Geld stinkt niet voor beleggingsclubs

Samen handelen in aandelen is populair. Mensen denken steeds meer na over de planning van hun financiële zaken: voor een goed pensioen, voor geld in mindere tijden of gewoon uit hobbyïsme. Op bezoek bij een beleggingsclub in Bilthoven. “Soms wagen we gekke gokjes, maar we houden het altijd klein.”

Nederlandse Centrale Vereniging van Beleggingsstudieclubs Tel. 020 5 20 86 20

GELD EN VRIENDSCHAP gaan niet samen. Ruim 650 beleggingsclubs, met in totaal dik boven de zevenduizend leden, logenstraffen deze oude volkswijsheid. “Telkens opnieuw blijkt dat onze leden vrienden worden”, zegt directeur B. Bayer van de Nederlandse Centrale Vereniging van Beleggingsstudieclubs, de NCVB. “Clubs kunnen ruzie vermijden door duidelijke statuten op te stellen en tijdens vergaderingen goed te notuleren.”

Leden van beleggingsclubs zijn van diverse pluimage, weet Bayer. “Er zijn clubs van accountants, weduwen, huisvrouwen, of zomaar van alles wat”, zegt hij. Meer dan de helft van de NCVB-leden heeft volgens de jongste gegevens van de vereniging een opleiding op HBO- of universitair niveau. De gemiddelde leeftijd ligt iets boven de veertig, maar volgens Bayer zijn ook veel jongeren lid.

Sommige beleggingsclubs hebben ludieke namen als De Geldwolven, CenteRente, Krach 13, Money for Nothing of De Dagoberts. Het merendeel geeft de voorkeur aan een serieuzere naam. Pecunia non olet (geld stinkt niet) is favoriet.

Op de maandelijkse avondvergadering van beleggingsclub Biltse Meer zitten elf van de dertien leden in een geimproviseerde kring bijeen. Gastheer is Piet (81), een oud-Philipsmedewerker, de vergaderruimte is een gezellige huiskamer op de vijfde verdieping van een flat in Bilthoven.

Belangrijk punt van discussie, voor aanvang van de vergadering, is de vraag hoeveel Biltse Meer over zichzelf aan de buitenwereld wil prijsgeven. “Ik wil de naam van de club en onze namen liever niet in de krant”, zegt Ruud, gepensioneerd medewerker van Philips. “We hebben toch niets te verbergen”, werpt Martin, penningmeester, tegen. De overige leden zijn het met Martin eens. “Het verbaast me dat jullie allemaal zo open zijn”, zegt Ruud. “Tegen elkaar zijn we niet open over onze eigen beleggingen, maar tegenover een krant willen jullie alles vertellen.”

De leden van Biltse Meer leggen per persoon maandelijks honderd gulden in. In de zes jaar dat de club bestaat, is de samenstelling van de leden niet gewijzigd en het kapitaal dat werd ingelegd verdubbeld tot bijna twee ton. Behalve oud-medewerkers van Philips telt Biltse Meer twee weduwen en drie agrariërs uit de omgeving.

“Het is altijd gezellig”, zegt Wim van Noord, gepensioneerd en voormalig registeraccountant van Coopers & Lybrand. “Een keer per jaar gaan we uit eten, met eventuele partners”, zegt hij. “Dat betalen we niet van de beleggingswinst. Dan krijg je scheve ogen.”

De vergadering van Biltse Meer verloopt gemoedelijk, maar uiterst gedisciplineerd. De eerste glazen wijn en bier verschijnen pas na twee uur op tafel en pas nadat de leden het voorstel tot pauzeren met algemene stemmen hebben aangenomen. Leden noemen de koersen waarop een reeks van aandelen in de Biltse Meer-portefeuille is geëindigd uit het hoofd.

“De belangrijkste vraag die elke bijeenkomst aan de orde komt is altijd: wat doen we met ons geld?”, zegt Van Noord. “De meesten van ons hebben bovendien relaties. Die hebben wel eens een tip, maar meestal kun je daar niet op blindvaren. Soms wagen we gekke gokjes, maar we houden het altijd klein.”

Deze avond komt het meest ingrijpende voorstel van Charles. Hij wil een deel van de aandelen Ahold verkopen en aandelen Heineken Holding kopen die in de afgelopen weken scherp zijn gedaald. Zijn voorstel wordt aangenomen. Piet en Loes onthouden zich van stemming. De laatste slaakt een diepe zucht: “Ik moet het allemaal nog maar zien hoor. Het moet maar.”

Duidelijk is dat de leden van de club het grootste deel van hun vermogen voor zichzelf beleggen, buiten de club om. “We doen het niet om veel te verdienen, maar om iets te leren”, zegt Van Noord. “Dat kan ook fictief, maar geld bindt, anders komen mensen niet naar de vergaderingen. Als een Hollander niets heeft gestort, komt hij niet.”

Van Noord is, behalve lid van Biltse Meer, regiomanager voor de NCVB. “Ik word vaak gebeld door mensen die op zoek zijn naar gelijkgezinden. Dat varieert van jong tot oud, mannen en vrouwen. In de laatste twee jaar heb ik vijftien clubs helpen oprichten. Als een groep vreemden samen een club begint, kost het tijd voordat mensen elkaar vertrouwen.”

Het fenomeen beleggingsstudieclub geniet sinds enkele jaren weer toenemende belangstelling. Van een recordaantal leden van 9.000 (bij achthonderd clubs) medio 1991 zakte de NCVB terug naar 6.600 leden en zeshonderd clubs in 1994. Sindsdien groeit de belangstelling weer gestaag.

Volgens Bayer zijn de oplopende koersen op de Amsterdamse effectenbeurs niet de belangrijkste reden voor de groeiende populariteit van de beleggingsstudieclub. Een betere verklaring daarvoor is, meent hij, dat mensen steeds meer nadenken over de planning van hun financiële zaken. De overheid treedt terug en mensen proberen zelf verantwoordelijkheid te nemen voor een goed pensioen of een appeltje voor de dorst.

Bayer dateert de oorsprong van de beleggingsstudieclub eind jaren zestig in Nederland. “Zo ongeveer toen de NCVB werd opgericht, ja.” Volgens hem was het nog beperkte aantal leden van beleggingsclubs in die tijd voor 80 procent vrouw. “Mannen lieten vermogens na waarmee deze weduwen geen weg wisten.” Die verhouding is ingrijpend gewijzigd. Bayer schat dat beleggingsclubs nu voor ongeveer 60 procent uit mannen bestaan.

Bij Biltse Meer bestaat algemene tevredenheid over het rendement van 38,5 procent dat de club in het afgelopen jaar heeft behaald. “Zijn er mensen die daar privé boven zitten”, vraagt de gastheer. “Ik denk het wel”, zegt oud-Philipsmedewerker Ruud iets te nadrukkelijk.

Ruud, grijzend haar en lichtblauwe ogen, is lid van nóg een beleggingsclub (“zeker zo professioneel”) en heeft een presentatie voorbereid over meerjarige opties. De presentatie verloopt routineus, in de ene hand een aanwijsstok, de andere losjes in de zak. Sheets met grafieken en tabellen schuiven rap over een overheadprojector.

Meerjarige opties bieden een hoger rendement tegen aanvaardbare risico's, is kort samengevat Ruuds betoog. Het gezelschap luistert aandachtig, ogen worden toegeknepen, aantekeningen worden gemaakt. Van tijd tot tijd klinkt een diepe zucht.

De meeste aanwezigen lijken stilzwijgend in te stemmen met het betoog van Ruud. Alleen Charles, een van de leden van de jongere garde, heeft kritiek. Hij vindt niet dat Ruud zijn eigen beleggingen, die meer risico dragen, mag vergelijken met die van de rest van de club. Een felle discussie ontbrandt tussen beide heren. Voorzitter Ferry grijpt in: “Ruud, in elk geval dank voor je indrukwekkende voordracht.” Charles en Ruud staken de woordenwisseling.