Doden bij aanval op presidentieel paleis in Liberia

MONROVIA, 31 OKT. Onbekende schutters hebben vandaag een aanval uitgevoerd op het presidentiële paleis in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia, waar de krijgsheer Charles Taylor woont. Taylor, die tegenwoordig zitting heeft in de regeringsraad, wist net te ontsnappen, zo verklaarde hij op de radio. Tien mensen, onder wie een naaste medewerker en lijfwachten van Taylor, werden bij het vuurgevecht gedood.

De Westafrikaanse vredesmacht ECOMOG die in het door burgeroorlog geteisterde Liberia is gestationeerd, heeft versterkingen naar Monrovia gestuurd.

Volgens een ooggetuige bestormden de aanvallers de ingang van het paleis, die wordt bewaakt door troepen van de ECOMOG. Taylor zei op de zesde verdieping van het paleis “met een hagel van kogels te zijn geconfronteerd”.

“Ik werd niet geraakt door de genade van God”, zei hij. Hij vermeldde niet wie er achter de aanval zou kunnen zitten. Taylor deed een beroep op zijn guerrillastrijders om kalm te blijven.

Onmiddellijk na de aanval brak hevige paniek uit in Monrovia. “Winkels, bedrijven, markten en scholen werden haastig gesloten en het verkeer kwam tot stilstand”, aldus een ooggetuige. “De mensen begonnen te rennen naar schuilplaatsen, sommigen hadden hun bezittingen bij zich.”

Twee gewonden van de aanval op het presidentiële paleis werden overgebracht naar een nabijgelegen militaire kazerne, het Barclay Trainingscentrum. Deze kazerne is het hoofdkwartier van de Krahn-guerrillabeweging ULIMO-J van generaal Roosevelt Johnson, die in april en mei een hevige strijd voerde met de troepen van Taylor. De aanhangers van Johnson voerden toen ook een aanval uit op het presidentiële paleis.

De twee krijgsheren bereikten in augustus in de Nigeriaanse hoofdstad, Abuja, overeenstemming over de ontwapening van hun aanhangers.

De burgeroorlog in Liberia woedt al sinds 1989, toen Charles Taylor vanuit Sierra Leone het land binnenviel. De krijgsheren kwamen sindsdien ettelijke keren tot een akkoord maar de strijd laaide steeds weer op (Reuter, AFP).