Handleiding

De beurspagina's van afgelopen zaterdag, toegelicht door medewerker Aad Bovenberg.

VALUTAKOERSEN

Kruistabel van de prijs waartegen banken buitenlands geld in het girale betalingsverkeer (niet contant) afrekenen. Deze prijzen gelden zowel voor aankoop als verkoop. De horizontale lijnen geven de tegenwaarde in de vreemde valuta: 1 gulden = Bfrs 18,363, DM 0,8919, Ecu 0,4652, $ 0,5875 enz. De verticale kolommen geven de tegenwaarde in de eigen geldsoort: 1 Ffrs = ƒ 0,3320 1 DM = ƒ 1,1212 1 US$ = ƒ 1,7021 enz. Veel van dergelijke berekeningen kunnen vervallen als de meeste Europese valuta's worden vervangen door één Europese munt, de Euro.

BANKPAPIER

Indicatieprijzen in guldens voor de aankoop (tegen laatprijs) respectievelijk de verkoop (tegen biedprijs) van buitenlands bankpapier in coupures van 100. Het verschil tussen aan- en verkoopprijzen dient onder meer ter dekking van het renteverlies en het koersrisico dat het wisselkantoor loopt op zijn kasvoorraad buitenlands geld. Vooral toeristen zullen te zijner tijd profiteren van de invoering van één Europese muntsoort, de Euro.

RENTENIVEAUS

Geldmarkt: Een verzamelnaam voor de financiële markten waarop geldleningen worden verhandeld met looptijden tot maximaal twaalf maanden. De tabel is gebaseerd op leningen van drie maanden tussen banken onderling. Kapitaalmarkt: De financiële markt voor leningen met een looptijd van twee jaar of langer, zoals staatsleningen. De tabel is gebaseerd op staatsleningen van het betreffende land met een looptijd van 10 jaar. Uit de tabel blijkt dat momenteel internationaal voor 'kort' geld minder rente wordt betaald dan voor 'lang' geld. Omdat de rente voortdurend in beweging is, wordt ook het verschil met vroegere tijdstippen aangegeven: Vor bdg: de meest actuele rente (in dit geval vrijdag). -dag: het verschil met de rente van de dag daaraan voorafgaand. -week: het verschil met de rente van een week ervoor. -mnd: het verschil met de rente van een maand ervoor. Alles in honderdsten procenten. Uit het renteniveau valt onder meer de internationale waardering van de economie van een land en zijn geldsoort af te lezen. Hoe zwakker de geldsoort, hoe meer rente voor geleend geld moet worden betaald.

OPTIES

Een optie is het recht tot aankoop (call-optie) of tot verkoop (put-optie) van bijvoorbeeld bepaalde aandelen, staatsobligaties of goud. De optie is geldig binnen een bepaalde looptijd en tegen een bepaalde prijs. Meerjarige opties hebben een looptijd van maximaal vijf jaar; overige opties hebben een looptijd van ten hoogste negen maanden.

Het is ook mogelijk een optie te nemen op de EOE-index, de gemiddelde koers van een aantal aandelen en een belangrijke graadmeter voor de beurs. Deze optie geeft geen recht iets te kopen of te verkopen, maar is zuiver gebaseerd op de marktstemming. Alleen de optie op de EOE-index zelf is verhandelbaar.

De looptijd van een optie wordt aangegeven door een maand en jaartal. Een optie loopt af (expireert) op de derde vrijdag van de maand. 'Okt97' bij een optie wil dus zeggen dat zij op de derde vrijdag van oktober in 1997 afloopt.

Gedurende de looptijd kan een optie, dus het recht om te kopen of te verkopen, op elk gewenst moment worden uitgeoefend. Dit geldt niet voor index-opties. Zij kunnen uitsluitend op de afloopdatum worden verrekend. De optie zelf kan wel tussentijds worden verkocht.

De handel in opties verloopt via een marketmaker. De prijs (premie) waarvoor een optie op de beurs kan worden gekocht of verkocht is te verdelen in een biedprijs en een laatprijs. De koper betaalt de laatprijs; de verkoper ontvangt van de marketmaker de biedprijs. Marketmakers, de beroepshandelaren op de optiebeurs, zijn te allen tijde verplicht bied- en laatprijzen te stellen voor de optieseries die zij verhandelen.

Voor de koper en de verkoper van een optie op aandelen is een aantal gegevens van belang. Om te beginnen de actuele beurswaarde van een aandeel in vergelijking met de prijs voor het aandeel die geldt wanneer de optie wordt uitgeoefend (de uitoefenprijs). De beurswaarde van het aandeel staat op de beurspagina achter de naam ervan, bv. AAB ABN AMRO Holding, tussen haakjes aangegeven. Naast de looptijd staat de uitoefenprijs.

De premie van een optie bestaat uit een tijds- of verwachtingswaarde en eventueel de intrinsieke waarde. De tijds- of verwachtingswaarde wordt bepaald door de resterende looptijd en neemt af naarmate deze periode verstrijkt. Van een intrinsieke waarde is bij call-opties sprake als de uitoefenprijs lager is dan de actuele koers van het aandeel of een andere onderliggende waarde. Bij put-opties geldt uiteraard het omgekeerde: dan is sprake van intrinsieke waarde als de uitoefenprijs van de optie hoger is dan de onderliggende waarde.

Een voorbeeld: Calls AAB ABN AMRO Holding. De koers van dit aandeel is 98,20 gulden, de uitoefenprijs bedraagt 65 gulden. De intrinsieke waarde is het verschil: 33,20 gulden. De premie voor deze call-optie is op dat moment 33,20 gulden plus de tijdswaarde tot de afloopdatum, in dit geval de derde vrijdag van oktober 1997.

Opties op aandelen gaan altijd per honderd stuks. Voor één optiecontract wordt dus honderd maal de premie betaald of ontvangen. Voor opties op obligaties gaat de optiebeurs uit van een nominale waarde per obligatie van 100 gulden. Een optie op een obligatie heeft betrekking op obligaties ter waarde van 10.000 gulden (honderd maal honderd).

De beurs kent optieklassen en optieseries. Een optieklasse bevat alle opties met dezelfde onderliggende waarde, bijvoorbeeld: de aandelen KLM of de aandelen Philips. Een optieserie bevat alle opties van dezelfde klasse, dezelfde afloopdatum en dezelfde uitoefenprijs. Bijvoorbeeld: calls EOE jan 97 600 of puts PHI (Philips) jan 97 55. (Bij 'overige opties' worden in het beursoverzicht calls en puts afgekort met C en P).

Nieuwe series kunnen te allen tijde worden geïntroduceerd en dat gebeurt als het gaat om overige opties steeds met looptijden van drie, zes of negen maanden met steeds zowel call- als put-series.

De optiehandel wordt gehouden op de European Options Exchange (EOE-optiebeurs) in Amsterdam door voor eigen rekening handelende market makers. Alle zaken worden geadministreerd door de EOCC (European Options Clearing Corp), een volle dochter van de EOE, die ervoor zorgt dat aan alle rechten en plichten van optiehouders wordt voldaan.

Serie: kolom van de optiesoort.

Slotkrs: laatstgedane koers.

Bied: biedkoers van de marketmaker. Is de prijs waartegen de marketmaker opties koopt.

Laat: laatkoers, de prijs waartegen de marketmaker opties verkoopt.

Omz: aantal verhandelde optiecontracten (op vrijdag).

Uitst: aantal uitstaande optiecontracten dat uitgeoefend kan worden.