Dienstverlening motor achter banengroei

Commerciële dienstverleners (handel, horeca, verzekeraars) en uitzendbureaus blijven de belangrijkste drijfveren achter de banengroei in Nederland. Van de 137.000 banen die er sinds vorig jaar zijn bijgekomen, vallen er 136.000 in deze twee bedrijfstakken. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek vanmorgen heeft bekendgemaakt.

In de sectoren industrie en bouwnijverheid is het aantal banen in het eerste halfjaar van 1996 met 10.000 gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Wat de industrie betreft, moet dit sombere beeld volgens een CBS-medewerker genuanceerd worden: er is wel lichte groei, maar die banen worden voornamelijk bezet door uitzendkrachten. In 1995 werkten er in de industrie 45.000 werknemers op uitzendcontracten.

Sinds 1994 is het aantal banen in Nederland voordurend gestegen, na een daling in 1993. Bedroeg de groei eind 1994 nog 45.000 banen, een jaar later was het aantal banen met 133.000 gestegen. Die groei heeft zich in de eerste helft van 1996 “onverminderd” doorgezet, zo meldt het CBS. Eind juni lag het aantal banen 137.000 hoger dan een jaar eerder. De groei van het aantal banen ligt nog niet op het topniveau van 1990. Toen nam het aantal banen in een jaar tijd met bijna 160.000 toe.

Op dit moment registreert het CBS 5,85 miljoen banen in Nederland. Bijna de helft hiervan (2,4 miljoen) is te vinden in de commerciële dienstverlening, terwijl de niet-commerciële dienstverlening (overheid, ziekenhuizen etc) 1,7 miljoen banen omvat. Industrie en bouwnijverheid zijn samen goed voor 1,3 miljoen banen, landbouw en visserij voor 97.000 banen. Uitzendkrachten, die door het CBS als aparte groep zijn opgenomen, vervulden halerwege dit jaar 223.000 banen.