EU; Malta aarzelt over toetreding EU

BRUSSEL, 31 OKT. De echte voorstanders van een eengemaakt Europa bevinden zich niet binnen maar buiten de Europese Unie. Althans, dat leek tot voor kort zo. De verkiezingen van afgelopen weekeinde op Malta tonen aan dat ook kandidaat-toetreders hun aarzelingen hebben tegenover de EU.

De Maltezen stemden zaterdag in meerderheid op de Arbeiderspartij en daarmee tegen toetreding van het Middellandse Zee-eiland tot de Europese Unie. De nieuwe premier, Alfred Sant, heeft er in zijn verkiezingscampagne op aangedrongen dat Malta niet verder gaat dan een 'speciale relatie' met de EU. Dat het de Arbeiderspartij menens is, blijkt uit de geschiedenis. Midden jaren zeventig, toen de partij ook aan de macht was onder Dom Mintoff (1971-1984), bevroor ze een associatieverdrag met de Europese Unie en knoopte ze intensieve betrekkingen aan met Libië.

Eén verkiezingsbelofte heeft de partij inmiddels al vervuld. Dinsdag kondigde de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, minder dan drie uur na zijn beëdiging, aan dat Malta zich terugtrekt uit het Partnership for Peace-programma van de NAVO. Volgens de socialisten zijn de marineschepen die Malta in het kader van dat programma aandoen, een bedreiging voor de neutraliteit van het eiland.

Over de verhouding met de Europese Unie was de nieuwe minister minder uitgesproken. “Niemand moet een dramatische daad van ons verwachten om ons lidmaatschap in te trekken, maar de Maltese Arbeiderspartij voert wel haar verkiezingsbeloften uit.” De minister zei wel dat de nieuwe regering de BTW in Malta gaat afschaffen, hetgeen toetreding tot de EU zou bemoeilijken.

De Europese Commissie in Brussel is vooralsnog niet erg verontrust over het verkiezingsresultaat in Malta. Zij acht het nog te vroeg om conclusies te trekken. Gewacht wordt op de presentatie van het programma van de nieuwe regering. Afhankelijk daarvan zal de Commissie reageren. Tot die tijd ligt er het verzoek tot toetreding en blijft de zogeheten 'pre-toetredingsstrategie' van de EU ongewijzigd. Dat wil zeggen dat de onderhandelingen over toetreding in principe zullen beginnen zes maanden na het afronden van de Intergouvernementele Conferentie (IGC), de herziening van het verdrag van Maastricht die naar verwachting medio volgend jaar rond zal zijn.

Malta (370.000 inwoners, 25.000 minder dan Luxemburg) diende in 1990 een aanvraag in voor toetreding tot de Europese Unie. Op dat moment was de EU-gezinde Nationale Partij aan de macht. Om het eiland op de toetreding voor te bereiden, heeft de Europese Unie aangedrongen op hervormingen in de protectionistische economie. Malta heeft de afgelopen jaren inderdaad voortvarend maatregelen getroffen, die het land in lijn moeten brengen met het 'acquis communautair', de gemeenschappelijke rechten en plichten van de EU. Voormalig vice-premier Guido de Marco verklaarde begin dit jaar tegenover deze krant nog optimistisch dat zijn eiland per 1 januari 1999 zijn intrede zou kunnen maken en dat het zelfs grote kans maakte tot de kopgroep te behoren van landen die op die datum beginnen met de Economische en Monetaire Unie.

Samen met Malta kreeg ook Cyprus in juni 1994 de belofte dat de toetredingsonderhandelingen beginnen een half jaar na het einde van de IGC. Maar ook voor deelname van Cyprus zijn de vooruitzichten de laatste tijd minder rooskleurig. De verhoging van de spanningen tussen de Turks- en Grieks-Cyprioten maakt toetreding van het eiland als geheel minder evident en de EU voelt er weinig voor de Grieks-Turkse vete op de achtergrond binnen de eigen grenzen te importeren. De onderhandelingen zullen worden gevoerd met de Cypriotische regering, die formeel namens het hele eiland spreekt. De hoop is dat de onderhandelingen zelf ertoe bijdragen dat de problemen die het eiland verdelen worden opgelost.