De Noordzij- prijs voor Gerrit Noordzij; Een A is gauw gemaakt

Gerrit Noordzij is een befaamd letterontwerper en een befaamd docent. Afgelopen weekeinde kreeg hij in Den Haag als eerste een naar hem genoemde prijs, vanwege zijn grote, wereldwijde betekenis voor de typografische vormgeving.

'Het zijn analfabeten die het alfabet als eerste hebben gebruikt.” Letterontwerper en typograaf Gerrit Noordzij mag graag een beetje provoceren, maar wat hij hier zegt meent hij wel. “Wetenschappers beweren dat het alfabet is uitgevonden om gedachten vast te leggen. Maar dat is niet waar. In archeologische vondsten lees je nooit over ideeën, maar wel over hoeveel schapen er zijn geruild tegen zoveel koeien. De literatuur onthielden mensen wel door rijm en ritme, de letters gebruikten ze voor wat ze moeilijk konden onthouden, de boekhouding. Ik denk daarom dat het alfabet in het begin een numeriek systeem is geweest.”

In sneltreinvaart somt Noordzij een aantal argumenten voor zijn stelling op, maar even tevoren heeft hij al aangegeven dat we niet alles voetstoots van hem aan moeten nemen. In zijn eigen internationale tijdschriftje Letterletter, waarin hij dit soort kwesties ter discussie stelt, schreef hij ooit: 'Do you believe Letterletter? I don't.' “Letterletter is wat een wetenschappelijk tijdschrift zou moeten zijn: provocerend, polemisch en informeel”, zegt Noordzij.

Zo benaderde Noordzij ook zijn studenten aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag. Van 1960 tot 1989 doceerde hij er letterontwerpen binnen de door hem samen met Jacques Janssen opgerichte afdeling Grafische en Typografische Vormgeving. Noordzij drukte een groot stempel op die inmiddels vermaarde opleiding en daarom kreeg hij afgelopen weekend tijdens het jaarcongres van de Association Typographique Internationale (ATypI) in Den Haag de eerste Gerrit Noordzij Prijs. Daarmee zal de Academie voortaan elke twee jaar een persoon of instelling lauweren die van bijzondere betekenis is geweest voor de ontwikkeling van de typografische vormgeving.

Aanvankelijk was de opzet om het letterontwerpen aan de Koninklijke Academie een soort inleiding te laten zijn voor de rest van de opleiding. Noordzij: “Een alfabet is heel eenvoudig, een a is gauw gemaakt. Daarom beschouwden wij het schrift als een proeftuin voor vormgevers. Maar sommigen wilden er in verder gaan.” Een aantal studenten van Noordzij richtte in 1980 een werkgroep op, waarin ze elkaars letterontwerpen zouden bespreken. Die club, Letters] genaamd, werd de aanzet tot wat nu wereldwijd bekend is als de Haagse School. In navolging van grondlegger Noordzij, benadert die stroming het letterontwerpen vanuit het handschrift. Het tekenen van letters met pen en penseel wordt als een noodzakelijk onderzoek naar vorm, constructie en contrast beschouwd. Tot de school horen mensen als Henk van Leyden, Petr van Blokland, Jelle Bosma, Frank Blokland, Albert-Jan Pool, Just van Rossum, Peter Verheul, Peter Matthias Noordzij en Marie-Cécile Noordzij-Pulles.

Wat niemand eigenlijk had verwacht toen Letters] werd opgericht, was dat de letters van de leden gepubliceerd zouden kunnen worden. Maar de digitalisering maakte dat enkele jaren later relatief gemakkelijk en inmiddels zijn er vele alfabetten gepubliceerd. Alle letters die tot nog toe door (oud-)studenten van de Koninklijke Academie werden ontworpen, zijn nu verzameld in het boekje Haagse letters dat verscheen bij uitgeverij De Buitenkant. Het is een letterproef, die tegelijkertijd op uitklappagina's laat zien hoe de letters in de praktijk zijn gebruikt. Zo maakte Henk van Leyden de letter die de bestemmingen aangeeft op de bussen van het Rotterdamse openbaar vervoer. Just van Rossum ontwierp de letter voor het logo van Transavia en Christoph Noordzij, net als Peter Matthias een zoon van Gerrit, maakte de letter die in het logo van de Thalys, de hogesnelheidstrein van de NS, werd gebruikt. Dit en ander werk is nog tot 11 november te zien in een expositie in het Museum van het Boek in Den Haag.

Noordzij's eigen werk wordt ter gelegenheid van de prijs ook geëxposeerd, in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Behalve zijn letters bestaat dat werk uit vele boekontwerpen vooral voor uitgeverij Van Oorschot, maar ook uit de belettering van het Multatuli-standbeeld op de Torensluis in Amsterdam en van postzegels en munten. Het is klassiek van aard, ingetogen en steeds in perfecte balans. “Als mijn letters en invallen klassiek worden genoemd, dan vind ik dat wel leuk”, zegt de ontwerper, waarop zijn karakteristieke brede lach volgt. En dan weer serieus: “De veiligste basis om een letter te maken is voor mij om te laten zien wat ik gewoon vind. Met bokkesprongen loop je de lezer maar voor de voeten. Alleen, wat ik gewoon vind, verandert met de dag. Een letter die ik een jaar later terugzie, wil ik meestal overdoen.”

Noordzij toont zich bijzonder ingenomen met de belangstelling voor zijn werk en dat van zijn studenten tijdens het ATypI-congres, dat ieder jaar een ander land aandoet. Vier dagen congresseerden 750 typografen, vormgevers en studenten uit alle werelddelen over letters en alles wat daar mee te maken heeft. Noordzij hoopt dat daardoor op eigen bodem eens zal doordringen wat de rest van de wereld al lang weet: “Er is geen kunstvorm in Nederland die zo invloedrijk is in de wereld als het letterontwerpen. De politiek heeft daar geen antenne voor, waardoor ook de opleiding in Den Haag in het gedrang dreigt te komen. Daarom is het zo goed dat dit congres hier is gehouden. Misschien dat het wat beschutting biedt tegen de tocht in het Nederlandse culturele leven en een ondersteuning zal blijken te zijn voor de continuïteit van de opleiding.”

Aan zijn studenten zal het niet liggen. Vier van hen namen het roer van Noordzij over op de Academie. Zijn studenten zijn collega's geworden en vaak ook vrienden. Met tevredenheid blikt Noordzij dan ook terug op zijn docentschap. Die boodschap verstopte hij ook in de proef van zijn lettertypen, opgenomen in het boekje Haagse letters, waarvoor de ontwerper een citaat - in het Latijn - uit het Evangelie van Lucas (10:21) koos: “Te dier ure verheugde zich Jezus in de geest, en zei: Ik dank u Vader, Heer des hemels en der aarde, dat gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt denzelve aan de kinderen geopenbaard; ja Vader, want alzo is geweest het welbehagen voor u.”

In de Koninklijke Bibliotheek, Prins Willem Alexanderhof 5, Den Haag, is t/m 10 november een expositie van het werk van Gerrit Noordzij en zijn collega-docent Jacques Jansen te zien. Open: ma t/m vr 9-17u.

In het Museum van hetBoek/Meermanno-Westreenianum, Prinsessegracht 30, Den Haag is ook t/m 10 november het werk geëxposeerd van studenten van Noordzij. Open: di t/m vr 11-17u., za. en zo. 12-17u.

Een derde tentoonstelling met werk van de voorgangers van Noordzij op de Academie, Paul Schuitema en Gerard Kiljan, is eveneens t/m 10 november te zien in de galerie van de Koninklijke Academie zelf, Prinsessegracht 4, Den Haag. Open: ma t/m vr 10-21u, za. en zo. 11-16u.

Haagse letters, samengesteld door Mathieu Lommen en Peter Verheul. 1996, uitgeverij De Buitenkant. 72 pag. ƒ 38,50. ISBN 90 70386 83 6.