Dutchbat geraakte in Srebrenica 'tussen hamer en aambeeld'

ROTTERDAM, 31 OKT. In stilte heeft het ministerie van Defensie vorige maand een eigen boek over Dutchbat in Bosnië gepubliceerd: Tussen hamer en aambeeld - de Luchtmobiele Brigade in Bosnië.

Bij de aanbieding van het eerste exemplaar op 30 september in Den Haag gaf minister Voorhoeve - die zelf het voorwoord heeft geschreven - blijk van zijn scepsis over “alweer een boek Srebrenica”. De pers was niet uitgenodigd en de publicatie van het boek ging evenmin vergezeld van een persbericht.

“De presentatie is geruisloos gegaan omdat Defensie geen behoefte had aan nieuwe publiciteit”, zegt kapitein G.Jansen, één van de samenstellers van het 'herinneringsboek' dat onder redactionele verantwoordelijkheid van Defensie bij uitgeverij Brouwer in Delft is verschenen. Het ministerie heeft ervoor gekozen om geen ruchtbaarheid aan het boek te geven “omdat alleen al de naam Srebrenica een gevoelige snaar raakt”, aldus B. van Vroenhoven van Brouwer Delft. Een woordvoerder van het ministerie noemt de presentatie “sober maar niet geheimzinnig”. Volgens hem is de pers niet uitgenodigd omdat het boek geen actualiteitswaarde heeft.

Vorig jaar wilde minister Voorhoeve 'het dossier Srebrenica' sluiten, maar sinds de zomer is hij voorstander van een gedegen, door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie uit te voeren onderzoek naar de omstandigheden waaronder de grootste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog kon plaatsvinden.

Adjudant W. Dijkema, die als voorlichter van de laatste Dutchbat-lichting de val van de enclave meemaakte, denkt dat Defensie een kater heeft overgehouden aan de publiciteit rond 'Dutchbat in Vredesnaam', het gedenkboek van het 13de Infanteriebataljon Luchtmobiel. De pers kwam toen niet verder dan het hek van de Johan Willem Friso-kazerne in Assen, was niet gewenst. Het bataljon van overste Karremans kwam opnieuw negatief in het nieuws.

Was 'Dutchbat in Vredesnaam' revanchistisch van toon (het zet zich af tegen “het hysterische geblaat van allerlei 'deskundigen', politici en tv-mensjes”), het boek 'Tussen hamer en aambeeld' geeft een politiek wenselijke kijk op het optreden van de Nederlandse peacekeepers in Bosnië. Eén hoofdstuk heet: 'Met ons valt niet te sollen' en een bijschrift bij een foto van drie Moslimkinderen achter rollen prikkeldraad zegt: 'Voor deze Bosnische kinderen geen bezorgde toekomst, maar een perspectief vol verdriet en onzekerheid.'

“Om een eerlijk en onopgesmukt beeld te krijgen” bevat het boek artikelen die eerder in de Defensiekrant en de Legerkoerier zijn afgedrukt en die “bewust niet herschreven zijn”, aldus de Defensiekrant. Toch blijkt er aan de tekst te zijn gesleuteld. Op pagina 113 zegt sergeant G. Gurgjes, commandant van een observatiepost bij Srebrenica: “Het is onze taak moslimstrijders binnen de pocket te houden, om incidenten te voorkomen”. Het oorspronkelijke citaat in de Legerkoerier luidt: “Wij zijn hier niet om de moslims te helpen, zoals velen denken. Het is onze taak de moslimstrijders binnen de pocket te houden, zodat er geen incidenten worden uitgelokt.”

Opvallend is ook de titel. Samensteller Jansen, destijds de voorlichter van Dutchbat I, had 'Mission impossible' geopperd. De uiteindelijke keus wordt in een 'ten geleide' toegelicht: de Nederlanders zaten “tussen de hamer van de Bosnische Serviërs en het aambeeld van de moslims”. De boodschap (Dutchbat heeft gedaan wat het kon, maar is door de wereld in de steek gelaten) wordt bijna visueel uitgedragen: tussen de kleurenfoto's van Sea Harriers, Tornado's, Super Etendards, Mirages, F-15's en F-16's staat drie keer dat het bataljon “verstoken bleef van luchtsteun”, waardoor de enclave viel. In het bieden van hulp en bescherming “aan 40.000 volledig van de buitenwereld afgesloten ontheemde mannen, vrouwen en kinderen” had de Luchtmobiele Brigade “een nobele taak”, schrijft Voorhoeve in zijn voorwoord. Maar: “Door de aanval van de Bosnische Serviërs op de enclave Srebrenica werd de opdracht ten slotte onuitvoerbaar.”

Voor adjudant Dijkema is dit boek “de verwaterde versie” van wat generaal Brinkman, destijds commandant van de Luchtmobiele Brigade, voor ogen stond toen hij opdracht gaf tot het bijhouden van een kroniek, met de bedoeling die later te publiceren. Brinkman (inmiddels korpschef van de Rotterdamse politie) was niet bij de presentatie aanwezig.