Geld voor vinder van gestolen waar

ROTTERDAM, 31 OKT. Mensen die gestolen waar terugvinden kunnen een vindersloon van 10 procent van de waarde van dat goed opeisen bij de eigenaar. Dat blijkt uit de uitspraak die de Hoge Raad gisteren heeft gedaan in een zaak die een recherchebureau uit Zwijndrecht had aangespannen tegen autoverzekeraar TVM.

In het arrest oordeelt de Hoge Raad dat het recherchebureau “gegronde aanspraak” maakt op een redelijke beloning en op vergoeding van de kosten. De Raad neemt hiermee een eerdere uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag over. Dat had bepaald dat de redelijke vergoeding 10 procent bedraagt van de dagwaarde van het gevonden goed. De zaak draaide om een gestolen auto die door het recherchebureau was gevonden en bij TVM tegen diefstal verzekerd was.

Het Verbond van Verzekeraars reageert afwijzend op het arrest. Het betekent volgens woordvoerder G. Kloosterboer een bedreiging van de zogenoemde tipgeldregeling. Die regeling voorziet in een beloning van maximaal 10 procent als een tip aan de politie leidt tot het terugvinden van het gestolen goed en aanhouding van de dader.

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat vinders van gestolen goederen recht hebben op een passende beloning. De Hoge Raad heeft met haar arrest aan het begrip 'passend' een waarde toegekend. Aan het vinden van gestolen goed en het opstrijken van een beloning worden geen voorwaarden gesteld.

Volgens de verzekeraars kan het arrest fraude in de hand werken. Het wordt voor autodieven nu gemakkelijk om zich voor nietsvermoedende vinder uit te geven en een forse beloning opstrijken voor de 'gevonden' auto. “De relatie tussen de dader en de vinder dreigt te verdwijnen. Het kan leiden tot premiejagerij”, aldus Kloosterboer. De verzekeraars willen overleggen met politie en justitie om te bekijken hoe een dergelijke ontwikkeling kan worden tegengegaan.