Dertigers met een verdrietje hier en een traumaatje daar

Voorstelling: Beppe's Bocht van en door Tjeerd Bischoff, Marcel Faber, Maureen Teeuwen, Jaap ten Holt. Regie: Nienke Rooijakkers. Lunchpauzevoorstelling, aanv. dag. 12u30 beh. za en ma. Gezien: 30/10, Theater Bellevue, Amsterdam. Herh. aldaar t/m 17/11. Inl. 020-6247248.

Men is geneigd ze te beschouwen als 'jonge' theatermakers, maar intussen zijn ze gerust al over de dertig of nog ouder. Piep zijn ze dus niet, maar in het theater, waar veertigers zo niet vijftigers de dienst uitmaken, zitten ze nog altijd in de wachtkamer van de doorbraak. Hun generatie en die na hen komt, zijn een probleemgroep, afhankelijk van losse initiatieven en kleine geldpotjes. Er is zelfs een actiegroep, BOM, de Bond van Onafhankelijke Makers, die zich over hun kansarmoede druk maakt, al merken we daar in artistiek en militant opzicht niet al te veel van.

Maureen Teeuwen, Jaap ten Holt, Tjeerd Bischoff en Marcel Faber die nu samen met regisseur Nienke Rooijakkers de lunchpauzevoorstelling Beppe's Bocht hebben gemaakt, behoren tot deze groep van dolenden, hoewel ze ieder voor zich al eerder en elders hun opwachting op het toneel hebben gemaakt. Teeuwen bijvoorbeeld, een actrice met een intrigerende, weerbarstige stijl, speelde bij Mug met de Gouden Tand, Carrousel, Discordia en Bonheur, maar een vaste plek, waar ze zich ontwikkelen kan, heeft ze niet. Misschien is het een keuze, in haar geval.

Los van schaars subsidiegeld lijkt de groep zelf het probleem. Ze ontbeert een eigen gezicht, een hartstocht, een overtuiging, zowel artistiek als thematisch. Meer dan de overwegingen van existentialistische aard die in een voorstelling als Beppe's Bocht wel degelijk aan de orde komen, springt dat in het oog. Daar staan de drie mannen: rond de vijfendertig, in het bezit van kinderen, maar zonder dromen en op zoek naar rust. Ze hebben het, tien of voor mijn part twintig jaar te vroeg, over “de tweede helft van mijn leven”. Ze gaan in therapie in een hardvochtig oord, waar een hardhandige heelmeesteres (Teeuwen) de scepter zwaait.

De home-made teksten zijn heus aardig en zo is het ook spel en de hele produktie is überhaupt bedoeld voor tussendoor en midden op de dag. Maar het getut over kindjes krijgen, het 'liefje' thuis en het 'liefje' elders, over het lege gevoel van wat-moet-ik-nog en wat-zal-ik-nog, het verdrietje hier en het traumaatje daar, vind ik toch verontrustender dan waarschijnlijk bedoeld is. Als die in de jaren tachtig al zo dikwijls op toneel beleden hang naar Lebensraum, dat Amsterdam-Zuid-syndroom, nu ten minste nog een vorm had waarvan je opkijkt - maar nee, het is cabaretesk, met kwistig gebruik van de overdrijving, veelbetekenende blikken en droogkomische stunteligheid.

De remedie van de directrice van het kuuroord is “de bezem door de bovenkamer”. Goed idee, dacht ik, maar ik zal zelf wel een oude mopperkont aan het worden zijn.