Dwergstaatje Rwanda daagt reus Zaïre uit

KIGALI, 31 OKT. De dreigende taal van Rwanda's 'sterke man' Paul Kagame gisteren tegen Zaïre, dat zijn land een oorlog met Zaïre niet uit de weg zal gaan, is geen bluf. Westerse diplomaten en militaire experts in de hoofdstad Kigali achten de strijdkrachten van het 'dwergstaatje' Rwanda in staat het leger van de gigant Zaïre te verslaan.

“Als de Rwandese troepen de luchthavens van Bukavu en Goma bij een bliksemactie bezetten, kunnen de Zaïrese troepen geen versterkingen meer aanvoeren en zijn ze verloren”, voorspelt een diplomaat. Wegen van de Zaïrese hoofdstad Kinshasa naar het oosten bestaan niet.

Drinken en plunderen blijkt de beste kwaliteit van de onder- of niet betaalde Zaïrese soldaten. Bij vorige conflicten in opstandige provincies legden de Zaïrese militairen altijd het loodje. Alleen door ingrijpen van buitenlandse troepen - zoals in de jaren zestig onder auspiciën van de Verenigde Naties en in de jaren zeventig en tachtig door Frankrijk en België - konden de Zaïrese strijdkrachten weer de overhand krijgen. Het Rwandese regeringsleger daarentegen gedraagt zich professioneel en gedisciplineerd.

Noch Rwanda noch Zaïre beschikt over een noemenswaardige luchtmacht. Wapens stroomden de regio ruimschoots binnen in de afgelopen twee jaar. Zoals een naar Rwanda gevluchte Zaïrees zegt: “In Oost-Zaïre koop je kogels per kilo op de markt, tussen de kraampjes met groentes.” De Hutu-milities en voormalige Rwandese regeringssoldaten namen bovendien bij hun vlucht in 1994 grote wapenarsenalen mee.

Het conflict in Oost-Zaïre begon met de komst twee jaar geleden van de ruim één miljoen Rwandese Hutu-vluchtelingen, onder wie zich tienduizenden daders van de genocide in 1994 bevinden. “De vluchtelingenkampen werden militaire kazernes”, drukte Kagame het gisteren uit. Rwanda heeft de afgelopen maanden herhaaldelijk gedreigd zich het recht voor te behouden invallen in Zaïre te doen als reactie op gewapende aanvallen die vanuit de vluchtelingenkampen op West-Rwanda worden uitgevoerd.

“Als ik in mijn gezicht word geslagen, dan denk ik eerst goed na, maar daarna zal ik terugslaan. Zaïre heeft een heel domme fout begaan”, zei de Rwandese vice-president en minister van Defensie Kagame gisterochtend in Kigali. “Moordenaars zouden niet de vrijheid mogen genieten die ze nu hebben. Als niemand anders helpt deze problemen op te lossen, zal ik dat alleen moeten doen.”

Kagame uitte gisteren zijn ergernis over de nadruk die de internationale media legt op het lot van de Hutu-vluchtelingen. “In 1994 gaf de wereldpers alle aandacht aan één miljoen vluchtelingen in Zaïre. Maar enkele weken ervoor waren één miljoen mensen afgeslacht in Rwanda.” Extremisten onder de vluchtelingen exporteerden de ideologie van de genocide naar Zaïre. Zij voerden eerst een genocide uit in Rwanda, begin dit jaar opnieuw in Noord-Kivu. En nu willen ze hetzelfde doen met de Banyamulenge in Zuid-Kivu. Om vervolgens naar Rwanda terug te keren om hun onvolbrachte genocide af te maken.

Kagame herhaalde dat de vluchtelingen ieder moment mogen terugkeren naar Rwanda. “Enkele maanden geleden kwamen tienduizenden Hutu-vluchtelingen terug uit Burundi en wij hebben er alles aan gedaan om ze goed op te vangen”, aldus de vice-president. Hulpverleners en diplomaten beamen dit. Eén procent van de teruggekeerde Hutu's uit Burundi werd gearresteerd op beschuldiging van deelname aan de genocide in 1994.

Diplomaten in Kigali hopen dat de huidige crisis als positief effect zal hebben dat de vluchtelingen naar Rwanda terugkeren. “Westerse donoren geven iedere dag één miljoen dollar uit voor de vluchtelingen, waardoor ze blijven waar niemand ze wil hebben”, zegt een diplomaat. “De huidige tragedie kan de vluchtelingen uit hun slaap wekken, zodat ze nu wel moeten terugkeren.”

Achter de schermen wordt er druk gezocht naar een diplomatieke oplossing van het conflict, maar in Kigali acht men de kans daarop klein. Wie moet er met wie praten over wat? Niemand blijkt bijvoorbeeld te weten door wie de Banyamulenge-guerrillastrijders worden aangevoerd. Kennelijk hebben zich inmiddels ook andere opstandige Zaïrese groepen bij hen gevoegd en volgens sommige berichten eveneens gedeserteerde Zaïrese regeringssoldaten. Rond de Banyamulenge lijkt zich een losse alliantie te vormen van Zaïrese rebellengroepen. Eén van de groepen opstandelingen die zich zou hebben aangesloten, is al actief vanaf de jaren zestig in het gebied ten zuiden van de stad Uvira. Deze groep wordt geleid door Laurent Désiré Kabela die in 1964 de wapens opnam en sindsdien vecht voor de omverwerping van het regime van president Mobutu.