt. Door deze mindere courantheid (verhandelbaarheid) van houdstermijen is soms sprake van een zekere onderwaardering ten opzichte van de 'onderliggende waarde', hetgeen een relatief gunstig dividendrendement kan opleveren.

Prefs: preferente aandelen. Dit zijn aandelen die statutair bepaalde rechten hebben. Bijvoorbeeld voorrang bij dividendbetaling of bij liquidatie van de onderneming.

CONVERTEERBARE OBLIGATIES

Obligaties (geldleningen) met als extra het recht tegen bepaalde voorwaarden de obligatie om te wisselen in aandelen van de uitgevende onderneming. De lening (vreemd vermogen op de balans van de onderneming) wordt dus omgezet in een deelneming (eigen vermogen). Het koersrisico naar beneden is gelijk aan dat van normale obligaties. Koerswinst ontstaat als de aandelenkoers boven de conversie-voorwaarden uitstijgt. Dan kan een belegger de aandelen goedkoper verkrijgen uit conversie dan ze op dat moment op de beurs te koop zijn. Vergelijkbaar met call-opties en warrants.

Slot deze wk: de slotkoers die op vrijdagmiddag tot stand kwam, in procenten. Voorbeeld: de prijs van een obligatie van 1.000 gulden is 104 procent van 1.000 is 1.040 gulden.

Slot vor bdg: de slotkoers van de vorige beursdag, in dit geval dus donderdag.

Omzet vor bdg: het aantal obligaties dat de vorige beursdag is verhandeld.

Coup datum: coupondatum. De datum waarop de jaarlijkse rente wordt betaald.

Einde conv per: einde conversieperiode. De laatste datum waarop de obligaties kunnen worden omgewisseld in aandelen.

Aantal aand: aantal aandelen dat bij omwisseling per obligatie van 1.000 gulden kan worden verkregen.

Conv koers: conversiekoers. De prijs waartegen de aandelen kunnen worden verkregen.

Conv equiv: conversie-equivalent. De aankoopkoers van de converteerbare obligatie, gedeeld door het aantal te ontvangen aandelen bij conversie (omwisseling) van de obligatie. Dit geeft de prijs per aandeel aan.

Conv dis/agio: conversie-equivalent, gedeeld door de huidige koers van het desbetreffende aandeel. Geeft aan of er meer (agio) of minder (disagio) voor de aandelen wordt betaald dan de huidige beurskoers. Weergegeven is het percentage dat meer (nadeel voor belegger, percentage positief) of minder (voordeel voor belegger, percentage negatief) voor de aandelen wordt betaald dan de actuele beurskoers, bij conversie.

AANDELEN WARRANTS

Het recht om een bepaalde hoeveelheid aandelen of obligaties gedurende een bepaalde periode tegen een bepaalde prijs te kopen. Vergelijkbaar met call-optie. Warrants kunnen worden verstrekt als een soort bonus bij de uitgifte van nieuwe aandelen of obligaties. Ze worden (bijna) altijd uitgegeven door de onderneming zelf, en leiden bij uitoefening tot uitbreiding van het aandelenkapitaal van de onderneming.

Afloopdatum: laatste datum waarop de warrants kunnen worden omgewisseld.

Uitoefenprijs: prijs waartegen de aandelen kunnen worden verworven. Aantal aand: het aantal aandelen dat een belegger per warrant kan kopen tegen de uitoefenprijs.

INDICES

De 'indices Amsterdam en buitenlandse beurzen' bieden een overzicht van de koersfluctuaties op een aantal belangrijke beurzen en deelmarkten.

Slot deze wk: De stand aan het eind van de vrijdagse beursdag.

Slot vorige wk: De stand van vorige week.

Ult 95: De slotstand van de laatste beursdag van 1995.

Ult 94: De slotstand van de laatste beursdag van 1994.

STAATSLENINGEN

Een obligatielening is een geldlening, verdeeld in verhandelbare coupures (obligaties) van 1.000 gulden of 10.000 gulden elk (de nominale waarde). Staatsleningen zijn obligaties die door de rijksoverheid zijn uitgegeven.

Een coupon is de vaste jaarlijkse rentevergoeding op obligaties uitgedrukt in een percentage van de nominale waarde. Op een 6,5-procentsobligatie van nominaal 1.000 gulden wordt jaarlijks op een vaste datum 65 gulden rente uitgekeerd.

Looptijd: de periode waarvoor de lening is aangegaan, aangegeven door het jaar van uitgifte en het jaar van aflossing. '6.5 Nederland 93/03' betekent: een 6,5-procentsobligatie die is uitgegeven in 1993 en wordt afgelost in 2003.

De prijs (koers) van een obligatie wordt in principe gevormd door de actuele kapitaalmarktrente. Als die gelijk is aan de couponrente dan noteert de obligatie circa 100 procent (pari). Is de couponrente hoger of lager dan noteert de obligatie ook hoger (boven pari) of lager (onder pari).

Bij een koers van 106,15 procent betaalt een belegger 1.061,50 voor een obligatie van 1.000 gulden nominaal. De verkoper ontvangt de opgelopen rente tot aan de dag van verkoop. De koper betaalt deze rente, maar ontvangt op de coupondatum de gehele couponrente. Als het jaar van aflossing nadert, zal de koers van de obligatie zich richting 100 procent (pari) bewegen, ongeacht de hoogte van de couponrente.

Eff rend: effectief of reëel rendement, het rendementspercentage dat het werkelijk rendement op de obligatie bij een bepaalde koers op dat moment het dichtst benadert. Het houdt rekening met eventuele koerswinst of -verlies bij aflossing, en de resterende looptijd.

Over het algemeen zal de reële rente zich rond de actuele kapitaalmarktrente bewegen. Hij kan vergeleken worden met de spaarrente, om een beleggingsafweging te maken.

EUROBONDS

Deze obligatieleningen worden uitgegeven in een valuta die zich buiten het 'thuisland' van die valuta bevindt. Euroguldens zijn dus guldens die buiten Nederland circuleren, Eurodollars circuleren buiten de VS enzovoorts. De handel in Eurobonds heeft voor een belangrijk deel in Londen plaats.

Lenen in buitenlands geld geeft soms rentevoordelen, of een betere verhandelbaarheid van de obligaties. Bond is het Engelse woord voor obligatie.

AGENDA

Chronologisch overzicht van aangekondigd bedrijfsnieuws waarmee beleggers rekening kunnen houden bij het beheer van hun effectenportefeuille.

PREMIELENINGEN

Obligaties met een lage couponrente. Periodiek wordt een aantal obligaties uitgeloot met een premie. Zo is er de '0 NKI p88/98', een lening ten laste van het Nederlands Kanker Instituut zonder rente, die in 1988 is uitgegeven. De bespaarde couponrente wordt in een 'prijzenpot' gestopt. Iedere maand wordt een van de obligaties van 1.000 gulden uitgeloot en afgelost met een prijs van één miljoen gulden. Aan het einde van de looptijd (in 1998) worden alle dan nog uitstaande 274.880 van de 275.000 obligaties, zonder dat daarover rente is vergoed, afgelost tegen 100 procent (1.000 gulden). Het is in feite een loterij zonder nieten. De 'gokker' kan alleen renteverlies lijden - of juist één miljoen verdienen.