Er is niks nieuws aan de retoriek van de 'generatie Nix'

Twee zelfverklaarde woordvoerders van de 'generatie Nix' klaagden onlangs in deze krant de 'babyboomers' aan. Peter de Bruijn trekt hun aanspraken op historische gronden in twijfel. De subcultuur van de housepartygangers borduurt voort op die van de jaren zestig, meent hij. Het démasqué van een 'unieke generatie'.

Het begrip 'generatie' heeft de laatste jaren een weergaloze comeback gemaakt in tal van modieuze discussies. En het generatieconflict is ook weer helemaal terug, getuige het 'J'accuse' aan het adres van de babyboom-generatie van Guido Enthoven en Karin van Doorn namens de initiatiefgroep 'Generatie alles begint met nix' (NRC Handelsblad, 26 oktober).

“Jullie noemen ons 'generatie Nix' ”, zo beginnen Van Doorn en Enthoven hun requisitoir tegen de generatie van de jaren zestig. Dat klopt niet, een aantal twintigers is zichzelf zo gaan noemen. Het ontstaan van de benaming is gemakkelijk te traceren.

Ruim twee jaar geleden portretteerde De Groene Amsterdammer een groep jonge schrijvers, onder wie Ronald Giphart, Rob van Erkelens en Joris Moens, als de 'generatie Nix'. Die term was weer een verbastering van de Amerikaanse generation X, een benaming die de auteur Douglas Coupland had ontworpen voor Amerikaanse twenty-somethings. Inmiddels is de schrijversgeneratie Nix overigens al weer uit elkaar gevallen.

Om van een generatie schrijvers of kunstenaars te kunnen spreken, is een handjevol individuen met tijdelijk enigszins gelijkluidende opvattingen kennelijk voldoende. Maar 'generatie Nix' kreeg een bredere strekking toen de term kort na het artikel in De Groene in de kop terecht kwam van een beschouwing over jongeren en engagement die de jonge historicus René Moerland publiceerde op de Forumpagina van de Volkskrant.

Vervolgens kreeg de vermeende generatie een stoet van woordvoerders - jongeren die veelal ter linkerzijde actief zijn in de politiek of in de milieubeweging en die plotseling beweerden namens een generatie Nix te spreken. Alweer zaakwaarnemers die precies zeggen te weten wat er onder 'de jongeren' leeft. Voorbeelden zijn de Rottenberg-protegés Lennart Booij en Erik van Bruggen, die het PvdA-faxblad Vlugschrift vullen, en nu dus weer Enthoven en Van Doorn.

Die generatie Nix schijnt gekarakteriseerd te worden door allerlei vage kenmerken, die ook wel opduiken in pogingen om het postmoderne tijdperk te typeren waarin de wereld zou verkeren. Het is een 'meerkeuze-generatie', die leeft in een 'versnelde cultuur'. Jongeren zouden een 'momentistisch' bestaan leiden, door op ieder gewenst moment een nieuwe identiteit aan te nemen, beweerden Booij en Van Bruggen. Inmiddels heeft Booij zijn 'momentistische' levensfase verlaten, zo vertelde hij enkele maanden geleden aan De Groene. Hij is tenslotte ook al weer 23.

De term die eerst een klein groepje schrijvers aanduidde, verwijst nu, volgens de initiatiefgroep 'Alles begint met nix', naar iedereen die is geboren tussen 1960 en 1980. Maar hebben een 35-jarige computerprogrammeur met een huis, een hond en twee kinderen en een 16-jarige gabber die elk weekeinde houseparty's afstroopt wel zoveel met elkaar gemeen?

Ook over het bestaan van het conflict dat de initiatiefgroep signaleert tussen 'Nix' en de babyboom-generatie, zijn twijfels mogelijk. Dat conflict is er hoogstens aan de bovenkant van de samenleving, waar aanstormend talent zijn weg geblokkeerd ziet door de vorige generatie. In een economie die niet meer zo hard groeit, zijn de goede banen bij universiteiten, media en overheid schaars geworden en de babyboomers kleven vooralsnog aan hun stoelen.

Maar verder? Het is waarschijnlijk nog nooit voorgekomen dat zo veel ouders en kinderen zo harmonieus met elkaar samenleven als nu. Een grote groep jongeren blijft langer thuis wonen en dat is niet omdat ze het zo slecht hebben in hun ouderlijk huis. Tussen ouders en kinderen van nu is alles bespreekbaar en bijna alles mag. Die veranderde en verbeterde relatie is juist een produkt van de jaren zestig.

De historicus J.C.H. Blom heeft betoogd dat de culturele revolutie van de jaren zestig de Nederlandse samenleving ingrijpender heeft veranderd dan de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de restauratie-verschijnselen die hier en daar zijn waar te nemen - zoals het afschaffen van de universiteitsraden - leven we in een maatschappij die in veel opzichten een voortzetting is van de jaren zestig.

Dat geldt ook voor veel levensstijlen en subculturen van jongeren, hoe verscheiden die ook zijn. Ondanks aids worden in seksuele relaties nog altijd de vruchten geplukt van de seksuele revolutie. Ook het gebruik van drugs heeft zijn wortels in de sixties. Er loopt een duidelijke lijn van flowerpower en de summer of love naar de house-cultuur. In de mode en vooral ook in de popmuziek voeren retro-stijlen de boventoon. Veel bands die momenteel populair zijn kopiëren de muziek van de jaren zestig op minder (Lenny Kravitz) of meer (Oasis) opwindende wijze. En Jimi Hendrix is nog altijd een van de best verkopende artiesten.

Het valt zelfs te verdedigen dat het hele idee een unieke generatie te zijn met een aantal specifieke kenmerken, zoals de woordvoerders van generatie Nix stellen, een echo is van de retoriek van de jaren zestig. Dat geldt helemaal voor Enthoven en Van Doorn die de generatie van '68 zelfs de schuld geven van de opbouw van de verzorgingsstaat.

Zodra in Nederland een onderliggende groep wordt ontdekt - en jongeren behoren daar inmiddels blijkbaar ook toe - duiken onmiddellijk woordvoerders op die de belangen van de groep gaan behartigen. Wat generatiewoordvoerders Enthoven en Van Doorn uniek maakt, is de afwezigheid van een achterban. Van een gemeenschappelijk bewustzijn onder jeugdigen is vooralsnog weinig gebleken. 'Jongeren' vallen uiteen in allerlei groepen, die ieder hun eigen belangen hebben: allochtonen en autochtonen, laag- en hoogopgeleiden, jongens en meisjes. Ook de cultuur van jongeren is gedifferentieerder dan ooit, met rap, grunge, britpop en house in al zijn varianten. Generatie Nix, het woord zegt het al, bestaat niet. Zo bezien zijn Enthoven en Van Doorn dus inderdaad zaakwaarnemers van niks.